Het levensverhaal van Ayaan Hirsi Ali was in grote lijnen en
soms tot in details al bekend, voor haar autobiografie verscheen. Er zijn
weinig politici waarvan zoveel bekend is. De stamboom van Hirsi Ali, ooit Hirsi Magan, werd tot in de Tweede Kamer
besproken. Haar gedwongen huwelijk, haar vluchtverhaal, haar besnijdenis, waren
onderdeel van een politieke legende. Bij haar was er al vrijwel geen scheiding
tussen persoon en politiek en voor zover die nog bestond is die hier nog verder
weggehaald. Zeker het eerste deel, over haar leven in Afrika, is van een soms pijnlijke
openhartigheid.
Er staan een paar dingen in die misschien niet helemaal
passen in het eerder door geschetste beeld. Zo scheidde haar moeder van haar eerste
man, net als de eerste vrouw van haar vader. Vrouwen blijken in de islamitische
wereld niet helemaal het weerloze slachtoffer te zijn waar ze wel voor gehouden
worden. Ze beschrijft uitgebreid hoe vrouwen elkaar gevangen houden. Haar oma,
die haar tegen de zin van haar vader besnijdt, is er een voorbeeld van en haar
moeder als ze haar en haar zusje Haweya ervan probeert te weerhouden om te gaan
werken. Vrouwenonderdrukking is niet alleen een zaak van mannen.
Haar leven is ook het verhaal van bekeringen, van soms plotsklapse
conversies. Ze hangt de ideëen van de Moslim Broederschap aan, om daar
geleidelijk op terug te komen. Andere conversie’s zijn abrupter. Ze leest nog
geen vier pagina’s in het Atheïstisch manifest van Herman Philipse en weet: “Ik
was een atheïst.”
“Mijn hart zat links,” schrijft ze, doelend op de periode
1998. Op 1 september 2001 begon zij te werken bij de Partij van de Arbeid. In
oktober 2002 heeft ze er geen moeite mee ‘rechts’genoemd te worden. Neelie Kroes vertelt haar dat ze een ‘echte
liberaal’ is. “Jij bent geen socialist, je bent een van ons.” Ze kwam er achter dat ze op veel vlakken niet
bij de PvdA paste. En er zat ook berekening bij. “Ik besloot dat ik de plaats
zou kiezen waar ik de meeste kans maakte om veranderingen tot stand te
brengen.” (In hoeverre dat gelukt is, blijft in dit boek eigenlijk buiten
beschouwing.)
Een paar jaar later stapte ze over naar het American
Enterprise Institute, wederom een grote verschuiving.
Ook andere beslissingen komen plotseling. Op de eerste dag
dat ze in Duitsland is, volgens de planning van de familie een tussenstop op
weg naar haar echtgenoot in Canada, besluit ze daar niet heen te gaan. In de
bus op weg naar het asielzoekerscentrum besluit ze haar naam en geboortedatum
te veranderen.
Als ze eenmaal in Nederland is, is de scheiding veel
makkelijker geregeld dan ze zelf had gedacht. De Somalische clangenoten plegen
geen geweld, maar leggen zich bij het onvermijdelijke neer. Dat ze ondertussen
in Nederland een eigen positie heeft, speelde daarin ongetwijfeld een grote
rol.
Wat een lief land waren we toen trouwens. Iedere agent
ontvangt een mogelijke vluchteling met alle egards. In het vluchtelingencentrum
is alles gratis, tot grote verbazing van de Somalische. Als de huisgenoot van
Hirsi Ali later voor duizenden guldens naar het buitenland belt en haar met een
grote schuld opzadelt, wordt die kwijtgescholden.
Hirsi Ali vertelt haar verhaal zeer direct. Zeker in de
eerste jaren ontbreekt er reflectie. Een eindeloze stroom gebeurtenissen,
verhuizingen, familie-ontwikkelingen, gruwelen in Somalië passeert de reveue.
Ze heeft er in dit boek niet echt afstand van weten te nemen, er zijn geen
beschouwingen of wijsheid achteraf. Daardoor is het vermoeiend, maar ook
fascinerend.
Het verhaal na haar toetreden tot de Tweede Kamer houdt ze
betrekkelijk kort. Ze neemt enige afstand van het omstreden interview in Trouw
waarin ze Mohammed een perverse man en een tiran noemde, ‘gemeten naar onze
westerse maatstaven’. “Toegegeven, ik
had me een beetje laten gaan.” De beveiliging wordt nog verder verscherpt.
Zeker na de moord op Theo van Gogh neemt die absurde vormen aan. Maar omdat ze meer
weet of haar hoofd ‘helder’ (395) was of dat ‘mijn hersens bedwelmd’ waren
(396), is ze ook niet in staat zich tegen de zeer vergaande inperking van haar
vrijheid te verzetten. (er staan in dit deel ook een paar merkwaardige foutjes,
zoals dat niet bekend werd gemaakt dat de moordenaar van Theo vrijwel direct
was gearresteerd.)
Zelfs de Economist lezen was volgens de beveiliging te
gevaarlijk. De overdreven maatregelen komen waarschijnlijk voort uit een grote
angst dat er een tweede moord gepleegd zou worden, wat weer iets anders dan een
doelbewuste poging om haar het zwijgen op te leggen, zoals sommige vrienden
beweren.
De volstrekt absurde epiloog vertelt hoe Verdonk haar
aanvankelijk het Nederlanderschap ontneemt, om later met een beroep op de
grootvader, dat besluit in te trekken. Het leidde uiteindelijk tot de val van
het kabinet, een waardige afsluiting van haar onstuimige periode in de
Nederlandse politiek. Zelf betreurt ze het dat het kabinet viel over ‘zo’n
geringe kwestie’, en ze weigert de kwestie in een groter perspectief te zien.
Na ruim vierhonderd pagina’s is het beeld van Ayaan Hirsi
Ali niet veranderd. Een gedreven politica met één onderwerp op haar agenda,
direct, persoonlijk, niet zonder humor, impulsief, eigenzinnig. Maar er blijkt
ook uit dat onderdrukking van vrouwen een gevolg is van duizenden, miljoenen individuele
beslissingen en niet een onverandelijk gegeven.
Waardering:
Ayaan Hirsi Ali, Mijn vrijheid. De autobiografie
|