Wilders in Debat en Undercover bij de PVV

maart 21, 2010

geurtsenDat de PVV, de partij van Geert Wilders flink zal groeien bij de komende verkiezingen, staat wel vast. Is dat erg en kunnen andere partijen nog wat doen om dat te stoppen? Dat zijn de onderwerpen van twee nogal verschillende boeken over de PVV en Wilders: een beschrijving van binnenuit en een analyse van buitenaf.
Beginnend journalist Karen Geurtsen ‘infiltreerde’ bij de PVV. Tijdens haar stage bij HP/De Tijd werd ze stagiaire bij de partij van Geert Wilders. Zo kreeg ze een kijkje achter de schermen. Ze poogde antwoord te krijgen op de prangende vraag of de PVV ‘gevaarlijk’ is.
Helaas heeft het forse middel van de undercoverjournalistiek weinig opgeleverd.
Deels is dat te verklaren omdat ze medewerker werd van Kamerlid Raymond de Roon, niet de meest kleurrijke in het gezelschap rond Wilders.
Geurtsen beschrijft uitvoerig de dagelijkse gang van zaken bij de fractie, wat op zich vermakelijk is. Maar niet opzienbarend, want die wijkt voor het grootste deel niet af van die van andere fracties. De medewerkers moeten zich door dikke dossiers heen werken, de Kamerleden zijn elkaars concurrenten en willen graag de media halen. Een van hen staat iedere morgen om vier uur op om de ochtendkranten door te nemen en onderwerpen voor Kamervragen te selecteren.
Met de media hebben de PVV’ers een haat-liefde verhouding. Ze vervloeken de ‘linkse media’ maar weten ook dat ze zonder ‘nooit zo groot ’waren.
Niet verrassend is dat Wilders alle touwtjes strak in handen houdt. Dat gaat gepaard met een grote geheimzinnigheid, die Geurtsen niet heeft kunnen doorbreken. Wilders zelf ziet een hoogst enkele keer en ze heeft hem niet gesproken tijdens haar maandenlange stage.
De PVV’ers hebben geen hoge pet op van hun achterban. Een ‘beetje typische mensen’ schrijft Geurtsen. Een andere medewerker is minder diplomatiek en heeft het over ‘idioten’. Hier schuilt ook het antwoord op de vraag die Geurtsen zichzelf stelde. Niet de Kamerleden zijn gevaarlijk. “Dat zijn over het algemeen redelijke mensen die alleen bepaalde controversiële denkbeelden hebben, maar de aanhang is niet altijd even redelijk.” Deze nogal onnozele opmerking wordt niet uitgewerkt.

wildersdebatIn zijn boekje Geert Wilders in debat geeft Hans de Bruijn een andere visie op de achterban. Die is juist minder radicaal en steunen zijn vergaande voorstellen vaak niet. Maar ze vinden het goed dat er iemand is die stelling neemt.
Het verschil is waarschijnlijk te verklaren door het verschil tussen den aanhang die op komt dagen op de bijeenkomsten en een bredere dwarsdoorsnee van de Wilders-stemmer.
De Bruijn vraagt zich niet af of Wilders gevaarlijk is, maar waarom andere partijen er niet in slagen hem adequaat te pareren en hoe ze dat wel zouden kunnen doen. Daarbij gaat het niet om partijen die een ander electoraat bedienen. Vooral D66 lijkt in een soort merkwaardige afhankelijkheidsrelatie te staan met de politieke tegenstander. Wilders en Alexander Pechtold hebben elkaar bijna nodig.
Het weerwoord zou moeten komen van partijen als CDA, VVD en PvdA, die min of meer op dezelfde kiezers jagen als de PVV.
Het probleem is volgens De Bruijn dat Wilders de ‘frames’ bepaalt, de marges waarbinnen de discussie plaats vindt. Ontkenning van de zaken die hij ter sprake brengt, bevestigen in feite zijn standpunt. Het is het beroemde fenomeen van ‘I’m not a crook’. Wie ontkent, zit in de verdediging en is bijna per definitie minder geloofwaardig. Als Wilders spreekt over Marokkaanse straatterroristen is het lastig om te zeggen dat het misschien wel meevalt of dat er ook veel Marokkaanse jongeren zijn die het goed doen.
Verder houdt Wilders zich niet aan de spelregels van de politiek. Als hij daarop wordt gewezen, scoort hij weer door zijn tegenstanders te verwijten meer waarde te hechten aan formele eisen dan aan de problemen die hij aan de orde stelt. Verder gaat hij vaak niet in debat, maar in de contramine. Het doet denken aan de beroemde sketch van Monty Python, waar een man een paar pond betaalt om in debat te mogen gaan. Zijn gesprekspartner ontkent alleen maar alles wat hij zegt. “Is this ‘argument’?” “No, it isn’t.” Geert Wilders in debat, zoals dit boekje heet, is een vrij weinig voorkomend fenomeen.

De andere partijen moeten er een ander verhaal tegenover stellen. Hun eigen verhaal. Het is eigenlijk vreemd dat negen jaar na de opkomst van het populisme in Nederland met Pim Fortuyn er een boek van deze strekking verschijnt. De partijen hebben dit al lang zelf bedacht hebben. Toch? Maar ze blijven er moeite mee houden.
De Bruijn geeft een aantal concrete voorbeelden van hoe partijen zich zouden kunnen opstellen. Gedrevenheid en passie zijn nodig. Maar die moet wel afwijken van de gedrevenheid die Wilders tentoon spreidt.
Een van de belangrijkste wapens die Wilders blijft hebben is zijn opstelling als buitenstaander. Zolang hij die heeft, kan er geargumenteerd worden wat men wil, maar is succes allerminst verzekerd.

Hans de Bruijn. Geert Wilders in debat. Over de framing en reframing van een politieke boodschap. (2010)
Waardering: 3sterren

Karen Geurtsen en Boudewijn Geels, Undercover bij de PVV. Achter de schermen bij de politieke partij van Geert Wilders (2010)
Waardering: 2-half-sterren

 

 

(Visited 166 times, 1 visits today)

Geen reacties

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.