Ik was een van hen – Maarten Zeegers

mei 14, 2017

Soms, in een cynische bui, denk ik wel eens dat journalisten op twee manieren kunnen werken: door relatiebeheer of door verraad. Met relatiebeheer zorgen ze dat hun bronnen hen welgezind blijven, ook als dat betekent dat die bronnen iets gegund moet worden: een positief nieuwtje dat misschien voor de lezer of kijker niet zo boeiend is of de zaken iets rooskleuriger voorstellen dan ze zijn. De tweede vorm is verraad: de journalist kweekt een vertrouwelijke band met een bron, maar in het verslag heeft hij daar lak aan. Die vriendelijke persoon van de pers blijkt een keiharde verslaggever die gewoon opschrijft wat hij/zij dankzij die kunstmatige band heeft gezien en gehoord.
Maarten Zeegers bedreef de tweede vorm in Transvaal, een achterstandsbuurt in Den Haag. Hij koos daarvoor een radicale manier. Hij liet drie jaar lang mensen in de waan dat hij moslim was geworden en nam een islamitische levensstijl aan.

Toen zijn boek uitkwam, ging de discussie vooral over de vraag of dat ethisch verantwoord was. Hij ging niet met open vizier te werk. Hij rechtvaardigt dat met het verweer dat hij anders nooit zoveel had kunnen zien.
Ik moest denken aan de undercoveractie van een stagiaire bij de HP-De Tijd die bij de PVV infiltreerde. Dat leverde wel wat hilarische verhalen op, zelfs een boekje, maar geen echt nieuwe inzichten.

Wat dat betreft is het boek van Zeegers zeker anders; door de lange duur van zijn journalistieke verblijf, zijn kennis van zaken en door de manier waarop hij het heeft opgeschreven, levert deze manier van werken zeker wat op. Maar ik hield er toch ook een ambivalent gevoel aan over.
Transvaal en de aangrenzende Schilderswijk zijn, in het verhaal van Zeegers, islamitische enclaves met een duizelingwekkende variëteit van moskeeën, religieuze clubjes en organisaties. Er zijn soennieten, sjiieten, alevieten en soefi’s, salafisten en jihadisten. Er is de Koerdische Hezbollah en de radicale maar geweldloze Hizb-ut-Tahrir. De ene club is nog sektarischer dan de andere en er is veel onderlinge concurrentie en jaloezie. De strijd wordt uitgevochten met bekeringsdrang, verkettering, faciliteiten en lekker eten. Je moet de gelovigen wel wat te bieden hebben, naast uiteraard de enige ware islam.

Zeegers trekt veel op met jongeren uit de buurt die min of meer zoekende zijn; bekeerlingen, ex-criminelen. Ze shoppen wat rond bij imams en op huiskamerbijeenkomsten. Ze zijn vaak fanatiek bezig met hun geloof, maar geven er steeds net een andere invulling aan. Van de een mag je geen Coca-Cola drinken, want dat is Amerikaans en Amerika steunt Israël. Voor een ander is Autodrop haram, vanwege de gelatine. Ze zijn vaak bezig elkaar te corrigeren om het juiste islamitische gedrag te tonen. Waar uiteraard vele discussies over zijn.
Er is veel hypocrisie in ‘de shariawijk’. Fanatieke gelovigen spuiten de blote armen en benen van vrouwelijke modellen op posters van een modewinkel zwart. Maar iedereen weet dat er in de buurt tal van illegale drankholen en bordelen zijn. Die worden ongemoeid gelaten, want dat is binnen, zo zegt een fanatieke gelovige.
Transvaal is ook een achterstandswijk, met bewoners met veel zorgen en nog meer schulden. Salem, de onderbuurman van Zeegers en zijn Syrische vrouw Sarah, zit voortdurend in de problemen, door openstaande boetes en niet betaalde rekeningen. Het heeft iets tragikomisch hoe hij uit de ellende probeert te komen door zijn etage onder te verhuren, maar door een stoet van oplichters, prostituees en lastpakken verder in de penarie raakt.

Zeegers verwacht steeds een ‘explosie’, een gewelddadige uitbarsting van frustratie en vervreemding. Na de beruchte demonstratie van IS-aanhangers in de wijk lijkt het er van te komen. Maar door ingrijpen van de burgemeester blijft escalatie uit. De dood van Mitch Henriquez door gewelddadig politieoptreden in juni 2015 leidt wel tot forse rellen. De woede tegen de politie, tegen de samenleving komt er in één keer uit. “Het zou zomaar weer kunnen gebeuren,” schrijft Zeegers.
Die zorgen zijn begrijpelijk. Hij ziet de scheiding tussen moslims en niet-moslims als de uiteindelijke oorzaak van het geweld, die hij rassenrellen noemt. Zijn waarschuwing is oprecht en komt voort uit kennis, niet uit vooroordelen.
Maar dit boek is ook een blijk van die scheiding die Zeegers betreurt. De titel en ondertitel alleen maken van moslims een groep van anderen: ‘Ik was een van hen. Drie jaar undercover onder moslims.’ (‘Ik deed of ik een van hen was’ was correcter geweest.) ‘Hen’, dat zijn de vreemdelingen, een te onderzoeken en op zijn minst licht bedreigende groep. Ook een groep waarmee normale communicatie niet goed mogelijk is, en waarbij je undercover moet gaan om de waarheid te achterhalen.

Ik kan me voorstellen dat de mensen die in het boek voorkomen, niet blij zullen zijn met de manier waarop ze worden geportretteerd en zich verraden voelen.
Terwijl hij drie jaar lang met ‘hen’ optrok, heeft hij niet veel moeite zijn buurtgenoten te verlaten en een nieuw leven te beginnen. Van de ‘broeders’ waarmee hij is opgetrokken een sympathiek beeld achterblijft, wat ook te maken heeft met de afstandelijke, ironische stijl van Zeegers. Het zijn dolende geesten, vaak niet al te snugger, of ze zijn geslepen en achterbaks bezig met hun kleinzielige zaakjes waarbij ze de voordelen die Nederland biedt uitbuiten maar alles wat hen niet uitkomt niet aanvaarden.
Zo geeft dit boek een verontrustend beeld van een wereld, sorry een wijk, met allerlei subculturen van weinig verdraagzame aard. Zeegers schrijft echter ook dat zijn ‘infiltratie’ in een van de armste en conservatiefste wijken van het land zijn blik kan hebben vertroebeld. Transvaal is niet Den Haag, niet Nederland. Met die relativering is dit een waardevol boek.  

Samenvatting
Review Date
Boektitel
Ik was een van hen. Drie jaar undercover onder moslims, Maarten Zeegers
Waardering
41star1star1star1stargray
(Visited 27 times, 1 visits today)

Geen reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *