Moeten wij van elkaar houden? – Bas Heijne

juli 5, 2011

heijneEen van de meest indringende gebeurtenissen die Bas Heijne de laatste tijd zag, was het doodschieten van een kariboe door Sarah Palin. Het was onderdeel van een tv-serie waarin Palin als een gewone, volkse vrouw werd geportretteerd. Maar dit was niet meer zomaar een jacht, Palin richtte haar geweer op de ‘morele superioriteit’ van al haar tegenstanders. En dat is misschien ook wel een beetje terecht, want die morele superioriteit is maar al te vaak gebaseerd op het ‘zwelgen’ in het geloof in eigen goedheid.
Palin heeft dus gelijk, aldus Bas Heijne.
Op zijn minst een beetje, want dit is natuurlijk geen onvoorwaardelijke liefdesverklaring aan Sarah Palin en haar Amerikaanse vorm van populisme. Maar in ieder geval hebben haar progressieve tegenstanders ook niet helemaal gelijk met hun verontwaardigde antwoorden vanuit de ivoren toren van het linkse gedachtegoed.

Die spanning tussen links en rechts, ideaal en werkelijkheid, Verlichting en Contraverlichting, doordesemt dit boek. Dat kan je ontzettend genuanceerd vinden, als een echte zoektocht van een intellectueel in een verwarrend tijdperk. Maar je kan het ook behoorlijk vaag vinden, soms zelfs zweverig.
Tegelijk heeft dit boekje zijn eigen populistische neiging: het is een feel good moment voor de elite. Hier heeft ‘een van ons’ het maar eens mooi gezegd. Maar de linkse elite wordt niet naar de mond gepraat.

Heijne doet niet aan definities van het populisme. Veel voorbeelden gebruikt hij ook niet. Hij neemt meer afstand. Maar er valt wel uit op te maken dat volgens hem populisme vooral het streven naar gemeenschap is, naar een vast omlijnde identiteit in een tijd van soms dramatische veranderingen. Het is een cultureel fenomeen en niet in de eerste plaats een politiek verschijnsel. Daarom is het een illusie dat het politiek bestreden kan worden, aldus Heijne.
Het populisme haakt in op tendensen die al aanwezig waren: mensen willen regels voor anderen, maar niet voor zichzelf. Ze eisen vrijheid op, voor zichzelf, niet voor anderen. Niet als eerste signaleert hij dat de populisten selectief winkelen in de idealen van de Verlichting.
Ze willen afgaan op hun eigen beleving en waarneming; hun belevingswereld staat centraal, niet de wereld. Het gezag van anderen, die er voor doorgeleerd hebben, geldt niet meer.

De populisten maken gebruik van al dan niet vermeende concrete voorbeelden en sterke, herkenbare retoriek, de anti-populisten komen met een kansloze verdediging door te hameren op abstracties als de rechtsstaat.
Populistische stromingen lijken de plaats van religie te hebben ingenomen. Het religieuze thema werd zwaar aangezet door Pim Fortuyn, die als verlosser werd gecast. Identiteit heeft de trekken van een geloof gekregen, schrijft Heijne. Het biedt op een amper te doorgronden en zeker niet rationele manier houvast.

Links is hypocriet, dat is de standaard klacht. Hooggestemde idealen als gelijkheid worden ontmaskerd als lege hulzen. Ook mensen die de mond vol hebben van de multiculturele samenleving sturen hun kinderen naar een witte school.
Palin en haar medestanders zeggen dat we maar moeten erkennen hoe de mens is.

‘Zelden worden ze adequaat van repliek gediend,’ constateert Heijne, waarbij ‘ze’ de populisten zijn. Maar dat doet hij ook niet.
Het populisme wordt hier dan misschien ‘ontleed’ om de ondertitel te citeren, maar een geloofwaardige remedie wordt niet voorgeschreven. Zijn ‘oplossing’ is het verlichtingsdenken als levenshouding in te zetten. Maar dat is heel vaag, zoals in Humo werd gesteld. Wat betekent het als idealen als vrijheid, gelijkheid en broederschap alleen nog een vaag soort uitgangspunt zijn? Weinig tot niks, want als de ‘natuur’ van de mens erom vraagt kan er vanaf worden geweken.
Is Heijne op weg een conservatief te worden? Met zijn desillusie in de menselijke natuur is hij al een eind die kant op gegaan. Dit is dan ook geen progressieve of linkse repliek op het populisme, maar het omzichtig zoeken van een omgangsvorm, een houvast. Op zoek naar identiteit?
Dit boek is dus tegelijk een analyse als symptoom van een verwarrende tijd.

(Visited 238 times, 1 visits today)
Samenvatting
Review Date
Boektitel
Bas Heijne. Moeten we van elkaar houden?
Waardering
31star1star1stargraygray

Een reactie

  • Comte de Saint-Eficace april 7, 2015op12:14 pm

    Bas Heijne? De jonge afgod van de ‘literatuurminnende’ Grachtengordel van weleer? Conservatief a.h. worden… “Errug intressant allemaal” om het in leukemeisjesspeak te zeggen. Ik had wel al zoiets opgevangen… maar dit is nog van 2011. Ik heb de Nederlandsche literatuur de afgelopen jaren een beetje links laten liggen. (Boudewijn van Houten: “Where else could you leave it?”)

