Willem III Stadhouder-koning – Wout Troost

oktober 4, 2006

willemiii

Recensie door: Luc Panhuysen

 

Stadhouder-koning Willem III (1650-1702) is een van de spectaculairste staatslieden uit de Nederlandse geschiedenis. Maar waar vinden we de brede boulevard die zijn naam draagt?
Niet in Rotterdam, Amsterdam of Utrecht, waar ze alle stadhouderlijke en koninklijke Willems afdoen met Oranjeplein, Stadhouderskade of Willemstraat. Tilburg heeft een Willem II straat, maar daar houdt het op. Breda is volstrekt Willemloos, Leeuwarden eveneens. Waar anders heeft men de koning-stadhouder een straat waardig geacht dan in Den Haag, zijn geboorteplaats. Hier bevindt zich, in het verlengde van de vijf keer langere Margaretha van Henneberg weg, een rotstukkie dat Willem III straat heet.

 Willem is al even karig bedeeld met biografieën. De dubbeldikke standaard-biografie van N. Japikse verscheen vijfenzeventig jaar geleden en was uitgesproken Orangistisch. Sindsdien vertoonden zich nergens biografen die nieuw licht op de man wierpen. Of het moet de Amerikaan Baxter zijn geweest, die ten tijde van de Vietnamoorlog in een heethoofdige analogie de goede Amerikaan door Willem liet spelen en Lodewijk XIV gelijkstelde met Ho-Tchi-Min. Het kleine aantal biografen dat Willem trekt is opmerkelijk. In Frankrijk verschijnen met de regelmaat van de klok beschrijvingen van het leven van de Zonnekoning. In Engeland vindt men Karel II, de middelmatige tijdgenoot van Willem, goed voor bijna een biografie per jaar.

Het wordt alleen maar vreemder als je kijkt naar Willems fascinerende reputatie. Bijna altijd is hij afgeschilderd als een wat onwaarschijnlijke held. Hij bezat niet de rijzige gestalte van zijn Engelse tegenspeler en beschikte al helemaal niet over de theatrale grootsheid van zijn Franse vijand. Hij was daarentegen een frêle figuur met een lichte bochel die leed aan astma. Tijdgenoten die hem probeerden te peilen, moesten het doen met een ontwijkende blik en een onverstoorbare zwijgzaamheid. Maar zij die Willem tegenspraken, ontketenden driftaanvallen. Hoewel hij confereerde met de hoogsten der aarde zou hij nooit een fuifnummer worden. Zwaarmoedigheid zat hem in de botten. Dat maakt hem ook zo fascinerend; hij  was held ondanks zichzelf.

Hij is altijd het ideale onderwerp geweest voor nationalistische historici. Willem namelijk stelde zijn leven ter beschikking van de vrijheid. In de traditie van de Republiek die zich aan de klauwen van de Spaanse koning en Inquisitie had ontworsteld stelde hij zich teweer tegen religieuze onderdrukking en tirannie. Hooggestemde doelen die hij met een verbeten daadkracht najoeg. Eerst vocht hij voor de vrijheid van de Republiek, toen hij in het Rampjaar 1672 het enorme leger van Lodewijk XIV weerstond. Uit een verloren situatie steeg zijn leiderschap als een komeet tot internationale hoogte. Vervolgens vocht hij voor de Engelse vrijheid, toen hij met zijn armada in 1688 aanmeerde in Engeland en de impopulaire koning hals over kop de benen nam. Willem werd koning, riep een vrij parlement uit en bewerkstelligde aldus de `Glorious Revolution’. Op het Europese strijdtoneel ontpopte hij zich alras tot voorvechter van de Europese vrijheid. De laatste tien jaar van zijn leven stonden in het teken van de Grote Oorlog tegen Lodewijk XIV.

