The fragmentation of Afghanistan

augustus 16, 2006

rubinafghanistan“Als de internationale gemeenschap geen manier vindt om Afghanistan opnieuw op te bouwen, dan zal een vloed aan wapens, geld en smokkelwaar de poreuze grenzen van die staat doorkruizen en de wereld voor iedereen onveilig maken.” Dat is de laatste zin van het boek van de Amerikaanse Afghanistan-kenner Barnett Rubin dat voor het eerst verscheen in 1995. De voorspelling dat Afghanistan een bron van onrust kan worden, is uitgekomen, hoewel Rubin in zijn rijtje rampen niet de fundamentalistische ideologie en de uitvalsbasis van terrorisme noemt. En het onheilspellende is dat zijn woorden eigenlijk nog steeds waar zijn.

Rubin geeft in zijn boek een grondige analyse van de ontwikkeling van de Afghaanse staat, voorzien van cijfers en statistieken en gebaseerd op een wat marxistisch aandoende begrippenapparaat. Het centrale probleem van Afghanistan is in zijn ogen dat de staat en de samenleving altijd van elkaar los zijn blijven staan, omdat de staat voor een groot deel gebaseerd is geweest op directe of indirecte (smokkel) subsidie van het buitenland. Hierdoor ontstaat een zogenaamde rentenierstaat, een staat die op andermans kosten leeft. Ook hier is natuurlijk een sterke parallel te zien met de huidige toestand. Het huidige bewind van Hamid Karzai wordt ook met grote giften – en met militaire ondersteuning – in het zadel gehouden.

Dat was al zo toen de Afghanen in de negentiende eeuw een buffer vormden tussen de Britse en de Russische rijken. Er werd amper belasting geheven en de pogingen van diverse heersers om de macht van volkeren, stammen en de zogeheten qawm  te breken of in in ieder geval te verminderen, stuitten steeds op grote weerstand. Deze opeenvolgende mislukte pogingen tot ‘modernisering’ van Afghanistan vormen de rode draad in zijn betoog.

De qawm kan een stam, clan, beroepsgroep of kaste zijn, maar Rubin gebruikt het vooral als een term die de grootste mate van een solidariteit binnen een groep aanduidt. De vaagheid van dit begrip duidt er al op dat het niet makkelijk is om eenheid te scheppen. Binnen iedere eenheid is weer een andere onderverdeling mogelijk. Het boek bevat een pagina’s lange lijst van Afghaanse begrippen, waarvan sommige tegenwoordig algemeen bekend zijn, maar andere nog steeds redelijk obscuur. De Britten betaalden in de negentiende eeuw riant, maar de Afghaanse heersers wilden het land niet openleggen voor moderne transportmiddelen. Nog steeds heeft het land geen spoorweg.

Na de Eerste Wereldoorlog probeerde koning Amanullah (de naamgever van de uitdrukking ammehoela?) de belastingen te innen en de invloed van stammen en de religieuze kasten in te perken. Maar dat leidde tot een opstand die hij niet kon stoppen. Na de Tweede Wererldoorlog wist Afghanistan lange tijd de twee rivalen in de Koude Oorlog tegen elkaar uit te spelen. De Amerikanen legden onder andere het vliegveld in Kandahar aan. De Russen bouwden snelwegen. Beide zouden deze infrastructuur later gebruiken in hun oorlogen in Afghanistan. Langzamerhand werd ook meer onderwijs gegeven. Veel van de latere hoofdrolspelers leerden elkaar op de universiteit van Kaboel kennen. De verschillende faculteiten werden door diverse staten gesubsidieerd. Afghanistan profiteerde ook van de verkoop van gas, naast de buitenlandse hulp een voorname inkomstenbron. Opnieuw vonden botsingen met religieuze en tribale leiders plaats, bijvoorbeeld toen in 1959 vrouwen van politieke en militaire kopstukken ongesluierd in het openbaar verschenen. In de renteniersstaat waren ook ‘renteniers-revolutionairen’ ontstaan. Ook zij leunden vooral op steun uit het buitenland.

De geschiedenis sinds de staatsgreep in 1978 is eigenlijk de afwisseling van deze rentenier-revolutionairen. Eerst de communisten, die overigens onderling ook sterk verdeeld waren, die gesteund werden door de Sovjet-Unie. Tegenover hen de islamitische strijders die met steun van Pakistan, de Verenigde Staten, Saoedï-Arabië en China tegen hen ten strijde trokken. Het communistische regime leunde overigens ook sterk op enkele milities die de weg naar het noorden openhielden.

Communisme en fundamentalisme hebben volgens Rubin veel gemeen. Het zijn beide antwoorden van ‘elites die opgeleid zijn voor een wereld waar ze geen deel van kunnen uitmaken’. Tijdens de Koude Oorlog werden ze binnen een bepaalde orde gehouden. Het voordeel van de Taliban voor de Pakistanen was dat ze geen nationalistische aspiraties hadden. Ze beriepen zich niet op hun Pashtun-afkomst. Dit boek stemt pessimistisch over de kansen voor een buitenlandse macht om orde op zaken te stellen. Niet alleen omdat andere dat niet gelukt is, maar vooral omdat de loyaliteiten zo extreem verdeeld zijn, en daarbij heel beweeglijk zijn. Allianties zijn tijdelijk, bondgenootschappen zijn koopwaar. Voeg daarbij de economische toestand, en de drugs.

Rubin geeft geen antwoord op de vraag die hij in feite in zijn laatste zin stelde. Want op welke manier zou de internationale gemeenschap er in kunnen slagen om Afghanistan wel op te bouwen? Een aanzet antwoord is wel te vinden in een recentere publicatie van zijn hand, maar hij is nog niet optimistisch.

 

Barnett R. Rubin – The fragmentation of Afghanistan. State formation and Collapse in the International System. Second edition.  

(Visited 30 times, 1 visits today)

Geen reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.