    Hier wordt gesteld: “Links is hypocriet, dat is de standaard klacht. Hooggestemde idealen als gelijkheid worden ontmaskerd als lege hulzen. Ook mensen die de mond vol hebben van de multiculturele samenleving sturen hun kinderen naar een witte school.”

    Ja, links IS inderdaad hypocriet. De hele politieke en ‘culturele’ elite is hypocriet. Nederland is nog altijd een land waar ouders hun kind liever achter de balie bij de bank zien zitten dan als (beter betaalde) electricien, of zo iets. De slechts in bescheiden mate van elkaar verschillende ‘stromingen’ zitten inmiddels vrij dicht bij elkaar in een tamelijk klein bassin. Teveel ‘stroming’ wordt niet heel erg op prijs gesteld. Felle radicale ‘hoog opgeleide’ democraten in schitterende ‘leidinggevende functies’, gewone – maar héél gepassioneerde – mensen zonder stropdas. (En dit gelukkig niet alleen maar omdat er na aankoop maatkostuum geen geld meer over was – nee ze zijn echt gewoon hoor, hoe ‘academisch’hun ‘denkniveau’ ook moge zijn. Heel gewoon… doodgewoon. Farce Majeure wist het wel te brengen, toen het Europa nog van de Negen was. Wel een zegen natuurlijk.)

    en deze “mensen willen regels voor anderen, maar niet voor zichzelf. Ze eisen vrijheid op, voor zichzelf, niet voor anderen.”

    ‘Tis waar, ze schreeuwen moord en brand zodra anderen er blijk geven te denken dat ze ook vrij zijn hun – lelijke en ‘enge’ afwijkende – meningen te uiten… en, worse, zelfs hun stemgedrag daarop af te stemmen! Daar was al die democratie nou ook weer niet voor bedoeld, toch? Het volk regeert, maar niet DAT volk. Maak ze bij elke zich voordoende gelegenheid belachelijk. ‘Shout them down.’ Kijk of er juridische stappen mogelijk zijn. Nu ja, de gebruikelijke reacties zijn bekend – hoezeer ze ook worden ontkend.

    Het lot van een ‘klasse'(mag je eigenlijk niet zeggen, ik weet het) die dacht dat de stabliteit van haar systeem onaantastbaar was. Die er van uit ging dat ‘hier’ geen einde aan zou komen. Wie weet? Zijn dat… scheurtjes? Snel! Jasje uit, cordon sanitaire (zeg maar cirkel) goed doortrekken… De beproefde bezweringen! SEX!!! MANDELA!!! ‘FASSISME!!!’ ANNE FRANK!!! OVERLEG!!! VRIJHEID!!! DEMOCRATIE!!! (Of iemand nog in die laatste trapt is maar de vraag. N’ja, baat het niet…) RECHTEN VAN DE MENS!!!

    Hoe verstandig is het om zich in deze zaken te verlaten op dergelijke magische massagetechnieken? Als de reclamejongens het – tussen de zelfelicitatiesessies door – nog steeds wil lukken, nou dan? (Zij en onze ‘regentjes’ dienen dezelfde belangen, en boeren er goed bij.) Uiteraard geen bijgeloof – zijn ze te verlicht-secularistisch voor. (Trithemius was natuurlijk één en al cryptographie. Maar het blijft uitkijken. Het wordt steeds duidelijker dat een hedendaagse academische opleiding de begunstigde net zo min vrijwaart voor spellingsirregulariteiten als die van de ‘ouden’, die hun grimoires nog bij kaarslight kopieerden. De neozweverigheid maant tot – op zijn minst – voorzichtigheid!)

    Onze maatschappij, Het Vrije Westen, weet U nog? ‘N maakbare samenleving met een aaibare overheid… waarin kringen die de problemen hebben veroorzaakt vaak ‘oplossingen’ komen aandragen (vgl. de milieuproblematiek). Een maatschappij waarin wellicht alsnog die voorspellingen zullen uitkomen die U, oud en krakkemikkig als U, niet minder dan ik, bent, moe en der dagen zat, nog kent uit bepaalde schoolboekjes in de late jaren zeuventig. Over de invulling van al die vrije tijd waarover we dankzij de vooruitgang al ras zouden beschikken… Nostradamus heeft het vast ook wel ergens aangestipt. Was het niet “Elk voordeel hep weer zijn nadeel”? Nou uitkomen, dat kan wel zijn… maar om andere redenen dan wel werd gedacht. Of staan houden we nog stug vast aan het leerstuk van de 100% werkgelegenheid.

    Het wordt, vrees ik, toch nog allemaal ‘errug intressant ; dit eerder conform de voorspelling van die beledigde ouwe Chinees, “Dat gij in interessane tijden moogt leven!” Daar kan Nostradamus nog een punt aan zuigen. Misschien spat de hele sociaal gemicrofragmenteerde, schijndemocratische, milieuvervuilende pseudovrijheidszeepbel uit elkaar voor de knappe koppen ons verdwaasde consumenten van vervangende ongelimiteerde brandstofbronnen en het eeuwige leven kunnen voorzien.

    Elk nadeel hep toch zijn voordeel?

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.