Zo wandelt Willem al geruime tijd zonder noemenswaardige tegenspraak door de geschiedenis als de grote uitdeler van tolerantie en inspraak. Daar is nu een eind aan gekomen, want eindelijk is er een biograaf opgestaan. Wout Troost heeft een biografie geschreven waarin Willem wordt afgeschminkt. In Willem III stadhouder-koning, een politieke biografie komt de hoofdpersoon naar voren als een nurks autocraat met traditionele denkbeelden. Troost heeft hem zijn vreugdeloze karakter en zijn werklust laten houden, maar hem zijn visionaire brille ontnomen. Op basis van zijn eigen bevindingen en recente resultaten komt hij tot de conclusie dat Willem vooral werd gedreven door wantrouwen en haat. Uiteindelijk was de Grote Oorlog tegen Frankrijk onnodig, stelt Troost. De tragiek is dat Willem geen snars van Lodewijk begreep en de Zonnekoning op zijn beurt niets van Willem. Dit misverstand, dat zoveel geldverspilling en mensenlevens kostte, herleidt Troost voor een aanmerkelijk deeWillem is al even karig bedeeld met biografieën. De dubbeldikke standaard-biografie van N. Japikse verscheen vijfenzeventig jaar geleden en was uitgesproken Orangistisch. Sindsdien vertoonden zich nergens biografen die nieuw licht op de man wierpen. Of het moet de Amerikaan Baxter zijn geweest, die ten tijde van de Vietnamoorlog in een heethoofdige analogie de goede Amerikaan door l tot karakterfouten van `Oranje’.

Vooropgesteld moet worden dat Troost een `politieke biografie’ schreef. Hij gaat dus voorbij aan psychologische delicatessen als de eventuele invloed van Willems lichamelijke gebreken op diens eigenwaarde. Dat houdt de zaak wel zo beknopt. Aan Willems seksuele geaardheid besteedt hij welgeteld één bladzijde, waarin onomwonden wordt vastgesteld dat hij homoseksuele relaties onderhield. Troost meent dat hooggeplaatste dames zich – in een eeuw die uitblonk in hoffelijkheid – opvallend vaak door hem verwaarloosd voelden. Bovendien vormde ritmeester Van Dorp een wel erg frequente verschijning op zijn werkkamer. Als praktiserend homoseksueel hield Willem zijn activiteiten met succes verborgen en ondervond geen problemen. Een politiek biograaf ziet zich in dat geval ontslagen van verdere interesse.

Dat wil echter niet zeggen dat Willems psychologie verder geheel onaangeroerd blijft. Daarvoor was zijn leven te politiek. Al vanaf het vroegste begin was Willem inzet van intriges en machtsstrijd. Hij werd acht dagen geboren na de dood van zijn vader, Willem II, zodat het huis van Oranje was door het ontbreken van een mondige mannelijke telg ineens overgeleverd aan de regentenstand. Onder deze regenten bevonden zich enkele enkele invloedrijke personen die met afschuw terugkeken op de caprices van Willem II. Willem III groeide op in het Eerste Stadhouderloze Tijdperk en dat heeft hij geweten. Een belangrijk deel van zijn formatieve jaren stond hij onder curatele van raadspensionaris Johan de Witt, die een diepe argwaan koesterde jegens personen met monarchale pretenties. Het prinsje werd als `Kind van Staat’ voorbereid op een toekomstige taak die, als het aan De Witt lag, voornamelijk ornamenteel zou zijn. Desondanks nestelde zich in deze periode de overtuiging in Willems geest dat hij door God was aangesteld. Dit denkbeeld heeft hem nooit meer verlaten.

