|
De invloed van Vlaams Belang, voorheen Vlaams Blok, is veel
groter dan gewenst. De partij wordt amper effectief weerwerk geboden en heeft
daarmee in Vlaanderen het politieke klimaat verregaand beïnvloed, daarvan is de
Belgische minister van Buitenlandse Zaken Karel de Gucht overtuigd. Door de
‘zwijgspiraal’ is er een ‘vrij podium voor extreemrechts’overgebleven. En
hetzelfde geldt, mutatis mutandis, voor Nederland waar Pim Fortuyn de grote aanjager
is.
De Gucht schreef zijn boek uit ongenoegen en onvrede: goede
drijfveren. Hier en daar voor een Nederlandse lezer niet helemaal te vatten,
biedt het een mooie weergave van het verzet van een klassieke liberaal tegen
het oprukkende populisme. In Nederland zijn de liberalen daar niet toe in staat
omdat ze te verbitterd zijn (Hans Dijkstal), er door aangetrokken worden (Rita
Verdonk) of er geen raad mee weten (Mark Rutte).
Populisme is in de definitie van de Belgische professor Kris
Deschouwer het benadrukken van twee verschillen: dat tussen de ‘legitieme leden
van het volk en diegenen die ten onrechte menen dat zij er volwaardig deel van
kunnen uitmaken en de tegenstelling tussen burgers en politici’. Verdonk was
steeds bezig deze twee verschillen te benadrukken: als minister bepaalde ze wie
wel of geen Nederlander was, tot ze zelfs haar partijgenote en vriendin Ayaan
Hirsi Ali haar paspoort ontnam. In haar campagne voor het lijsttrekkerschap
benadrukte ze dat zij de kandidaat van de leden en niet van het partijbestuur
was. Nu is volgens De Gucht liberalisme niet te rijmen met populisme. Zijn
voornaamste argument daarvoor is dat populisten de staat willen gebruiken om
doorbraken te forceren, liberalen willen juist terughoudend zijn met overheidsoptreden. Dat
sluit nauw aan bij discussies in de VVD over de vraag wat de rol van de staat
moest zijn, waarbij juist Hirsi Ali die wilde inzetten om haar gewenste doelen
te bereiken. Maar de vraag is of De Gucht niet een te krappe definitie van het
liberalisme omarmt.
De Gucht beperkt zich niet extreemrechtse populisten. Ook Jan Marijnissen krijgt een sneer. Als er in Nederland
overigens een politicus niet tegengesproken wordt, is het Marijnissen wel, hoewel Geert
Wilders een goede tweede is. Die heeft, in de woorden van De Gucht, met zijn kritiek op de dubbele nationaliteit van twee
staatssecretarissen ‘de stap van rechtspopulisme naar extreemrechts vol
enthouisasme gezet’. De Gucht laat daar trouwens onbesproken dat zijn geestverwanten
in de VVD hier volop aan meededen.
Ook de media ontkomen aan zijn kritiek. Die voeden het
wantrouwen ten opzichte van de overheid. Een bekend geluid, maar misschien met
enig recht genoteerd. Cynisme van de pers is overigens misschien wel een
reactie op het onvermogen van politici om onvrede te herkennen en daar
constructief mee om te gaan. Media werken populisme zo in de hand.
Peilingen reduceren de politiek vervolgens tot een ‘binair
landschap’. Een politicus die daar tegenin gaat, neemt een onpopulair standpunt
in, waarna het een kleine stap is via ongelijk naar onhoudbaar. De politicus
moet de peiling wel volgen. Politieke partijen werken trouwens bijna allemaal,
zelfs GroenLinks, met focusgroepen, waarin gemeten wordt hoe bepaalde standpunten
vallen. Vandaar is het uiteraard een kleine stap naar de aanpassing van die
standpunten. In dat verband citeert hij Al Gore, die in zijn campagne voor het
presidentschap zijn favoriete thema’s liet rusten uit vrees daarmee kiezers af
te schikken.
Op die manier lijken alleen de populisten de gepassioneerde,
authentieke politici die echt zeggen wat ze vinden.
Uiteindelijk moet De Gucht ook oplossingen bieden. Hij komt
met de wat afgekloven begrippen leiderschap en burgerschap. Politici moeten
burgers niet naar de mond praten en ook erkennen dat er enige afstand tussen
volk en politiek is en moet zijn.
Burgers op hun beurt moeten ook een algemeen belang erkennen en een
inspanning leveren om samen te leven. Zelfs Cohens statement de boel bij elkaar houden komt voorbij. Het
klinkt allemaal niet heel erg liberaal en De Gucht beseft dat ook wel. Maar
voor hem betekent dat ook dat men het idee dat de overheid ieder probleem
oplost moet laten varen. Ook de media moeten daarvoor de ruimte laten en niet
achtere elke crisette aanhollen.
De analyse in dit boek is sterker dan de aangedragen
oplossingen. Die missen overtuigingskracht. Maar al met al is dit een
interessant werk over een nog steeds acuut probleem in Nederland en Vlaanderen.
Waardering:
Karel de Gucht, Pluche. Over de banalisering van
extreemrechts
|