De altijd oorlog – Dexter Filkins

januari 20, 2009

filkins

Er is een Chinees gezegde dat stelt dat in oorlog nooit teveel misleiding kan zitten. In een handleiding voor jihadi's uit 2005 werd het net anders verwoord: oorlog bestaat uit trucs. Daarom moet een jihadi op weg naar Irak jeans dragen, donuts eten en een walkman meenemen met een willekeurig muziekbandje erin.
Voormalig oorlogscorrespondent Dexter Filkins citeert de jihadi handleiding in zijn boek over de oorlogen in Irak en Afghanistan. Misleiding, leugens, verraad, misbruik van vertrouwen, dubbelspel, het zit er vol mee. Wie kan je geloven in deze conflicten?

Filkins trekt op met de politicus Ahmad Chalabi, die toen hij nog in ballingschap verkeerde, de Amerikaanse neocon’s ervan overtuigde dat een oorlog tegen Irak gerechtvaardigd was. Nu heeft hij nieuwe sponsoren. Filkins gaat met hem mee naar Iran, want Chalabi past zich als een kameleon aan, en komt steeds weer boven.
De oorlogscorrespondent onderhandelt met een informant die zegt informatie te hebben over zijn ontvoerde collega Jill Carroll. Hij raakt rechtstreeks betrokken als hij met die informatie naar de CIA stapt en de inlichtingendienst zijn bron gaat afluisteren. Een contact van de bron wordt vervolgens opgepakt. Maar de informant blijkt hem minstens een keer valse inlichtingen te hebben gegeven. Carrol werd maanden later vrijgelaten, wat overigens niet in het boek staat.
Dat de Irakezen liegen tegen de Amerikanen is begrijpelijk, schrijft hij. Onderling vertellen ze elkaar uiteraard iets heel anders dan tegen de ‘bezetters’. Maar dat de Amerikanen elkaar leugens vertelden, zoals de commandant die hem wijs probeert te maken dat de meeste Irakezen blij zijn dat de Amerikanen er zijn, dat is het ergst. Maar je moet ergens in blijven geloven en de werkelijkheid van Irak was niet te verdragen.
Hij vertelt over een actie van het Amerikaanse leger in het Saddam-ziekenhuis in Ramadi. Als ieder gevaar geweken is, arriveren de Iraakse troepen. In het persbericht over de actie werd de volgorde precies omgedraaid.

Filkins was al verslaggever in Afghanistan voor de aanslagen van 2001. Hij zag er executies en verminkingen in het voetbalstadion, een van de weinige uitjes die de bevolking van Kaboel had.
Maar het zwaartepunt ligt bij  de strijd in Irak. Daar was Filkins langere tijd een van de correspondenten van de New York Times. Hij leefde met zijn collega’s van die krant in een zwaar bewaakte woning. Hun Iraakse collega’s en assistenten namen groot risico door met de Amerikanen te werken en twee van hen werden vermoord.

De titel van dit boek kan slaan op de jihad die altijd doorgaat ‘tot de dag des oordeels,’ zoals Filkins van een madrassastudent te horen krijgt. Maar ook op de ongeschreven regels die het mogelijk maken dat de strijd in Afghanistan al decennia voortduurt. Omkoping speelt daar een belangrijke rol in. En misschien nog wel het meest op de oorlog die ook in het hoofd van Filkins steeds doorgaat.

Filkins boek is gebaseerd op de 516 notitieboekjes die hij Irak en Afghanistan volpende.
Voor een groot deel bestaat het boek uit soms korte impressies van het leven in oorlogstijd, geordend naar thema’s zoals aanslagen of de beveiliging. Filkins presenteert de absurditeiten sober. Ze hoeven niet literair aangedikt te worden. Juist die directheid maakt de verhalen tastbaar.
Hij behandelt niet alleen het perspectief van de Amerikaanse soldaat, maar ook dat van Irakezen die voor de Amerikanen werken en hij praat zelfs met de jihadi’s. Hij schetst zo een veelzijdig beeld van de complexiteit van het conflict. Analyse laat hij aan anderen over.
Het is een zeer persoonlijk boek geworden. Als verslaggever is het onmogelijk om niet betrokken te raken. Samen met een fotograaf trekt hij op met mariniers in Falluja. Hij bevindt zich direct aan het front, als je daar van kan spreken in een stadsoorlog. Als de fotograaf een foto wil maken van een lijk in een minaret, wordt de marinier die hen begeleidt doodgeschoten. Het is een zo aangrijpend verhaal, waarna je eigenlijk niet verder wil lezen.
Filkins wisselt deze hard-realistische beschrijvingen af met luchtiger verhalen, zoals dat over de Irakese soldaten die er aanstoot aan nemen dat hij in zijn korte broek hardloopt.

americaisnotat_warTerug uit Irak en Afghanistan vroegen mensen naar oorlogsverslaggever Dexter Filkins naar zijn ervaringen. Was het echt zo erg? Die gesprekken liepen snel dood. Alleen de soldaten en anderen die daar waren geweest, begrepen hem. “De rest van het land kon het niet veel schelen.” Het doet denken aan die foto met de mariniers. “America is not at war. The Marine Corps is at war. America is at the mall.”

De titel van The forever war is niet erg fraai vertaald. Mooier was Altijd oorlog. Dat is een kwestie van smaak, misschien. Maar in deze uitgave staan ook (te) veel storende vertaalfouten. Zo wordt control vertaald met controleren in plaats van beheersen, en pantserwagen in plaats van gepantserde auto. De soldaten rollen ergens naar binnen, waar ze gewoon rijden. Iemand slaapt in zijn laarzen en niet met zijn laarzen (kistjes) aan. Firefighters worden vuurbestrijders genoemd, in plaats van brandweermannen. Intelligence wordt met intelligentie vertaald terwijl de context duidelijk maakt dat het om inlichtingen moet gaan. Waarom gaan deze elementaire dingen mis? Een vertaler is toch geen computer?

Waardering: 4half-sterren

Dexter Filkins, De altijd oorlog

Bruna

(Visited 52 times, 1 visits today)

Geen reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.