Last Utopia – Samuel Moyn

mei 10, 2015

lastutopiaKorte inhoud: Mensenrechten zijn niet het logische vervolg op de vrijheidsstrijd van de westerse mens door de eeuwen heen, maar hebben pas recent hun bijna heilige status gekregen. Mensenrechten gaan nu boven de politiek uit, hebben het laatste woord. Maar het is de vraag of dat zo moet blijven.
Stelling van het boek: Mensenrechten zijn de laatste utopie.
Stijl: Vrij zwaar academisch.
Geschikt voor: mensen die zich bezig houden met mensenrechten en daar kritisch naar durven kijken.

Mensenrechten: wie is er niet voor? Hooguit is er enige discussie over welke plaats we ze moeten hebben in ons buitenlands beleid en of  het terecht is dat het College voor de Mensenrechten zich over zoveel kwesties uitspreekt.

Maar als idee lijken ze onomstreden. Mensenrechten worden gepresenteerd als een vanzelfsprekendheid, een weerslag van een mensbeeld dat de westerse wereld toch zeker sinds de Tweede Wereldoorlog koestert.

Daar klopt niets van, schrijft Samuel Moyn in The Last Utopia. Pas in de jaren zeventig vervullen de mensenrechten de rol die ze tegenwoordig hebben: als in theorie onaantastbare rechten van individuen tegenover de staat. Voor die tijd bestond het idee van mensenrechten wel, maar betekende dat iets anders of hadden ze vrijwel geen betekenis. Pas na de ondergang van vele andere ideologieën konden de mensenrechten als de laatste utopie overeind blijven.

Moyn presenteert dit nadrukkelijk niet als een geschiedenis waarin de (westerse) mensheid bezig is aan een onvermijdelijke tocht van de duisternis naar het licht, naar steeds hogere vormen van beschaving. Eerder is er sprake van strijd tussen verschillende opvattingen, waarvan de uitkomst niet van te voren vaststaat. Dit is geen feelgood geschiedenis waarin het gelijk aan onze kant staat.

Toen het concept mensenrechten zijn intrede deed, aan het einde van de achttiende eeuw, waren die er op gericht de verhouding tussen individuen en de staat te reguleren. Het recht van de mens was om een staat op te richten, niet om die persoon tegen die staat te beschermen.

Het volgende belangrijke moment breekt aan na de Tweede Wereldoorlog, met de oprichting van de Verenigde Naties. Maar die waren er niet om de wereld te laten regeren door het recht, maar om een toekomstig conflict tussen grootmachten te voorkomen. De mensenrechten, vastgelegd in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, waren een doodgeboren kindje. De mensenrechten waren niet meer dan dat, een verklaring. Er was geen manier om ze af te dwingen. Daarnaast werden ze al snel gezien als anticommunistisch, een wapen in de Koude Oorlog. Het enige recht dat een groot effect had op de gebeurtenissen in de eerste drie decennia na de oorlog was dat op zelfbeschikking, dat werd aangewend in de ontmanteling van de koloniale rijken. Daarmee was het mensenrecht weer vooral gericht op de vorming van staten (die de andere mensenrechten vaak al snel negeerden.)

Pas in de jaren zeventig, toen de dekolonisatie zo goed als afgerond was, en het ideaal van het socialisme was verbleekt, bleven de mensenrechten over als het laatste sprietje waar hoop aan kon worden ontleend. Het was eigenlijk een bescheiden ideaal: het kent niet het maximale van de eerdere utopieën.

In de opmars van de mensenrechten zoals we die nu nog kennen, is de rol van niet-gouvernementele organisaties als Amnesty International zeer belangrijk. Maar ook regeringen droegen er aan bij, onder andere door het optreden van de Amerikaanse president Jimmy Carter en  de verdragsteksten van de Helsinki-Conferentie (OVSE) en . Niet iedereen was geïnteresseerd: Henry Kissinger zei dat wat hem betreft de paragrafen over mensenrechten in het Swahili geschreven konden worden.

De Helsinki-verklaring gaf morele ondersteuning aan dissidenten in Oost-Europa als Vaclav Havel. Ze konden daarmee op een niet-politieke manier appelleren aan een moraal die boven de politiek uitging en waar ook het toenmalig Tsjechoslowakije zijn zegen aan had gegeven. Mensenrechten konden in de plaats van politiek komen.

Ze komen ook in de plaats van de prominente rol die de natiestaat heeft gehad, schrijft Moyn. Mensenrechten zijn internationaal en erkennen daarmee niet de soevereiniteit van de staten. Dat die staten het daar moeilijk mee hebben, is duidelijk uit de reacties van staten op uitspraken over mensenrechten.Waar bemoeit zo’n hof in Straatsburg zich mee? Het is overigens jammer dat Moyn niet meer aandacht heeft voor de Europese situatie.

Langzamerhand dijen de mensenrechten uit: humanitaire acties worden gerechtvaardigd met een beroep op de mensenrechten. Mensenrechten geven schijnbaar overal een antwoord op, zie de website van Human Rights Watch en de publicaties van Amnesty International.

Maar er zit een risico aan de tendens om van mensenrechten een alles overkoepelend ideaal te maken en alle plannen voor de wereld in die termen te gieten. Want daarmee wordt een beroep gedaan op een moraal die a-politiek is, en die veronderstelt dat politieke conflicten en keuzes uit de wereld zijn, waarschuwt Moyn.

Zo eindigt hij zijn boek in stijl, met een doordachte kritiek op het concept van de mensenrechten zoals zich dat de laatste jaren ontwikkelt. Of die waarschuwing ergens aan komt, en of een discussie over mensenrechten als idee gevoerd kan worden, is de vraag. In een tijd van toenemend nationalisme en met de natiestaat in de verdrukking tussen krachten van bovenaf en onderop, kan de weerzin tegen mensenrechten groeien. Dat is bijvoorbeeld al zichtbaar in het Verenigd Koninkrijk, maar ook in Nederland met de bed-bad- en broodregeling. Een duidelijke bepaling van de omvang en de grenzen ervan zou dan wel helpen.

 

Samuel Moyn. The Last Utopia (2010)

 

(Visited 107 times, 3 visits today)
Samenvatting
Review Date
Boektitel
Samuel Moyn, The last utopia
Waardering
41star1star1star1stargray

Geen reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.