Zijn grote moment kwam met het Rampjaar. In 1672 had de internationale politiek van Johan de Witt definitief schipbreuk geleden en vielen Lodewijk XIV, Karel II en de bisschop van Munster in een gecoördineerde actie de Republiek aan. Terwijl de waterlinie mondjesmaat volliep en het Haagse volk in een mengsel van paniek en razernij Johan en Cornelis de Witt aan stukken scheurde, wikte en woog Willem wat een handlanger van God te doen stond. Bij zijn rol tijdens dit bloederige drama staat Troost niet lang stil – door niet in te grijpen droeg de prins `indirecte verantwoordelijkheid’ voor de moord op de gebroeders. De gebeurtenissen hebben Willem in elk geval niet gehinderd bij zijn ontluikende loopbaan. Wat De Witt zijn leven lang had getracht te voorkomen, gebeurde in snelle opeenvolging. Willem werd Stadhouder en even later bevelhebber van het leger.

De Republiek was op dat moment niet veel groter dan de tegenwoordige provincies Noord- en Zuid-Holland, de rest stond onder water of was veroverd. Maar de Stadhouder had geluk. Lodewijk, die het leger tot nu toe met zijn hofhouding gezelschap had gehouden, begon zich aan de klotsende oever van de Waterlinie te vervelen en vertrok naar Versailles. Terwijl het Franse leger bleef dralen, wist Willem bondgenootschappen te smeden met de keurvorst van Brandenburg en met de Duitse keizer. Langzaam maar zeker kon hij zich wijden aan het terugveroveren van de Republiek.

In deze periode moet de gesteldheid hebben postgevat die Willems daden voortaan richting zouden geven: intense afkeer van de Franse Zonnekoning. Redenen hiervoor liggen voor het oprapen. Alleen al de huiveringwekkende overmacht van de Franse troepen; een invasie van 120.000 man was in de Europese krijgsgeschiedenis niet eerder vertoond. De wreedheden die werden begaan tegen de boerenbevolking wekten zelfs bij tijdgenoten verbazing. Een indrukwekkender vijand laat zich voor Willem als debuterend staatsman niet snel bedenken. Maar Troost legt nergens een begin van de diepere motieven van zijn hoofdpersoon; hij houdt zich hoofdzakelijk bij de handelingen in de geopolitieke arena. Vanaf het Rampjaar geldt gewoon: Willem is tegen Lodewijk.

De strijd voltrok zich tot op hemels niveau. Toen Willem met zijn invasieleger bij Torbay voet aan wal zette, had hij uitdagend aan een Anglicaanse bisschop gevraagd of deze nu nog niet in predestinatie geloofde. Willem de veroveraar was door God gezonden. Maar de zendeling betoonde zich even later knap knorrig toen het touwtrekken met het parlement begon. Het parlement bezat de sleutel tot de Engelse schatkist en de vrijheden die Willem de Engelse staatsvorm vervolgens verleende, waren hem vooral afgetroggeld. Willem was ongeduldig en eigenlijk alleen maar in oorlog geïnteresseerd. De `Glorious Revolution’ betekende voor hem in de eerste plaats een welkome vergroting van de krijgskas.

Van zijn status als politieke liberator blijft in dit boek kortom weinig over. Ook een andere pijler van Willems hagiografie wordt geloofwaardig uitgegraven. Willem heeft zich altijd voorgedaan als de bewaker van het ware protestantse geloof. Troost wijst echter op de opportunistische samenstelling van Willems bondgenoten. Om voor protestants prijsvechter door te kunnen gaan had hij toch echt teveel verdachte vrienden, zoals de aartskatholieke keizer Leopold I, de bigotte hertog van Lotharingen en de in-paapse koning van Spanje. De stadhouder-koning was daarom eerder een overlever dan een man van heilige principes.

Om te overleven moest Europa al zijn krachten bundelen tegen het monster te Versailles. De Negenjarige Oorlog (1688-1697) en de Spaanse Successieoorlog (1701-1713) bracht heel Europa in het geweer tegen Lodewijk. Zo overtuigend had Willem stemming gemaakt dat de kruistocht ook na zijn dood in 1702 doorwoedde. Zijn boodschap luidde dat Lodewijk de `universele monarchie’ wilde vestigen, een mythisch-religieuze staatsvorm met één vorst aan de top, die namens de Heer vrede en voorspoed zou brengen. Nu was Willem niet de enige die de Franse veroveringen met bezorgdheid gadesloeg, dus hij had niet veel moeite om zijn collega’s te overtuigen.

