|
In deze roman beschrijft Oriana Fallaci het leven van de Griekse verzetsstrijder Alexandros Panagoulis, met wie ze midden jaren '70 een verhouding had. Op dat moment was ze al een wereldberoemde journaliste, die brandhaarden - zoals Vietnam - afreisde, en de groten der aarde interviewde. In 1967 greep een militair regime de macht in Griekenland. Alexandros Panagoulis pleegde een bomaanslag op de leider van deze kolonels: Papadopoulos. De aanslag mislukte, Panagoulis werd gevangen genomen, gemarteld en ter dood veroordeeld. Onder invloed van internationale protesten werd hij niet terechtgesteld, maar geisoleerd, en vrijgelaten bij een amnestie in 1973. Door zijn halsstarrige verzet - en onafhankelijkheid van elke partij - had Panagoulis internationale bekendheid gekregen. Direct na zijn vrijlating kwam Fallaci hem interviewen. Ze was zijn maitresse tot zijn dood - onder verdachte omstandigheden - in 1976.
Feit en fictie zijn in deze roman niet van elkaar te scheiden. Het is een egodocument, een politiek pamflet, en een Griekse tragedie in één. Bij het openslaan walmen de jaren '70 je onmiddellijk tegemoet. Junta, ideologie, Sartre, Che Guevara, Allende: je zit meteen in de loopgraven van de linkse politiek. Het is geschreven in de "jij" vorm. Een persoonlijker, retorischer vorm is er niet: een heel boek, geschreven als brief aan een overleden held. En wat een zwaar, monumentaal taalgebruik. Met dit proza kun je bergen opblazen. Ik moet toegeven dat het er flink inhakt, nog steeds.
"Een man" is niet een beetje romantisch, het is extréém romantisch. Fallaci maakt van Panagoulis een rebelse, mythische held. Geen moderne man - dat is een watje - maar een ongetemde Neanderthaler, waarvoor alle vrouwen in zwijm vallen. Een brok pure mannelijkheid, dat eenzaam en onbegrepen boven de gewone massa - schapen! - staat, en een regelrechte verschrikking voor zijn omgeving is. Van binnen is hij uiteraard teder en gevoelig: een poëet die dringend een vrouw aan zijn zijde nodig heeft, die hem overal volgt en steunt in zijn strijd. Een cliché, dat in schril contrast staat met de onafhankelijke, geëmancipeerde Oriana Fallaci die we óók kennen...
Panagoulis is niet alleen een romantische figuur, hij is ook een tragische, Griekse held. Hij is een uitverkorene, wiens noodlot in de sterren geschreven staat. In zijn voorspellende dromen blijkt dat zijn lot, tot op de dag nauwkeurig, is vastgelegd. Steeds weer beschrijft Fallaci hoe ze de dood in zijn ogen ziet. Ze weet dat hun verhouding zal uitdraaien op een tragedie. Maar er is geen ontkomen aan. Het moet zo zijn. Eigenlijk is dit noodlotsdenken heel merkwaardig. Zijn we hier niet in de tijd van de maakbare samenleving? Iedereen is bezig om de wereld te veranderen. Er is van alles te doen: dictaturen moeten omver worden geworpen, de massa bewust gemaakt. Maar als de geschiedenis al geschreven is, dan heb je het socialisme toch niet meer nodig?
Misschien lag in deze tegenstrijdigheden ook het enorme succes van het boek in de vroege jaren '80: het was huiveringwekkend actueel, en tegelijkertijd romantisch en klassiek. Bovenal blijft dit boek een tearjerker, met de bouwstenen van een Griekse tragedie: liefde, lijden en dood. Een tearjerker die een grimmige inkijk biedt in het Griekse kolonels regime, en het hysterische links-revolutionaire denken van die tijd. Wie bestand is tegen het taalgebruik van Oriana Fallaci - mateloos pathetisch, vol bravoure - maakt met "Een man" een verpletterende tijdreis.
Recensie: Sonja Snoek
Waardering:
Oriana Fallaci - Een man (vertaling van Un uomo, 1979)
|