|
Dit is het dagboek van ´dat andere joodse meisje´, zoals het
laatst op tv werd gezegd. Alsof er in Nederland tijdens de oorlog twee joodse
meisjes waren met een dagboek.
De vergelijkingen met Anne Frank waren bij de ontdekking en
de publicatie van dit dagboek inderdaad niet van de lucht. Maar de verschillen
zijn groter dan de overeenkomsten.
Het eerste wat opvalt aan dit dagboek is de beperkte omvang.
Het is het impressionistische en emotionele verslag van een jonge vrouw die in
1943 een maand in concentratiekamp Vught zat. Het eigenlijke dagboek is nog
geen dertig pagina´s dik.
Ze richt haar schrijven aan haar geliefde Kees van den Berg,
die het dagboek zijn leven lang verborgen heeft gehouden. Helga beschrijft geen
feiten, maar haar gevoelens. `Misschien ben je ook wel blij dat je alleen
mezelf in vindt, strijd, twijfel, wanhoop, verlangen en leegheid.´ Haar manier
van schrijven doet eerder denken aan Etty Hillesum dan aan Anne Frank. Ze
spreekt veel over haar geloof. “Ik durf nu niet meer te bidden.” En de dag daarna, op Pinkstermorgen: “Soms
denk ik wel eens dat God me al die vreugde en schoonheid van het leven heeft
laten smaken om me dan te doen lijden,
zijn liefde en kracht te doen zien, Hem erkennen en tot Hem te brengen.”
Aanvankelijk denkt ze dat het verblijf in het kamp mee zal
vallen. Ze opent met een poetische beschrijving. Het is net een sanatorium. Maar
al snel wordt die illusie verstoord. Ze schrijft over de kijvende vrouwen en
summier over de andere omstandigheden, zoals het eten. Voor het kindertransport
vanuit Vught heeft ze geen woorden.
Haar moeder is als arts in eerste instantie vrijgesteld van
verdere transporten. Helga probeert werk te vinden. Maar net de dag voor ze op
proef zou gaan werken, wordt ze met de rest van haar familie naar Westerbork op
transport gezet. Nog geen twee weken later gaat het verder naar Sobibor.
Helga kwam uit een opmerkelijk Duits-Nederlands gezin. Ze
werd in 1925 geboren in Stettin. Toen Hitler aan de macht kwam, profiteerde het
gezin van de dubbele nationaliteit en vertrok naar Nederland. Makkelijk hadden
ze het daar niet. Ze bleven arm, ondanks dat haar moeder een opleiding tot arts
had. In hun woonplaats Tilburg maakten ze tot de oorlog geen in feite niet tot
amper deel uit van de joodse gemeenschap.
In de oorlog veranderde dat. Haar vader Willy Deen ging voor
de Joodsche Raad werken. Hij deed alles om het vertrek zo lang mogelijk uit te
stellen. Zelfs terwijl hij in Vught zat, probeerde hij wanhopig nog een Sperr
te krijgen, blijkt uit een brief die ook in het boek is opgenomen.
Het dagboek en de brieven van Helga Deen zijn zeer verzorgd
uitgegeven, voorzien van een inleiding van Ad van Liempt en een uitgebreid
nawoord waarin het leven van de familie Deen wordt beschreven. Dat was ook wel
nodig, want het dagboek, hoe schrijnend ook, kan niet op zich staan. Dat heeft
echter niets met de kwaliteit van de tekst te maken, alleen met de omvang.
Waardering:
Dit is om nooit meer te vergeten. Dagboek en brieven van Helga
Deen 1943
|