|
Recensie: Luc Panhuysen
Vroeger hadden vaderlandse geschiedenissen steevast minstens tien delen, met meerdere contributanten die allen nadrukkelijk `professor' voor hun naam hadden staan. Het waren boekwerken met het gewicht van een instituut, waarvoor de fine fleur van elk tijdvak was ingeschakeld en die de geschiedenis omvatte tot in haar kleinste zijpaden.
Er worden nog steeds geschiedenissen van Nederland geschreven, maar niet meer door de universitaire keurtroepen. Ook zijn ze ééndelig, bijna draagbaar. Het meest bekend is het boek van Gerlof Verwey, een man die zich na een carriere in het bankwezen zette aan het schrijven van het in 1976 uitgekomen Nederland, levensverhaal van zijn bevolking. Dit boek beleeft nog steeds herdrukken.
Onlangs verscheen verscheen Nederland, de vaderlandse geschiedenis van prehistorie tot nu door Han van der Horst. Van der Horst is werkzaam bij het Nuffic, de Nederlandse organisatie voor internationale samenwerking in het hoger onderwijs en heeft slechts één andere titel op zijn naam staan: The Low Sky. Understanding the Dutch, een boek voor buitenlanders om Nederland te leren begrijpen
Onder `Nederland' verstaat de auteur het gebied waarvan in 1839 de grenzen werden bepaald, het huidige Nederland dus. De vlamingen, die in veel nationale geschiedenissen meedoen tot aan de Tachtigjarige Oorlog, zijn bij hem van meet af aan een buurvolk. Maar hierin verschilt hij minder van andere historici dan Van der Horst, overigens zonder namen te noemen, beweert. Ook het levensverhaal van de Nederlandse bevolking dat hij beschrijft, biedt niets nieuws. Over de klokbekercultuur, de Gouden Eeuw, de Bataafse Republiek schrijft hij in de geest van zijn voorgangers, en heeft hij boven Verwey weinig te bieden. Toch zijn er de nodige verschillen.
Allereerst is Van der Horst (623 bladzijden) bijna de helft dunner dan Verwey (1052 bladzijden). Dit verschil wordt niet veroorzaakt door het feit dat eerstgenoemde helemaal geen literatuuropgave en notenapparaat heeft opgenomen en het boek geen enkele illustratie en kaart bevat. Leggen we beide registers naast elkaar, dan valt op dat Verwey veel meer namen heeft. Voor volledigheid hoeft men Nederland dus niet aan te schaffen.
Bij lezing valt direct een ander verschil op. Van der Horst wìl helemaal geen volledigheid. Hij is een man van de schets en het brede gebaar en hoewel hij niet terugschrikt voor cijfermateriaal, is hij op zijn best als hij personages of verschijnselen laat spreken voor volksdelen en tijdsgewrichten. Dat verleent de vertelling zwier en snelheid. Vergeleken met Verwey, die zelden typeert en zich voor panoramische uitspraken al snel achter grote namen verschuilt, levert dit een groot voordeel op.
Anderzijds loopt Van der Horst hierdoor gevaar het verleden te smoren in clichees. Zoals wanneer hij de nijverheid van de paalworm, die schepen en dijken ondermijnde, de gesteldheid van het Nederland in bijna de hele achttiende eeuw laat symboliseren. Maar meestal weet hij dit te vermijden. In de Gouden Eeuw bijvoorbeeld komen zowel de rijke regenten als het arme volk aan bod.
Soms blijkt het brede gebaar ook wat dunnetjes te zijn, zoals wanneer hij het Rampjaar 1672 beschrijft. Als de kleine Republiek aan drie kanten wordt aangevallen en zich achter de Waterlinie heeft teruggetrokken, schrijft Van der Horst: `de heerschappij ter zee bleef ongebroken'. Ver weg in de kolonieën mag dat waar zijn, maar dicht bij huis, in de Noordzee, heeft de Republiek menig veer moeten laten tegen de Duinkerker kapers en de Engelse vloot. Zeker, de Hollandse koopvaardij was superieur, maar de marine was dat niet, laat staan dat haar `heerschappij ongebroken' was. Maar goed, de auteur verbindt er geen brede conclusies aan dus we zullen het hem verder niet euvel duiden.
Het belangrijkste verschil van deze vaderlandse geschiedenis met zijn voorgangers ligt niet in feitelijke correctheid, maar in de doelgroep. In zijn inleiding schrijft Van der Horst dat hij zijn boek heeft geschreven voor de `vijftien miljoen mensen die een onderlinge lotsverbondenheid voelen. (...) De laatste dertig jaar reizen bovendien van overal in de wereld nieuwkomers naar ons land die de ambitie hebben zich hier thuis te voelen.' Ook voor hen is dit boek bedoeld. Nederland is het eerste geschiedenisboek voor en van de multiculturele samenleving.
Helemaal trouw aan zijn inzet is de auteur niet. De nieuwkomers komen uit tientallen verre landen, terwijl hij alleen de oude kolonieën behandelt. Maar toch. In Verwey verschijnen Indonesië, Antillen en Suriname nadrukkelijk als voetnoten, de index vermeldt de eerste twee niet eens.
Bij Van der Horst komt de geschiedschrijving van de kolonisatie organisch voort uit het verhaal van de expansie van de Republiek. Het begint met de avonturen van de Verenigde Oostindische Compagnie (VOC) dat de lezer kennismaakt met de voorouders van de huidige molukkers, hindoestanen, creolen en antillianen. Gedurende de volgende eeuwen blijven we op de hoogte van de verrichtingen van een koopmansnatie in exotische wingewesten. Uitgebreid beschrijft Van der Horst de laatste jaren van `Ons Indië' en de moeizame, onwillige gang van Nederland naar de dekolonisatie en de emigratie die daarop volgde. Het hoofdstuk over Indonesië en Suriname behoort tot de mooiste delen van het boek.
Er is ook een domper. Toegegeven, de stijl van Verwey ruikt naar sigarenrook en gaat gebukt onder negentiende-eeuwse stramheid. Maar dat geeft Van der Horst nog geen vrijbrief de lezer te kwellen met stilistische eksterogen als `Het was gaan tot de wortel', `De koning had geen slecht verhaal', `het had allemaal iets van chaos', `er ontstond een enorme vredeshausse'.
Maar het zijn schoonheidsfoutjes in een werk dat de vaart der volkeren erkent en poogt mee te gaan met zijn tijd. Voor het eerst zijn migranten en hun nazaten als Nederlanders, als deelnemers in het grote verhaal van de vaderlandse geschiedenis, beschreven en aangesproken. Tegelijk loopt de geboren en getogen Nederlander rond op een toneel waar de klapperboom, de rijstvelden, de stoffige straten van paramaribo, de stranden van Aruba, de Amsterdamse grachten en de polders zijn samengevoegd tot één decor. Al met al reden Nederland met vreugde te begroeten.
Han van der Horst: Nederland, de vaderlandse geschiedenis van de prehistorie tot nu.
(deze recensie, die eerder verscheen in het Parool, heeft betrekking op de eerste druk van dit boek.)
|