|
Modder, vuur, sigaretten, beenwindsels, shrapnelgranaten,
prikkeldraad, duisternis, ingewanden, blindheid, dat zijn de ingrediënten van
de typische Eerste Wereldoorlog-herinnering. Een dolgedraaide
vernietigingsmachine die mensenlevens vermaalt alsof het papiersnippers zijn,
maar toch steeds weer van nieuwe brandstof wordt voorzien.
Het komt allemaal op bloedige wijze naar voren in het boek Ooggetuigen
van de Eerste Wereldoorlog. Hierin zijn (heel wat) meer dan honderd
dagboekfragmenten, brieven, maar ook krantenberichten en een paar officiële
documenten bij elkaar gebracht. Dat voert van de voorspelling in 1899 van ‘de
komende oorlog’ waar de spade net zo belangrijk zal zijn als het geweer, via de
geruststellende briefwisseling tussen ‘Willy’ (keizer Wilhelm II) en ‘Nicky’
(tsaar Nicolas II) naar de euforie van de eerste dagen van 1914 tot de
huiveringwekkende massaslachting in de loopgraven om te eindigen in revolutie
en het einde van de monarchie, althans in Duitsland. Beroemdheden als Franz
Kafka, Adolf Hitler, Siegfried Sassoon en Robert Graves komen aan het woord.
Maar ook anonieme soldaten en een enkele huisvrouw.
Voor het grootste deel zijn het verslagen van het front,
maar soms is er gekozen voor een wat afstandelijker stuk. Veel stukken zijn wel
erg kort, - soms zelfs korter dan de inleiding - zodat het moeilijk is om echt een beeld te
krijgen van de schrijver of de omstandigheden.
De meeste aandacht gaat uit naar het westelijk front. Ieper,
de Somme en Verdun overheersen en dat is begrijpelijk, maar ook wel jammer. Er
staat weinig in over de gebeurtenissen aan de andere fronten. Vooral het oosten
mist, terwijl de oorlog daar toch leidde tot de instorting van twee enorme
keizerrijken. Ontbreken de bronnen of zijn die moeilijker te vinden?
Ook had wel meer wat over Nederland in gemogen. Natuurlijk
nam Nederland niet deel aan de strijd, maar de invloed van de oorlog in het
buurland België was toch wel te merken.
Genoeg geklaagd: er is meer dan voldoende om te huiveren en
je weer te doen afvragen hoe juist deze oorlog zolang kon voortduren. Alleen de
Fransen gaven er op grote schaal de brui aan. De anderen vochten door, tot het einde
om elf uur op 11 november 1918. “Pas om ongeveer halftwaalf realiseerden we ons
dat het niet langer nodig was om onze stalen helmen en gasmaskers te dragen.’
Prachtig zijn de gedichten van de Britse oorlogsdichters die
bij ieder jaar zijn geplaatst. De vertalingen door Tom Lanoye zijn ook fraai,
maar blijven niet altijd dicht bij de originele tekst.
Waardering:
Willem Melching & Marcel Stuivenga, Ooggetuigen van de Eerste Wereldoorlog in meer dan honderd
reportages
|