De weg naar radicale verzoening, Jan Lippens in gesprek met Montasser Alde’emeh

oktober 30, 2016

radicaleverzoeningEen ‘hard boek’ zal het worden. De Belgisch-Palestijnse radicaliseringsexpert Montasser Alde’emeh kondigt het in de eerste pagina’s van Radicale verzoening al aan. En die belofte komt uit. Het radicale element komt in het interview-boek meer tot uitdrukking dan het verzoenende deel van zijn boodschap.
Alde’emeh heeft zich in de afgelopen jaren als een van de opvallendste stemmen in het radicaliseringsdebat in de Lage Landen gemengd. Zijn persoonlijke geschiedenis, uitvoerig en aangrijpend uit de doeken gedaan in de Jihadkaravaan, draagt daar zeker aan bij. Hij is ervaringsdeskundige die radicalisering ook wetenschappelijk bestudeert en probeert die in de praktijk te bestrijden. Hij had zijn eigen kenniscentrum ‘De weg naar’ en had contacten met de inlichtingendienst. Dat zijn veel rollen tegelijkertijd en misschien is dat een verklaring dat hij in een strafzaak is verwikkeld waar een jaar celstraf tegen hem geëist is wegens valsheid in geschrifte.
In ‘De weg naar radicale verzoening’,  een lang interview met journalist Jan Lippens, schuwt Alde’emeh de scherpe bewoordingen niet. België – en niet alleen België – stevent op een burgeroorlog af. Zijn verwijten zijn grotendeels geadresseerd aan de moslimgemeenschap en met name aan de geestelijke voormannen die met een beroep op de Koran onzin beweren over allerlei zaken en de gelovigen dom houden. In mindere mate bekritiseert hij de Vlaamse samenleving waar moslimjongeren bijvoorbeeld op scholen te snel afgeschreven worden en partijen die vinden dat er voor islam geen plek is. Hij legt ook een verband met de toenemende druk op jongeren om te presteren in een economie waar voor lageropgeleiden minder werkgelegenheid is.
Maar het zijn vooral de ouders van moslimjongeren en hun omgeving die een intellectuele ontwikkeling van de moslimjongeren verhinderen. Ze leven in een wereld waarin de Koran het belangrijkste, zo niet enige boek is, waar in de koffiehuizen zenders uit het Midden-Oosten aanstaan, waar antisemitisme normaal is. Eigenlijk is het verwonderlijk dat ‘slechts’ vijfhonderd Belgische jongeren naar Syrië zijn vertrokken om zich aan te sluiten bij jihadistische organisaties, merkt Alde’emeh zelf op. Jammer genoeg geeft hij daar geen verklaring voor.
Toch is er naast de scherpte en de polemische opmerkingen – ‘Wat hebben ze ( bedoeld zijn moslims) hier al die jaren gedaan buiten groente en kebab verkopen en aan de zijlijn staan klagen(..)? – plaats voor meer genuanceerde analyses, bijvoorbeeld van het verschijnsel radicalisering. Daarin komen vier componenten samen: internationale politiek, sociaal-economische omstandigheden, de islam en de identiteitsvorming van moslimjongeren. Met twijfels over identiteit begint het proces van radicalisering, waar de radicale ideologie een trefzeker antwoord op lijkt te geven.

Recept

Een deel van het recept tegen die radicalisering van Alde’emeh bestaat uit ‘keiharde repressie’ zoals het opsluiten van Syriëgangers. Hij flirt met de doodstraf (waar hij ‘principeel tegen’ is) en stelt voor verdachten van terrorisme uit te leveren aan Jordanië. De veiligheidsdienst daar krijgt ze wel aan het praten. Want hier worden ze met ‘fluwelen handschoentjes’ aangepakt. Hij stelt ook voor radicale moslims te laten emigreren naar Saoedi-Arabië of Qatar.
Een ander deel bestaat uit praten met moslims en het verspreiden van andere boodschappen, die de letterlijke of kortzichtige interpretatie van Koranteksten ondermijnt. Dat kan met behulp van de logica, maar in de moskeeën zouden ook de ideeën van Nietzsche en Darwin besproken moeten worden. Dat doet denken aan het idee van Ayaan Hirsi Ali dat fundamentele leerstellingen van de islam aangepast moeten worden. Erg realistisch is het niet. De intellectuele conversatie zal toch elders, vooral in de scholen, moeten worden opgepakt.
De interviewvorm zorgt voor een direct weerwoord op de uitspraken van Alde’emeh, en zeker aan het eind neemt journalist Jan Lippens wat meer de touwtjes in handen. Maar toch krijg je het idee dat je toehoorder bent van een lange en woeste tirade, met ook wel wat herhaling.
Het boek bevestigt dat de polarisatie in België op sommige vlakken groter is, er waren ook veel meer Syriëgangers dan uit Nederland. De gepredikte verzoening bevat vooral veel confrontatie. Nu hoeft het een het ander niet uit te sluiten, maar die verzoening komt minder uit de verf.
Steven we op een burgeroorlog als we nu niet doen wat Alde’emeh? Uiteraard weet niemand dat. Een relativering kan zijn dat het aantal mensen aan radicale islamitische en aan extreem-rechtse kant dat geweld wil gebruiken gelukkig beperkt is.
Maar het is tekenend dat twee invloedrijke stemmen in het Belgische radicaliserings- en integratiedebat de suggestie van burgeroorlog serieus nemen. In zijn boek De stad is van ons ging Dyab Abou Jahjah daar op in als mogelijk toekomstig scenario voor een stad als Brussel. Geweld zit in ieder geval in de hoofden, als een mogelijkheid. Niet dat deze twee zelf uit zijn op geweld, maar het is significant dat ze dit opsnuiven.
De twee staan op veel andere punten overigens lijnrecht tegenover elkaar: Alde’emeh verwijt Jahjab bij gedragen te hebben aan de radicalisering van moslimjongeren. Dat zal andersom niet anders zijn. Tussen deze twee is verzoening niet binnenkort te verwachten.

Samenvatting
Review Date
Boektitel
De weg naar radicale verzoening, Jan Lippens in gesprek met Montasser Alde'emeh
Waardering
31star1star1stargraygray
(Visited 30 times, 1 visits today)

Geen reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *