|

Raar woord eigenlijk, naïvisten. Het bestond niet en klopt ook niet. Want –isten zijn mensen die iets nastreven. Afgezien van een enkele kunstenaar komt dat bij naïviteit weinig voor. Maar wat geeft het, het rijmt lekker op islamisten.
Dit boek is geschreven naar aanleiding van de cartooncrisis, de enorme ophef en rellen die ontstonden na de publicatie van cartoons van de profeet Mohammed in een Deense krant. Volgens de Deense schrijvers van dit boek had die crisis een ‘beslissend karakter’. Dat lijkt wat overdreven. Het is eerder één etappe in een reeks van botsingen tussen het islamisme en het westen. En als deze crisis beslissend was geweest, had ik wel duidelijker willen lezen wat de uitkomst was. Volgens de auteurs was het een demonstratie van macht van de islamisten. Maar een echte overwinning was het toch niet. Het heeft, vermoed ik, ook wel als waarschuwing gewerkt voor waarnemers in het westen.
De schrijvers gebruiken met nadruk de term islamisme, hoewel ze die soms verwisselen voor politieke islam of salafisme. Daarbij onderscheiden in grote lijnen twee takken: de terroristische, zeg maar Al Qaida en aanverwanten, en de politieke, de moslimbroederschap. Of de auteurs daarmee rechtdoen aan de verdeeldheid in moslimkring is de vraag. Zo worden voortdurend Iran en Saudi-Arabië op een lijn gesteld, terwijl het belangrijke rivalen zijn en de strijd tussen sjiieten en soennieten, onder andere in Irak, steeds heftiger en bloediger wordt.
De twee Denen stellen islamisme op een lijn met nazisme en communisme, in de zin dat het alledrie politieke religies en totalitaire ideologieën zijn. Daar zit wat in, want het zijn allemaal politieke stelsels die een complete greep op de mens nastreven. Maar dat er ook grote verschillen zijn, wordt niet uitgewerkt. En dat leidt tot een nadeel, want we worden vervolgens voortdurend met vergelijkingen met de oorlog om de oren geslagen worden. Het begint al met de verwijzing naar een toneelstuk over de dreiging van nazisme. Opvallend is trouwens dat altijd de periode 1938-1945 centraal staat en de vergelijking met de Koude Oorlog veel minder gemaakt wordt. De omgang van het westen met het communistisch blok was veel diffuser, van militaire strijd op allerlei plekken, zonder het tot een allesvernietigende confrontatie te laten komen, tot 'vreedzame coëxistentie' en de gestage ondermijning door allerlei contacten. Star Wars, Afghanistan en de verdragen van Helsinki hadden allemaal hun rol, zelfs paus Johannes Paulus II. En misschien was juist die mix uiteindelijk wel effectief.
De vraag is natuurlijk hoe sterk de dreiging van het islamisme is. Volgens dit boek is die reëel en serieus. “De mogelijkheden om ontwikkelingen in de Europese samenleving te beïnvloeden nemen duidelijk toe.” Wat dat precies inhoudt, is niet duidelijk. Dat er invloed is, is niet te ontkennen. Het debat in Nederland lijkt soms nergens anders over te gaan. Dat hebben ze dan in ieder geval voor elkaar. Maar dat betekent niet dat er direct een dreiging is van grootschalige islamisering. Ook een militaire dreiging is er niet.
De auteurs hebben gelijk als ze stellen dat de vrijheid van meningsuiting ook betrekking heeft op beledigende uitspraken. Als iedere belediging bij voorbaat uitgebannen wordt, is er van de vrijheid van meningsuiting weinig meer over. (Dit is overigens iets anders dan het recht op beledigen, dat Ayaan Hirsi Ali op luide toon verdedigde.) Het staat overigens de beledigden vrij hun mening te geven over die betwiste uiting. Ze kunnen demonstreren, naar de rechter stappen, etc. De grens ligt uiteraard bij het gebruik of propageren van geweld.
Toch is de verdediging van de vrijheid van meningsuiting niet compleet zonder een uiteenzetting over de grenzen ervan. Ieder land heeft zijn taboes en wetten waarmee bepaalde uitspraken worden bestreden. Een onbeperkte vrijheid van meningsuiting bestaat nergens.
De ‘naïvisten’ worden volgens de Denen gedreven door onwetendheid, schuldbewustzijn, politieke correctheid en angst. Veel van hun argumenten tegen het multiculturele geloof hebben we natuurlijk al vaak gehoord. Maar worden de tegenstanders van de politieke islam niet minstens even zeer gedreven door angst? Angst voor islamisering in landen met een relatieve kleine minderheid moslims geeft geen blijk van een al te groot vertrouwen in de veerkracht en weerbaarheid van de eigen cultuur. Daarin schuilt een paradox: de pleitbezorgers van de westerse cultuur zijn het meest bevreesd voor de ondergang ervan.
Dit boek was toch overtuigender dan ik bij voorbaat had gedacht. Misschien is dat vooral een teken van de manier waarop de discussie in Nederland is doorgeslagen. Hier wordt de discussie op zo'n absurd niveau gevoerd, zoals met het pleidooi van Geert Wilders om de Koran te verbieden. Een belangrijk verschil met Wilders is dat de auteurs van dit boek de mogelijkheid zien van een gematigde islam. Ze willen ook een dialoog aangaan met islamisten, hoewel ze daar voorwaarden aan verbinden.
Waardering:
Karen Jespersen en Ralf Pittelkow, Islamisten en naïvisten. Een aanklacht
ISBN 9046802243
|