|
Korte inhoud: Een onschuldige
Koerdische Syriër wordt eerst door Al Qaida en later jarenlang door
de Amerikanen in Guantánamo Bay gevangen gehouden, gefolterd. Een
autobiografisch relaas, dat dicht bij de gebeurtenissen blijft.
Stelling: De Amerikaanse regering is
bijna net zo fout als Al Qaida.
Stijl: ‘Ik vertel je wat er is
gebeurd’
Geschikt voor: liefhebbers van echt gebeurde horrorverhalen
Waardering:
De samenvatting van dit boek zit in de ondertitel. ‘Ik werd gefolterd door Al Qaeda en
opgesloten in Guantánamo’, luidt die en dat is in de volgende 230
pagina’s te lezen.
Het is het verhaal van iemand die in de
‘War on terror’ is vermalen, deels door eigen naïviteit, maar
meer nog door de achterdocht, wantrouwen, gebrek aan rechtszekerheid,
en negeren van fundamentele rechten van Al Qaida (waarvan dat niet
echt verwonderlijk is) en door de Verenigde Staten (die beter zou
moeten weten en doen).
Een familieruzie brengt de jonge Janko
er toe om vanuit de Verenigde Arabische Emiraten naar Afghanistan te
vluchten. Van daar uit wil hij naar Europa reizen. Maar hij valt in
handen van de Taliban en komt in een trainingskamp van Al Qaida
terecht. Hij zegt dat hij niet wist dat er in Afghanistan gevochten
wordt.
Hij wordt aangezien voor een spion van
Israël en de Verenigde Staten en wordt vreselijk gefolterd.
Op een video legt hij, onder dwang, een
bekentenis af, dat hij een spion en verrader is. Hij wordt in de gevangenis in Kandahar opgesloten.
De inval van de Amerikanen in 2001
verbetert de toestand voor hem niet. Aanvankelijk lijkt hij vrij te komen, maar de Amerikanen vertrouwen hem niet, nadat de video was
opgedoken, en voeren hem af naar Guantánamo Bay. Het geluid van de
video was verwijderd, maar hoe dat precies zit wordt niet duidelijk.
Wat niet in het boek staat, maar wel in
de aanklacht
die Janko veel later indiende, dat hij ‘bekende’ lid te zijn van
Al Qaida en op de hoogte was van de zogenaamde samenwerking met de Iraakse dictator
Saddam Hussein. Dat was natuurlijk een verhaal dat de Amerikanen graag wilde horen.
Janko beschrijft zijn verblijf in
Guantánamo zeer uitgebreid. De mentale kwelling daar is erger dan de
fysieke van Al Qaida en de Taliban, schrijft hij ergens.
Hij zit er tussen twee vuren: zijn
medegevangenen beschouwen hem als een Israëlische of Amerikaanse
spion en de Amerikanen verdenken hem ervan een terrorist te zijn.
Maar het contact met de militairen en
een deel van de medegevangenen verbetert geleidelijk. Maar Janko lijkt
steeds meer te lijden onder het gevangenisregime. Hij ontwikkelt een
buitengewoon kort lontje en kan om het minste of geringste in
dramatische woedeaanvallen uitbarsten, compleet met
zelfmoordpogingen, (17 volgens de aanklacht) en aanvallen op de
bewakers.
Op den duur krijg je als argeloze lezer
zelfs het idee dat Janko relatief mild bejegend wordt voor zijn
gewelddadige acties. Maar meer en meer wordt hij ook als een
slachtoffer dan als een dader gezien.
Uiteindelijk wordt hij vrijgesproken.
België is bereid hem op te nemen, waardoor hij Guantánamo na zeven
jaar kan verlaten.
Dit is een uitzonderlijk verhaal van
een naïef persoon die tussen de raderen van grotere machten
bekneld raakt. Het geeft een inkijkje in de werking van Guantánamo,
waar de humor ondanks alles niet ontbreekt. Zelfs seks tussen gevangenen en
bewakers, op vrijwillige basis, kwam voor.
Ook de ontwikkeling van het kamp, van een geïmproveerde situatie tot een meer normale gevangenis, wordt beschreven. In hoeverre de ervaringen van Janko
model staan voor die van de andere Guantánamo-gevangenen wordt
echter niet duidelijk.
Abd Al Rahim Abdul Rassak Janko, Van het vagevuur in de hel. ‘Ik werd gefolterd door Al Qaeda en opgesloten in Guantánamo’ (2011)
|