Nepparlement?  – Armen Hakhverdian en Wouter Schakel

augustus 4, 2017

In 2015 noemde een van de langstzittende Nederlandse parlementariërs de Tweede Kamer een ‘nepparlement’. Geert Wilders, die was het, rechtvaardigde dat omdat de meerderheid van de Kamer het volgens hem niet eens was met de meerderheid van de Nederlanders: in dit geval over de opvang van asielzoekers.

Het boek Nepparlement? – nadrukkelijk met vraagteken – is meer dan een uitgebreide factcheck van de bewering van Wilders. Het is een zorgvuldige en ook wel verontrustende analyse van de Nederlandse politieke vertegenwoordiging, die soms een beetje doorslaat. Het boek maakt duidelijk dat democratie minder makkelijk is dan je zou denken. Misschien is het wel een onbereikbaar ideaal.

Smalle groep

De politicologen Armen Hakhverdian en Wouter Schakel onderzochten onder andere of de verschillende groepen Nederlanders wel goed vertegenwoordigd zijn in de Tweede Kamer en in gemeenteraden. En hun conclusie liegt er niet om. ‘Een smalle groep’ uit de samenleving heeft het ambt van volksvertegenwoordiger ‘opgeëist’ en meent te mogen bepalen hoe onze samenleving eruit ziet. Die smalle groep bestaat uit de hoogopgeleiden. (toch nog zo’n dertig procent van de bevolking).
Oververtegenwoordiging van hoogopgeleiden in de Kamer is makkelijk vast te stellen. Negentig procent van de Kamerleden heeft HBO of universiteit afgerond. Afkeer van het verschijnsel van de hoogopgeleide politicus is natuurlijk niets nieuws. PvdA-politicus Jan Schaeffer noemde academisch gevormde bestuurders ‘geparfumeerde drollen.’ Maar het gaat om meer dan weerzin.

Plutocratie

Ook bij de meningen gaat het scheef. De lager opgeleide Nederlander wil minder immigratie, meer integratie, minder Europa en strengere straffen. Opvattingen over dergelijke onderwerpen hangen sterk samen met opleidingsniveau.
Op sommige punten zit er ook een kloof tussen de opvattingen van bijna alle Nederlanders en van Kamerleden: In economisch opzicht waren de Kamerleden rechtser dan de rijkste top-5 % van de kiezers! In zijn boek Wereldwijde ongelijkheid schetst Branko Milanovic het risico dat de VS zich ontwikkelt tot een plutocratie, een heerschappij van de rijken. Dat blijkt hier, op iets andere wijze, ook een risico.

Geenpeil

Dit onderzoek is voor een deel gebaseerd op een enquête onder Kamerleden uit 2006. Sindsdien is de samenstelling van de Kamer al een paar keer gewijzigd. Opvattingen van de PVV zijn niet opgenomen in het onderzoek. Hoe ver de meningen van volk en parlement nu uiteenlopen is onbekend.
Toch is dat niet het enige probleem. De vraag is bijvoorbeeld wat vertegenwoordiging inhoudt. Daar botsten twee visies op de democratie. De ene zegt dat de gekozenen moeten doen wat hun kiezers vinden; de ander stelt dat de vertegenwoordiging is aangewezen om een eigen mening te vertolken.

De eerste visie werd in extreme mate verwoord door de partij Geenpeil, waarvan de Kamerleden geen eigen standpunt zouden hebben. Ze zouden doen wat de kiezers hen per geval zouden opdragen. Het concept bleef ongetest, want Geenpeil haalde geen enkele zetel.
De andere visie is bijvoorbeeld zichtbaar als een partij hard campagne voert tegen een rivaal, om een dag na de verkiezingen daarmee coalitiebesprekingen te gaan voeren. De vertegenwoordiger weet het beter dan de kiezer, want het landsbelang, het pluche of een andere schone zaak roept.
Aan beide benaderingen kleven nadelen, maar zolang de Geenpeil-variant niet wordt doorgevoerd, is een eigen rol van de vertegenwoordiger onvermijdelijk.

