|
Gaat het Westen ten onder? Of is het al
in onherstelbaar verval?
Een bont gezelschap van ‘declinisten’
en ‘revivalisten’ probeert een antwoord te vinden op deze vraag.
De een ziet een ‘nieuwe Amerikaanse eeuw’ in het vooruitzicht,
een ander voorspelt de terugkeer naar ‘normale verhoudingen’
waarin China en India de grootste economieën waren.
In zijn boek ‘De val van het Westen’
probeert Ian Morris op een beredeneerde manier een antwoord te geven
op die vragen. Hij schuwt daarbij de grote greep niet. Zijn boek
beslaat de hele geschiedenis van de mensheid en hij ontwikkelt een
eigen systeem om de activiteiten te ordenen en in harde getallen weer
te geven. Morris beschrijft niet alleen, hij becijfert en berekent,
niet alleen over het verleden, maar ook over de toekomst. Hier is een
boekhouder aan de gang, maar wel een met pretenties.
Er zijn veel verschillende benaderingen over de dominantie van het Westen. Die kan als een morele of religieuze kwestie worden voorgesteld: Wij zijn beter of God heeft het zo gewild. Het kan worden voorgesteld als een geografische of geopolitieke kwestie, waarbij de aanwezigheid van bevaarbare rivieren, bergketens en grondstoffen de doorslag geeft. Politieke diversiteit, mogelijk gemaakt door natuurlijke grenzen, kan voor concurrentie, terwijl grote rijken leiden tot verstikking en stagnatie.
Morris rubriceert de theorieën onder twee noemers: de dominantie van het Westen was van meet af aan voorbestemd of het is gevolg van toeval. De lange-termijn theorieën waren eerst in zwang, maar ontmoetten te veel obstakels en werden vervangen door argumentaties waarin de dominantie van het westen werd voorgesteld als een het gevolg van een samenloop van omstandigheden.
Morris verwerpt beide theorieën en wil de ‘complete menselijke geschiedenis’ opnieuw bekijken.
Morris baseert zich op biologie, geografie en sociologie. Hij is een ‘materialist’, cultuur, waarden en dergelijke doen er weinig toe. Mensen zijn min of meer gelijk, waar ze zich ook bevinden. Biologie en sociologie bepalen de ontwikkeling van de mensheid, geografie bepaalt het verschil tussen oost en west.
Hij meet de sociale ontwikkeling aan vier factoren: energieverbruik, urbanisatie, informatieverwerking en militaire capaciteit. Hij rubriceert die voor alle beschavingen die sinds 15.000 voor Christus de revue hebben gepaseerd.
Eeuwenlang ging de ontwikkeling in oost en west vrijwel gelijk op. Het westen had wel een kleine voorsprong, met uitzondering van de tijd tussen 550 n. Chr en 1750. Dominantie van het Westen was niet voorbestemd, maar ook geen toeval. Al in een ver verleden was de waarschijnlijkheid van de overheersing van het Westen groot.
Dit boek is op veel impliciete en expliciete vooronderstellingen gebaseerd. Als je die aanvaardt, is het betoog uiteraard geloofwaardig.
Als je die niet of niet volledig aanvaard, is het een aardige studie, maar moet het allemaal met een korreltje zout genomen worden. Zo is het idee dat een iemand in staat is de sociale ontwikkeling van de ‘complete mensheid’ in kaart te brengen, tamelijk pretentieus. Morris hanteert allerlei strakke schema’s maar geeft ook toe: Cultuur en vrije wil zijn onzekere factoren die een simpele theorie in de weg zitten. Die redeneert hij dan makkelijk weg: op de lange duur maken ze niet uit.
In 2103 is het met die dominantie gedaan. Morris schetst twee scenario’s, een waarbij de technologische greep van de mensheid op zijn omgeving drastisch toeneemt, en een waarbij grondstoffen opraken, en we in allerlei crises terechtkomen.
Aan het eind van het boek wordt het moeilijk dit nog serieus te nemen, door kreten als ‘de komense veertig jaar zijn de meest beslissende uit de wereldgeschiedenis’,en berekeningen over de kans waarbij beschavingen (ook buitenaardse) zichzelf vernietigen. Ook wordt zijn neiging om met grappige vergelijkingen te komen, na 700 pagina’s wel erg vermoeiend. In de vertaling wordt het iets minder grappig. En Morris gaat lijden aan de kwaal die vele systeembouwers treft: ze verwarren hun systeem met de wereld.
Waardering:
Ian Morris, De val van het Westen. Hoelang houdt de westerse dominantie nog stand? (2010/2011)
|