|
Een van de meest indringende
gebeurtenissen die Bas Heijne de laatste tijd zag, was het
doodschieten van een kariboe door Sarah Palin. Het was onderdeel van
een tv-serie waarin Palin als een gewone, volkse vrouw werd
geportretteerd. Maar dit was niet meer zomaar een jacht, Palin
richtte haar geweer op de ‘morele superioriteit’ van al haar
tegenstanders. En dat is misschien ook wel een beetje terecht, want
die morele superioriteit is maar al te vaak gebaseerd op het
‘zwelgen’ in het geloof in eigen goedheid.
Palin heeft dus gelijk, aldus Bas
Heijne.
Op zijn minst een beetje, want dit is
natuurlijk geen onvoorwaardelijke liefdesverklaring aan Sarah Palin
en haar Amerikaanse vorm van populisme. Maar in ieder geval hebben
haar progressieve tegenstanders ook niet helemaal gelijk met hun
verontwaardigde antwoorden vanuit de ivoren toren van het linkse
gedachtegoed.
Die spanning tussen links en rechts, ideaal en werkelijkheid, Verlichting en Contraverlichting, doordesemt dit boek. Dat kan je ontzettend genuanceerd vinden, als een echte zoektocht van een intellectueel in een verwarrend tijdperk. Maar je kan het ook behoorlijk vaag vinden, soms zelfs zweverig.
Tegelijk heeft dit boekje zijn eigen populistische neiging: het is een feel good moment voor de elite. Hier heeft ‘een van ons’ het maar eens mooi gezegd. Maar de linkse elite wordt niet naar de mond gepraat.
Heijne doet niet aan definities van het populisme. Veel voorbeelden gebruikt hij ook niet. Hij neemt meer afstand. Maar er valt wel uit op te maken dat volgens hem populisme vooral het streven naar gemeenschap is, naar een vast omlijnde identiteit in een tijd van soms dramatische veranderingen. Het is een cultureel fenomeen en niet in de eerste plaatseen politiek verschijnsel. Daarom is het een illusie dat het politiek bestreden kan worden, aldus Heijne.
Het populisme haakt in op tendensen die al aanwezig waren: mensen willen regels voor anderen, maar niet voor zichzelf. Ze eisen vrijheid op, voor zichzelf, niet voor anderen. Niet als eerste signaleert hij dat de populisten selectief winkelen in de idealen van de Verlichting.
Ze willen afgaan op hun eigen beleving en waarneming; hun belevingswereld staat centraal, niet de wereld. Het gezag van anderen, die er voor doorgeleerd hebben, geldt niet meer.
De populisten maken gebruik van al dan niet vermeende concrete voorbeelden en sterke, herkenbare retoriek, de anti-populisten komen met een kansloze verdediging door te hameren op abstracties als de rechtsstaat.
Populistische stromingen lijken de plaats van religie te hebben ingenomen. Het religieuze thema werd zwaar aangezet door Pim Fortuyn, die als verlosser werd gecast. Identiteit heeft de trekken van een geloof gekregen, schrijft Heijne. Het biedt op een amper te doorgronden en zeker niet rationele manier houvast.
Links is hypocriet, dat is de standaard klacht. Hooggestemde idealen als gelijkheid worden ontmaskerd als lege hulzen. Ook mensen die de mond vol hebben van de multiculturele samenleving sturen hun kinderen naar een witte school.
Palin en haar medestanders zeggen dat we maar moeten erkennen hoe de mens is.
‘Zelden worden ze adequaat van repliek gediend,’ constateert Heijne, waarbij ‘ze’ de populisten zijn. Maar dat doet hij ook niet.
Het populisme wordt hier dan misschien‘ontleed’ om de ondertitel te citeren, maar een geloofwaardige remedie wordt niet voorgeschreven. Zijn ‘oplossing’ is het verlichtingsdenken als levenshouding in te zetten. Maar dat is heel vaag, zoals in Humo werd gesteld. Wat betekent het als idealen als vrijheid, gelijkheid en broederschap alleen nog een vaag soort uitgangspunt zijn? Weinig tot niks, want als de ‘natuur’ van de mens erom vraagt kan er vanaf worden geweken.
Is Heijne op weg een conservatief te worden? Met zijn desillusie in de menselijke natuur is hij al een eind die kant op gegaan. Dit is dan ook geen progressieve of linkse repliek op het populisme, maar het omzichtig zoeken van een omgangsvorm, een houvast. Op zoek naar identiteit?
Dit boek is dus tegelijk een analyse als symptoom van een verwarrende tijd.
Waardering:
Bas Heijne, Moeten wij van elkaar houden? Het populisme ontleed. (2011)
|