Eén stem

Maar in de politieke vertegenwoordiging gaat het niet alleen om standpunten. Volgens diverse onderzoeken ligt er een terrein braak voor een partij die economisch links en cultureel conservatief is. Die zou veel stemmen kunnen halen. Maar de partij Nieuwe Wegen van voormalig PvdA-Kamerlid Jacques Monasch die precies deze niche vulde haalde geen zetels.
Er spelen andere zaken: betrouwbaarheid, imago, haalbaarheid van de plannen, vertrouwen in personen enzovoort. Misschien hebben sommige mensen wel opvattingen die ze helemaal geen realiteit willen laten worden.
Veel kiezers zullen het (voor delen) eens zijn met partij X, Y of Z maar om tal van redenen daar niet op willen stemmen. Mensen hebben opvattingen over heel veel zaken, maar ze hebben maar een stem.
Er is dus een verschil tussen een peilingsonderzoek naar bepaalde opvattingen en een verkiezing van een vertegenwoordiging. Dat valt hier een beetje weg.
Dat nog afgezien van de vraag of de wil van het volk eigenlijk wel te kennen is. Peilingen zijn vaak wispelturig. Zo vindt 55 procent van de Nederlanders dat er te veel vluchtelingen komen en vindt 63 procent ‘het onze morele plicht om mensen toe te laten die vluchten voor oorlog en vervolging.’ Deze cijfers komen uit 1 onderzoek.

Populisme

De uitspraak van Wilders stond mede aan de start van dit onderzoek. Maar het rechtse populisme van Wilders is volgens dit boek niet de oplossing van het probleem van de ondervertegenwoordiging van de lager opgeleiden. De auteurs stellen onder andere dat zijn plannen in strijd met de Grondwet zijn. Dat is in dit boek een vreemde redenering. Je kan niet aan de ene kant zeggen dat bepaalde opvattingen niet voldoende in de Kamer vertegenwoordigd zijn en vervolgens zeggen dat deze standpunten eigenlijk niet deugen of niet gerealiseerd kunnen worden (tenzij met een hele grote meerderheid). Gaat het om afspiegeling van meningen of om de haalbaarheid van beleidsvoorstellen? Dat laatste is bij uitstek een argument van elites om veranderingen tegen te houden.

Hokjesdenken

De auteurs pleiten voor ‘hokjesdenken’. Partijen kunnen bij de selectie van kandidaten beter letten op de verdeling tussen lager, middelbaar en hoger opgeleiden. Net zoals partijen denken aan spreiding van mannen en vrouwen, etnische achtergrond, regionale vertegenwoordiging etc. Daar is zeker wat voor te zeggen. Meer diversiteit kan tot een betere uitkomst leiden. Ik had nog een pleidooi voor opkomstplicht verwacht, omdat dit de kloof in de vertegenwoordiging van hoog- en laagopgeleid kleiner maakt.
Met een van de meest open politieke systemen – 13 fracties in de Kamer! – is ook in Nederland de vertegenwoordiging niet perfect. Laagopgeleiden zijn zwaar ondervertegenwoordigd. Dat is een manco van de democratie dat Hakhverdian en Schakel scherp analyseren. Soms een tikkie te scherp.

Vrijwillig

Bij de laatste verkiezingen ging ruim tachtig procent van de kiezers vrijwillig stemmen. Hun keuze zal in ieder geval voor een deel met hun inhoudelijke standpunten en andere voorkeuren overeenkomen. Het parlement is niet nep, maar ook niet de perfecte afspiegeling van alle standpunten.
Hoger opgeleiden zijn oververtegenwoordigd in de Kamer, maar ook op de redacties van kranten, van de omroepen, in de leiding van bedrijven, in de top van de vakbonden en zelfs aan de universiteiten. Ook bijvoorbeeld Ahmed Marcouch en Ahmed Aboutaleb, kinderen van zeer laagopgeleide migranten, horen bij de hoogopgeleiden. Als het hokjesdenken wordt ingevoerd op dit punt, moet je ook naar het opleidingsniveau van de ouders kijken.

Dit boek is genomineerd voor de Prinsjesboekenprijs. 

 

Samenvatting
Review Date
Boektitel
Nepparlement? Een pleidooi voor politiek hokjesdenken - Armen Hakhverdian en Wouter Schakel
Waardering
31star1star1stargraygray
(Visited 101 times, 2 visits today)

Geen reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *