Vrijheid – Annelien de Dijn

april 15, 2021

Vrijheid, wie is er niet voor? Vrijheid is wat we vieren op Bevrijdingsdag, vrijheid zit in de naam van twee grote Nederlandse partijen. ‘Wij, het vrije Westen’, dat was de ideologische boodschap van de VS en West-Europa ten tijde van de Koude Oorlog.

Maar wat is vrijheid? Of beter gezegd, wat is sinds de Grieken in de oudheid de uitleg van het begrip vrijheid in politieke zin? Dat is de vraag in het boek Vrijheid van historicus Annelien de Dijn (UU), de Nederlandse vertaling van het Engelstalige origineel Freedom. Het gaat dus niet over vrijheid als puur filosofisch of psychologisch begrip. Maar er blijft meer dan genoeg over.

Dit boek draait om de strijd tussen twee verschillende interpretaties van vrijheid. De ene is dat vrijheid betekent dat iedereen kan deelnemen aan de regering en dat vrijheid ook het vergroten van collectief welzijn inhoudt. Vrijheid is dan het verruimen van mogelijkheden.

Daartegenover staat het idee dat vrijheid vooral de bescherming van individuele rechten betekent. Daarom moet de rol van de staat zo klein mogelijk zijn. Volgens De Dijn heeft dat laatste idee sinds de negentiende eeuw de overhand gekregen. Eigenlijk hebben veel mensen en politici een beperkte uitleg van vrijheid voor lief genomen. Het doel van het boek is om vrijheid anders te bekijken en dat kan nogal wat politieke consequenties hebben.

Tirannie

De Grieken in hun stadstaten vonden het politieke begrip vrijheid uit. Vrijheid stond tegenover tirannie, die (vaak op karikaturale wijze) werd geassocieerd met Perzische rijk. In een tirannie was je je leven niet zeker, want ieder moment kon de tiran zich tegen je keren. Wie niet vrij was, was slaaf, dat was de tegenstelling. Daarom was democratie nodig, al namen alleen de ingezeten mannen die geen slaaf waren daar deel aan. In haar boek wijst De Dijn steeds op de uitsluiting van vrouwen en andere groepen, waar relevant.

Er waren al snel ook critici van het idee van vrijheid en democratie. Want die zou tot bandeloosheid en anarchie leiden, vond onder andere Plato. Hij was voorstander van het wijze bewind van een koning-filosoof of van een systeem van wetten. Wie aan de wet gehoorzaamde, was vrij. Ook dat is een opvatting die je nog steeds hoort.

Het Romeinse rijk was lang een democratie geweest, met een Brutus aan zijn wieg. Die Lucius Brutus bracht de tiran Tarquinius om het leven en besloot dat de consuls, de bestuurders voortaan zouden worden verkozen. En al was de democratie minder volledig dan bij de Grieken, er was toch een vorm van participatie.

De Dijn weet lang ingesleten beelden om te draaien. Bijvoorbeeld dat van die andere Brutus, Marcus Brutus, de moordenaar van Caesar. Die heeft vooral de naam van lafhartige verrader gekregen. Maar was hij niet de tirannendoder, de verdediger van de Romeinse democratie? Zo werd hij eeuwen later nog gezien en vereerd door aanhangers van het democratische vrijheidsidee. Tot hij op enig moment toch een slechte naam kreeg.

De moord op Caesar kon niet voorkomen dat het rijk onder het gezag van keizers kwam, al lieten ze zichzelf lange tijd niet zo noemen. Ze sloegen munten met de Romeinse vrijheidsmuts, die door vrijgelaten slaven werd gedragen. Want vrijheid, dat was een begrip waarmee ze zich wilden associëren. Historici hielden intussen het idee van de ‘ware’ democratische vrijheid levend.

Machiavelli

Het christendom komt er bij De Dijn in het opzicht van de vrijheid niet goed af. De christelijke vrijheid betekende geen politieke vrijheid en ook de latere reformatie moet volgens haar zeker niet gezien als bevrijdende kracht. Ook de Middeleeuwen komen er wat bekaaid af, de democratische traditie uit die tijd is wel goed te vinden in het boek Medezeggenschap.

Nee, het was de overlevering van de Griekse en Romeinse geschriften die het idee van de vrijheid nieuw leven inbliezen. De breuk was de renaissance, met denkers als Petrarca en Machiavelli. Die laatste was, De Dijn zegt het nog maar eens, niet alleen de gehaaide adviseur van meedogenloze machthebbers. Hij was ook of – eigenlijk vooral – een liefhebber van de vrijheid.

De glorietijd van de vrijheid kwam met de Atlantische revoluties, het meest succesvol in Amerika, maar ook in Frankrijk, Nederland en Saint-Domingue (Haïti) waren er opstanden. Wie niet vrij was, was slaaf, dat was weer het idee.

Dat in de VS de slavernij bleef bestaan, is een van de kronkels van de geschiedenis, die steeds tot vragen zullen leiden. De Dijn is ervan overtuigd dat de grondleggers van de Verenigde Staten uit waren op het scheppen van een democratie. Dat een deel van de Founding Fathers ook toen al angst had voor de volkse uitwassen van algemeen kiesrecht, en daarom een aantal veiligheidskleppen in de grondwet bouwde, is geen hoofdmoot van haar verhaal. Volgens haar was dat vooral een latere ontwikkeling.

Vrijheidsmuts

De Franse revolutie liep zoals bekend uit op de Terreur en de dictatuur van Napoleon. Al was die terreur misschien in aantallen slachtoffers niet zo groot, het politieke effect was immens. Voor de tegenstanders was bewezen: ongelimiteerde vrijheid met democratische inslag loopt uit op bloedvergieten. De tegenkrachten in Europa wonnen misschien wel meer dan de voorstanders van de vrijheid-als-democratie. Symbolisch: Het beroemde schilderij van de vrouw met de rode vrijheidsmuts en de ontblote borsten, (dat ook in het omslag van dit boek is gebruikt) verdween in het depot.

