
Die afstandelijkheid is te merken in het e-boek van The New York Times over de ervaringen met WikiLeaks.
Het bevat een inleiding en verantwoording van hoofdredacteur Bill Keller, een behoorlijk evenwichtig en uitgebreid portret van Assange, een korter stuk over Bradley Manning en een verzameling artikelen uit de krant, zowel over de documenten van WikiLeaks als meer beschouwende stukken.
Keller vindt Assange geen journalist, maar een bron. En zo heeft de New York Times hem ook behandeld. Hoe intensief de samenwerking met zo’n bron ook kan zijn, er blijft er altijd een scheiding bestaan. Dat bleek ook uit het portret van Assange, waar de Wikileaks-oprichter zo boos over werd.
Keller verdedigt wel het recht van WikiLeaks om deze stukken te publiceren. Maar hij relativeert wel het belang van de publicatie voor de toekomst van de journalistiek. Internet was er voor WikiLeaks.
Keller noteert dat de verhouding met Assange verslechterde in de loop van de tijd. Op een cruciaal moment eiste Assange een verontschuldiging op de voorpagina van de krant. Maar Assange was zijn monopolie op de stukken kwijt en die verontschuldiging kwam er nooit. Het laatste deel van de geheime stukken kreeg The New York Times via The Guardian, die ook zijn eigen, tweede bron had. De solidariteit tussen de kranten was groter dan de solidariteit met Assange, die zichzelf natuurlijk behoorlijk onmogelijk maakte met zijn eigenzinnige gedrag.
De inhoudelijke beoordeling van de verschillende documenten door The Guardian en de NY Times was nogal verschillend. The Guardian ‘ontdekte’ honderden niet-gerapporteerde burgerdoden in de documenten over de oorlog in Afghanistan. Volgens The Times waren die voor het grootste deel al bekend. Omgekeerd vond The Guardian de ‘opening’ van de NY Times over de slechte verhouding tussen de VS en Pakistan geen nieuws.
Keller is onder de indruk van de documenten, maar is er niet ondersteboven van. De documenten zijn niet wereldschokkend, maar vullen onze kennis van de wereld aan. Ze verdiepen ons beeld van de wereld, maar veranderen dat niet radicaal, aldus Keller. En net als in Guardina boek worden de volkeren van Tunesie (en Egypte) als getuige opgeroepen. Het beeld van de corrupte en tirannieke heersers werd bevestigd. Het zou interessant zijn om die bewering over de invloed van die onthullingen te onderzoeken.
Dit is al met al een nogal nuchtere bijdrage aan het debat over WikiLeaks en Assange. Dit e-book is minder smeuig dan die van The Guardian. De verzameling artikelen doet wat gemakzuchtig aan. Maar het stuk van NY Times-redacteur David Sanger over de cables geeft wel een mooi overzicht. De impressie uit de verslagen van de Amerikaanse diplomaten is er een van pragmatisme, een zoektocht naar de rol van de Verenigde Staten. Het zijn in ieder geval niet de imperialisten die de wereld naar hun hand kunnen zetten. Daarmee wordt, of je het ermee eens bent of niet, in ieder geval een perspectief gegeven op de massa aan documenten.
New York Times, Open secrets. WikiLeaks, war and American diplomacy (2011)





Geen reacties