The accidental guerrilla – David Kilcullen

mei 5, 2009

accidentalZolang westerse troepen in landen als Irak en Afghanistan in hun kampen blijven zitten, zullen ze de strijd daar nooit winnen. Ze moeten zich onder de mensen mengen en niet meer de bestrijding van de vijand, maar de bescherming van de bevolking centraal stellen. Maar nog beter is het dat westerse landen uit deze landen wegblijven.
Dat is de stelling van de Australische militair en counter-insurgencydeskundige David Kilcullen, die nauw betrokken was bij de recente nieuwe aanpak van de Amerikanen in Irak en ook op een aantal andere slagvelden rondkeek. Hij heeft in dit boek veel bijeengebracht over de wereldwijde strijd tegen het islamistisch extremisme, die op verschillende fronten heel eigen vormen kan aannnemen.

De ‘oorlog tegen terrorisme’ is een van die ‘wicked problems’ die zich niet makkelijk laten oplossen. Erger nog, er is niet één oplossing en iedere poging om een deel op te lossen kan het probleem juist vergroten en de aard ervan veranderen. Dat blijkt vooral in Irak. Kilcullen was een van de tegenstanders van deze oorlog. Die heeft juist gezorgd voor aanmoediging van het islamistisch verzet. Kilcullen gebruikt overigens de term ‘takfiri’-extremisme en dus niet een van die andere termen die gebruikelijk zijn, zoals salafistisch-jihadistisch of islamistisch. Takfiri zijn moslims die zichzelf het voorrecht hebben gegeven andere moslims als ongelovigen te bestempelen.
Welk etiket je er ook plakt, de meeste gewapende tegenstanders van het westen en de officiële regeringen in Irak en Afghanistan zijn geen ideologische strijders, maar ‘toevallige guerrillero’s’. Het zijn mensen die om een of andere reden woedend zijn op de westerlingen, omdat die zich in hun ruimte hebben begeven. Vaak is het overweldigende optreden, of het niet respecteren van de lokale gewoontes een belangrijk motief. Ook corruptie of oude vetes kunnen er toe leiden dat één stam voor de regering kiest en de ander voor het verzet. Onlangs werd in de Volkskrant een aardig inzicht gegeven in de vooral lokale redenen waarom bepaalde groepen in Afghanistan vechten.

Een bijkomend probleem is wel dat de Afghanen nogal van vechten houden. Kilcullen vertelt over een aanval op westerse troepen in Uruzgan. De boeren uit de omgeving gingen spontaan hun wapen halen en meevechten. Puur omdat het niet voorstelbaar om zo’n buitenkans te laten lopen. Als er gevochten wordt, doe je mee.
Maar door veel terughoudender en slimmer op te treden kan veel wrevel worden voorkomen. De tactiek van ‘repetitive raiding’ moet worden verlaten om plaats te maken voor ‘permanent presence’. Juist de terroristen hopen op een reactie die hun in de kaart speelt, zoals Louise Richardson ook schrijft. Terroristen zijn bijna per definitie zwak. Ze hebben dus de kracht van hun veel sterkere tegenstander nodig om meer effect te bereiken. Misschien was daarom de reactie van toenmalig minister-president Wim Kok op de aanslagen van 11 september niet zo onverstandig. Hij hoopte gelijk op een gematigde reactie. Nu is het niet meer ongewoon om niet zozeer die aanslagen maar de reactie van de Amerikanen als het beslissende moment zien in de escalatie van de strijd tussen het westen en wat Kilcullen de takfiri noemt.

Met een gematigder reactie kan de harde kern van doorgewinterde, ideologisch gemotiveerde strijders worden geïsoleerd en vervolgens veel makkelijk worden bestreden.
Wie wil ingrijpen in een verafgelegen land, heeft ook veel kennis van de lokale verhoudingen nodig. In plaats van militairen die een beetje informatie hebben over de cultuur en de politiek, zouden er eigenlijk gewapende sociale wetenschappers op pad moeten, is de indruk die Kilcullen wekt.

Kilcullen behandelt de strijd in Irak en Afghanistan uitvoerig.
De oorlog in Irak werd steeds bloediger. Al Qaida in Irak (in dit boek handig afgekort als AQI) leek te slagen in de strategie om de verschillende bevolkingsgroepen tegen elkaar op te zetten. Iedere aanslag lokte een reactie uit. De Amerikanen en Iraakse overheid leken niet in staat het geweld te keren.
Toen gebeurde er iets opvallends. Soenitische stammen keerden zich tegen AQI. De aanleiding was, volgens een van de verhalen die Kilcullen optekent, dat de extremisten zich de vrouwen van de stammen toe-eigenden. Tegelijkertijd veranderden de Amerikanen hun strategie. Ze richten zich niet meer in de eerste plaats op de bestrijding van de vijand, maar op de bescherming van de bevolking. Daaraan was gekoppeld een uitbreiding van het aantal militairen, – de zogeheten Surge – maar dat was meer een ingrediënt dan de oorzaak van de grote verandering.

