In dubio – Rob Wijnberg

juli 2, 2008

dubioVan de arrestatie van Gregorius Nekschot tot het verbod op godslastering en het uitblijven van de vervolging van Geert Wilders: het debat over de vrijheid van meningsuiting woedt volop. Maar de diepgang van dat debat is vaak beperkt. Dat is anders in het korte boekje van NRC-redacteur Rob Wijnberg.
In nog geen 140 pagina’s weet hij een hoop te bespreken. Hij vermijdt al in de eerste pagina’s een van de meest voorkomende valkuilen in dit debat: om iedere beknotting van de verspreiding van standpunten waar je het min of meer mee eens bent af te schilderen als censuur terwijl de belemmering van onwelgevallige meningen wordt toegejuicht. Neem bijvoorbeeld het dossier ‘censuur’ van Elsevier, waar uitsluitend de beknotting van ‘rechtse’ opvattingen worden besproken. Velen claimen graag vrijheid van meningsuiting voor eigen standpunten, maar vinden vaak reden om andere meningen te beperken. En vaak zijn dat partijen met ‘vrijheid’ in hun naam.

Volgens Wijnberg is vrijheid van meningsuiting het meest onderschatte en meest fundamentele grondrecht van de mens. Zonder dat hebben andere vrijheden geen zin. Maar de verdedigers ervan komen volgens hem vaak niet ver met hun argumenten.
Wijnberg denkt niet dat vrijheid van meningsuiting onbeperkt is. Die is begrensd omdat er altijd een idee bestaat over wat verkeerd of zinloos is om te zeggen. Eigenlijk is het alleen zinvol om ‘het goede’ uit te drukken. Maar zolang daar geen definitie van bestaat is het onmogelijk om definitieve grenzen aan de vrijheid van meningsuiting te stellen. Vrijheid van meningsuiting is het recht om de definitieve vaststelling van ‘goed’ en ‘kwaad’ uit te stellen, het recht dus om te twijfelen. Toch is zo’n uitsteloperatie natuurlijk niet altijd mogelijk. Voortdurend moeten we bepalen wat goed of kwaad is, of iets er tussen in. Op basis daarvan kan gehandeld worden. En als we dat hebben gedaan kunnen we daar weer aan twijfelen.
De grenzen die aan meningsvrijheid worden gesteld zijn volgens Wijnberg ‘arbitrair’ omdat we niet zeker weten wat ‘goed’ is. Hij vindt dat teleurstellend, maar waarom? In ieder geval geeft het aan dat deze grenzen veranderlijk zijn. Die beperkingen zijn een uiting van de historische en maatschappelijke ontwikkelingen. Ze vormen de weerslag van wat een maatschappij ‘het goede’ vindt, al is het juist te beseffen dat die opvatting tijdelijk en aan verandering onderhevig is.
Wijnberg verabsoluteert de vrijheid van meningsuiting en schroeft die los van alle context. In feite maakt hij van de ‘waardeloze’ vvm de hoogste waarde.
Volgens Wijnberg is het helemaal verkeerd dat rechters uitingen als het uitschelden van agenten of het opsteken van een middelvinger als beledigend veroordelen. Want daardoor wordt de betekenis van bepaalde woorden of gebaren zoals een opgestoken middelvinger vastgelegd. Inderdaad zijn dit soort veroordelingen ‘aan de tijdsgeest verbonden. Maar dat betekent juist dat ze kunnen veranderen en niet voor eeuwig vastliggen.
Vreemd dat Wijnberg dat schrijft want elders noteert hij met instemming dat uitspraken waarvoor Hans Janmaat veroordeeld werd, door Geert Wilders straffeloos gedaan kunnen worden.
Wijnberg komt met spitsvondige redeneringen. Zo wil hij af van het verbod op discrimatie en racisme omdat we door het verbod het idee zouden kunnen krijgen dat dit niet meer bestaat. Alsof iemand denkt dat het verbod op moord ook de praktijk bepaalt.
Hij schrijft mooie zinnetjes, zoals “De dictator bestaat niet uit het gedachtegoed dat hij voorstaat, maar uit het stilzwijgen dat hem omringt.” Maar daarmee wordt de last wel heel erg afgewenteld van het gedachtegoed. Zou daar niet iets mee mis kunnen zijn?
Vaak schiet hij ook raak. Want wat is dat bijvoorbeeld een raar zinnetje in het regeerakkoord dat alle burgers de plicht hebben vrijheid van meningsuiting en vrijheid van godsdienst te verdedigen? Je mag daar toch ook gewoon tegen zijn?

Wijnberg zelf vindt dat vrijheid van godsdienst een overbodig grondrecht is en wie uitsluitend de logica volgt kan hen hem schijnbaar alleen maar gelijk geven. Wat is godsdienst anders dan ‘een mening’ en waarom zou die meer of in ieder geval apart bescherming behoeven? Toch is daar wel een adequaat antwoord op. Vrijheid van meningsuiting kan alleen bestaan zolang er geen absolute claim op de waarheid bestaat. Religies maken die claim juist wel. De vrijheid van godsdienst is dus geen religieus beginsel, misschien eerder het tegendeel. Het geeft namelijk aan dat verschillende religies (welke dat zijn doen dat er in principe minder toe) naast elkaar kunnen bestaan. Daardoor kunnen ze hun claim op de waarheid in ieder geval in het wereldse domein, waar de grondwet en de Universele verklaring van de rechten van de mens betrekking op hebben, niet hard maken. Vrijheid van godsdienst is dus inperking van iedere afzonderlijke godsdienst. Een theocratie zal nooit vrijheid van godsdienst kennen. En het is nog steeds van belang dat te erkennen, zolang er religies zijn die daar daar anders over denken of mensen die vrezen dat dit zo zou kunnen zijn. Verder ontkent zo’n aanval op de vrijheid van godsdienst ook de historische fundamenten daarvan. Een Grondwet hoeft niet alleen een filosofisch kloppend stuk zijn, maar is ook een weerslag van de geschiedenis van een land.

Rob Wijnberg, In Dubio.
Vrijheid van meningsuiting als het recht om te twijfelen. (2008)

(Visited 248 times, 1 visits today)
Samenvatting
Review Date
Boektitel
In Dubio, Rob Wijnberg
Waardering
41star1star1star1stargray

Geen reacties

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.