Wat opvalt is dat de retoriek van ferme kruisvaarderij voornamelijk afkomstig was van Willem. Lodewijk werd eerder moe van die `oorlogshitser’. Troost kan zich dat laatste goed indenken, want de Franse koning was lang niet zo inhalig als zijn vijand hem voorstelde. Toegegeven, Lodewijk deed zich vaak agressief voor en het woord `glorie’ lag hem op de lippen bestorven. Maar in werkelijkheid voerde hij slechts een `expansionistische defensie’, hetgeen in de praktijk een reeks veroveringen in de zuidelijke Nederlanden en de Elzas met zich meebracht. Frankrijk ambieerde een verdedigingsgordel van steden om haar grens – de `universele monarchie’ was een drogbeeld van Willem.

Als Willem III voglens zijn biograaf de tekenen had verstaan, had hij zich dus helemaal niet zo bedreigd hoeven voelen. Het is te wijten aan zijn `onbuigzame karakter’ dat hij niet open stond voor de mogelijkheden voor vrede. `Eenmaal ingenomen standpunten kon hij maar moeilijk herzien', aldus Troost. Dat is wel zo’n beetje de beschrijving die Troost geeft van de obsessie die Willems leven bepaalde. Hij vindt die obsessie zo vanzelfsprekend, dat hij er nauwelijks op ingaat en zich beperkt tot de opeenvolgende feiten. Dat is jammer, want de biograaf heeft met zijn ontmaskeringen iets op Willems gedrevenheid afgedongen dat zich juist slecht verhoudt tot zijn dadendrang. Als zijn missie minder heilig was, wat was zij dan wel? Wanneer Willem een allesverterende monomanie en andere menselijke trekjes moet bezitten, wordt de psychologie wel erg onderhands aangesproken. Er zijn niet veel biografen die dat Troost zouden nadoen.

Willem III is een helder en bondig werk dat hier en daar vervalt tot esoterie wanneer de ingewikkelde diplomatie van de zeventiende eeuw passeert. Na een mensenleven van biografische stilte is er alle reden dit boek hartelijk te verwelkomen, want het heeft het beeld van de stadhouder-koning onherstelbaar gewijzigd. Maar dat is vooral aan de oppervlakte, de deklaag van overgeleverde daden vertoont een nieuw patroon. Nu is het wachten op de constructie van de totale Willem. Dit boek bewijst dat hij snel een nieuwe biografie verdient.

 (deze recensie verscheen eerder in andere vorm in Vrij Nederland)

Wout Troost: Willem III stadhouder-koning, een politieke biografie.  

(Visited 112 times, 1 visits today)

4 reacties

  • L.M.Abrahams februari 17, 2008op5:06 pm

    Er is wel een standbeeld van Willem III op het kasteelplein te breda, maar geen straat naar hem vernoemd.

  • M. Roeland augustus 28, 2008op10:44 am

    Troost moet eens het handboek van de vaderlandse geschiedenis lezen van Groen van Prinsterer.

  • Reinier hill maart 5, 2013op7:58 pm

    Retired
    Erasmus and spinoza has kept me busy reading until I came across williamIII. Realizing why the scientific activity of the 16th century had started I wound up with my story about William, Spinoza and johan de Witt

    If interested let me know
    Reinier hill

    • Jerry Vernooij januari 28, 2018op12:54 pm

      Hello

      I was wundering about the name Reinier Hill, i am dooing a search about the name Hill
      and i saw you wjere interested in william the third, so i am curious about you, maybe you can tell me more about the fam. name Hill hope to hear from you

      sincerely yours

      Jerry

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.