In het hoofdstuk over Afghanistan gaat hij diep op een ander succesverhaal: de aanleg van een weg in de oostelijke provincie Kunar. Het ging niet om de weg, maar om de manier waarop die werd aangelegd en de verhouding tussen de Amerikanen, de bevolking en de vertegenwoordigers van de regering. Kilcullen heeft de hoop nog niet opgegeven, maar denkt dat de missie daar zich op een keerpunt bevindt.
Aan de basis van de problemen in Afghanistan liggen verstoorde verhoudingen op het niveau van de stammen. De traditionele relaties zijn na de Sovjet-inval verschoven. Daarom is het voor de westerse troepen ook zo lastig om te bepalen met wie ze moeten praten en samenwerken. Een uitputtende analyse van de mislukking van het westerse ingrijpen geeft hij overigens niet, maar die is impliciet des te duidelijker. Dit is ook geen afstandelijk of objectief boek. Het wisselt beschrijving, ook uit de eerste hand, analyse en aanbevelingen af.

Hij somt uiteindelijk acht aanbevelingen op: Er is een politieke strategie nodig om een regering op te bouwen. Dat moet gebeuren in een veelomvattende aanpak met civiele en militaire kanten. Er moet continuïteit zitten in de aanwezigheid van belangrijke personen en in het beleid. De bevolking moet centraal staan. Deze ‘people-centric’ benadering, die ook bij Rupert Smith al te ontwaren is, is het credo en misschien wel de moderne variant op het winnen van ‘hearts and minds’. Ontwikkeling, bestuur en veiligheid moeten op elkaar afgestemd worden. De lokale regering moet het voortouw hebben. Er moeten betrouwbare lokale veilgheidstroepen worden opgebouwd. De hele regio moet bij de aanpak van de problemen worden betrokken.

kampholland_in_aanbouw

Kamp Holland in Uruzgan in aanbouw (eigen foto)

De ideeën die Kilcullen ontvouwt zijn niet spectaculair nieuw te noemen. Hij verwijst zelfs naar de boeken van Bernard Fall over de strijd van de Fransen in Vietnam. Misschien is dit ook wel hoe bijvoorbeeld de Nederlandse regering zou willen dat er opgetreden wordt in Uruzgan, hoewel ook het merendeel van de Nederlanders binnen de relatief veilige grenzen van Kamp Holland blijft. Het probleem zit dan ook niet zozeer in het bedenken van deze uitgangspunten, maar in de uitvoering. Nieuw zou zijn als ze ook zou worden uitgevoerd.

Dan nog blijft het volgens Kilcullen niet aan te bevelen. Beter dan interventie en counter-insurgency is een rol op de achterhand. Hij wijst op Thailand waar een lokale opstand van moslims geen onderdeel is geworden van de algemene ‘strijd tegen terrorisme.’ Het westen heeft zich er niet in gemengd, en Al Qaida ook niet. Als de een dat zou doen, kan de ander natuurlijk niet achterblijven.

Theologie is in de ogen van Kilcullen niet het doorslaggevende punt. Zeer orthodoxe moslims kunnen ideologisch gezien zeer gematigd zijn. Daarom moet de bestrijding van radicalisering zich ook niet op theologie richten. Wel moet de moslimgemeenschap versterkt worden.
Zijn oordeel dat de Hofstadgroep eerder subversief is dan terroristisch is twijfelachtig. Volgens hem was de Hofstadgroep vooral gericht op de intimidatie van gematigde krachten en tegenstanders van takfiri-groepen. Hoewel het onderscheid tussen subversie en terrorisme op zich praktisch kan zijn, lijkt het hier niet erg gefundeerd. De belangrijkste veroordelingen van leden van de Hofstadgroep waren uiteraard voor de moord op Theo van Gogh, en voor geplande aanslagen.
Het is een schoonheidsfoutje in een belangrijk boek. Kilcullen ramt zijn boodschap erin en weet zichzelf soms een pagina drie maal te herhalen. Maar die boodschap is gewichtig genoeg en dit boek bestrijkt in driehonderd pagina’s een zeer breed terrein. Zeker aan te bevelen.

David Kilcullen, The accidental guerrilla. Fighting small wars in the midst of a big one (2009)

(Visited 93 times, 1 visits today)
Samenvatting
Review Date
Boektitel
The accidental guerrilla, David Kilcullen
Waardering
51star1star1star1star1star

Geen reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.