 

Dan presenteert De Dijn weer een omkering van het gebruikelijke beeld: liberalen hielden niet van de vrijheid. Ze hielden vooral niet van te veel democratie. Die was bedreigend, omdat die kon uitlopen op anarchie, de macht van het plebs of de tirannie van de meerderheid. De klassieke liberalen zoals Benjamin Constant en zelfs John Stuart Mill waarschuwden tegen te veel volkse inmenging. De ‘liberale democratie’ kwam tegenover de egalitaire democratie te staan. En liberale democratie betekende inperking van de staatsmacht en bescherming van het privé-eigendom.

Pas aan het einde van de negentiende eeuw kwam er verandering. Socialistische en radicale politici propageerden het idee dat alleen een mate van gelijkheid vrijheid kan verzekeren. Die stroming bleef krachtig tot na de Tweede Wereldoorlog, met de New Deal en de opbouw van verzorgingsstaten in Europa als belangrijke prestaties.

Negatieve en positieve vrijheid

Mede onder invloed van de Koude Oorlog  wijzigde het beeld weer. Denkers als Friedrich Hayek stelden dat iedere vorm van planning in de economie tot dictatuur leidt. Filosoof Isaiah Berlin kwam met zijn beroemde tweedeling van positieve en negatieve vrijheid. Negatieve vrijheid, dat ‘vrij zijn van’ staatsbemoeienis. Positieve vrijheid is omvattender, gaat over het ingrijpen door de staat, over het bieden van mogelijkheden. Maar over die positieve vrijheid is Berlin afwijzend, die berooft mensen volgens hem in feite van hun persoonlijke, morele vrijheid.

De voorkeur voor negatieve vrijheid, voor de beperking van de staatsmacht, geldt volgens De Dijn nog steeds. Ze haalt in het nawooord enkele recente Amerikaanse denkers aan, onder wie Fareed Zakaria, die waarschuwen voor een teveel aan democratie. (Het is jammer dat Europa ontbreekt in het nawoord, dat nogal toegeschreven lijkt op de oorspronkelijke Amerikaanse editie.)

Referendum

Ideeëngeschiedenis heeft het risico nogal abstract te zijn. De Dijn heeft dat risico beperkt door levendige scenes in haar verhaal op te nemen. Er zijn tirannendoders, wellustige keizers, grappende filosofen en andere kleurrijke figuren, zeker in het deel over de oudheid en de renaissance. In de latere hoofdstukken is het abstractieniveau wat hoger. Maar de relevantie van de inhoud blijft duidelijk. Die oude discussies over vrijheid, democratie en gelijkheid worden tot op de dag van vandaag voortgezet.

Je kunt deze ideeëngeschiedenis ook zien als het verslag van de strijd om een aantrekkelijk frame, een begeerlijk imago. Wie zich met de muts van de vrijheid weet te tooien, staat voor in de politieke race: of je nu keizer of slaaf bent. Ondanks hun misschien twijfelachtige voorgeschiedenis is dat de liberalen lange tijd gelukt. De angst voor een te volkse stem zit er diep in bij het establishment.

Dat betoog, dat de democratie ondergesneeuwd is, kan in principe leiden tot een verklaring of zelfs verdediging van het populisme, dat in Nederland in de Partij voor de Vrijheid de sterkste stem heeft. En is niet Thierry Baudet met zijn pleidooi voor referenda, nu de voorvechter van de directe stem van het volk? Toch zou dat denk ik een verkeerde uitleg van dit boek zijn. Belangrijk punt voor De Dijn is immers het vergroten van het collectieve welzijn voor iedereen. De nationalistische boodschap van deze politici staat daar haaks op.

Communicerende vaten

De rode lijn in dit boek is dat De Dijn twee begrippen van vrijheid tegenover elkaar stelt: het democratische, collectieve tegenover het individuele, op rechten gebaseerde begrip. Maar is dat per se een tegenstelling? Is het niet mogelijk of zelfs wenselijk die twee te verenigen, om de stem en het welzijn van iedereen mee te wegen en tegelijk individuele rechten te beschermen? De Dijn stelt de twee begrippen voor als communicerende vaten, maar is het idee van de democratische rechtsstaat niet van beide een beetje te hebben? De mate waarin individuele rechten moeten wijken voor collectief welzijn of waarin collectieve afspraken ruimte laten voor individuele keuzes, daar draait het debat steeds om.

Dat de slinger lange tijd doorsloeg naar de individuele vrijheid, daarin heeft De Dijn gelijk. Een denker als Paul Teule, die ook wees op de eenzijdige uitleg van het vrijheidsbegrip, ging haar daarin voor. Maar in de VS en misschien ook wel in Europa gaat de politieke stroming in 2020-2021 voorzichtig de andere kant op. Heel vaak zijn die discussies over vrijheid en gelijkheid vanuit economisch perspectief aangezwengeld, door onder meer Piketty of Mazzucato. De Dijn doet dat vanuit historisch en politiek perspectief en dat is zeker een zo vruchtbare invalshoek.

Dit boek geeft dus aanleiding tot discussie, presenteert scherpe inzichten, biedt mooie verhalen, neemt duidelijk stelling en brengt verheldering over een complex en cruciaal idee. Meer is er niet te wensen van zo’n werk.

(Visited 39 times, 9 visits today)
Samenvatting
Review Date
Boektitel
Vrijheid. Een woelige geschiedenis - Annelien de Dijn (Alfabet uitgevers)
Waardering
51star1star1star1star1star

Een reactie

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.