Rafels aan de rechtsstaat – Ferdinand Grapperhaus

augustus 27, 2017

rechtsstaatEr is iets verrots in de staat van Nederland. Met deze parafrase van Shakespeare opent hoogleraar Ferdinand Grapperhaus zijn boek Rafels aan de rechtsstaat. Het is een aanklacht tegen de bedreigingen voor de samenhang van Nederland.
Grapperhaus ziet een toename van ongelijkheden in Nederland, tussen hoog- en laagopgeleiden, oud en jong, tussen etnische groepen en tussen religies. Hij ziet de fundamentalistische islam als een van de grootste bedreigingen. Maar ook het individualisme, het populisme en het verwateren van taboes zorgen voor een ondermijning van de samenleving. Marktdenken in zorg en onderwijs leiden tot een grotere segregatie tussen mensen die de mogelijkheden weten te benutten en diegenen die steeds achteraan staan. Er ontstaat een precariaat van ongeveer vijftien procent van de bevolking dat minder kansen heeft.
Dat zijn terechte zorgen over ontwikkelingen waar ook al veel over gesproken wordt en vaak niet zoveel tegen gedaan wordt. Of de inspanningen leveren minder op dan gehoopt.

‘Steeds meer’

Grapperhaus, prominent lid van het CDA, heeft de zorgen die links en rechts leven over de ondermijning van de samenleving gecombineerd, waardoor zijn betoog niet eenvoudig in dat stramien te plaatsen is.
In de loop van zijn betoog gaat wel de nuance verloren. Steeds vaker gebruikt hij de frase ‘steeds meer’ in zinnen als: de status van instituties neemt ‘steeds meer’ af, de overheid wordt ‘steeds kleiner’, de publieke zaak boet ‘steeds meer’ aan gezag in. Is dat allemaal waar?
‘De middenklasse verdwijnt’, stelt Grapperhaus. Volgens de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid valt dat te nuanceren, al zijn er zeker bedreigingen.
Het internet maakt de verdeeldheid nog erger, doordat iedereen in zijn eigen bubbel hangt. Maar levert internet niet ook veel voordelen op? Dit stuk staat erop, om maar een ding te noemen.

Er is een ontwrichting van de samenleving gaande, is Grapperhaus’ conclusie. Dat Nederland volgens allerlei indexen bij de meest welvarende en stabiele landen hoort is dan al achter de horizon verdwenen. Grapperhaus heeft geen oog voor nuances en ontwikkelingen die ingaan tegen de trends die hij ziet. Denk aan de hogere opleiding van jongeren met migratie-afkomst, de hoge opkomst bij Tweede Kamerverkiezingen, de kleine coöperaties op het gebied van energie, de buurtcomités waarin burgers samen een speeltuin of café runnen. In het boek Koning van Utopia geeft filosoof Hans Achterhuis juist hoog op van deze utopische experimentjes.

Balkenende

Het recente klagen over gebrek aan cohesie in Nederland gaat zeker terug tot Pim Fortuyn, met zijn analyse van de verweesde samenleving. Publicisten als Bas Heijne en Paul Scheffer vragen zich steeds af wat ons bindt. Ik moest ook denken aan Jan-Peter Balkenende die graag de communautair denker Amitai Etzioni in stelling bracht.
Toch is lang niet altijd duidelijk welke gemeenschap men dan voor ogen heeft. Een nationale? Dat is het streven van rechts-radicale bewegingen, maar niet meer alleen van hen. Denk aan het bevorderen van de kennis van het Wilhelmus, waar het CDA naar streeft. Daar gaat blijkbaar een samenbindende werking van uit. Maar in de huidige situatie is het nationale domein belangrijk, maar niet meer toereikend.
Een Europese gemeenschap dan? Grapperhaus looft (terecht) de EU. Maar als bindende factor ligt die toch niet erg voor de hand. Juist op het punt van Europa verschillen kiezers en gekozenen nogal.
Grapperhaus vindt dat de overheid de sociale cohesie van onderaf moet bevorderen. Dat kan een goed idee zijn. Het kan ook een heel eng idee zijn, met door de staat opgelegde gemeenschappen.

Wantrouwen

In zijn aanbevelingen biedt hij een mengeling van ‘linkse’ en ‘rechtse’ maatregelen. De rechtsstaat moet aanvaard worden, schrijft hij. Maar de suggestie dat het niet zo is, wordt niet echt onderbouwd.
Grapperhaus vindt dat ook aanvaard moet worden dat een elite leiding geeft. Maar in een democratie hoort wantrouwen tegenover de regering en ‘de elite’ erbij.
Andere punten zijn dat onderwijs ervoor moet zorgen dat de verschillen in kansen tussen groepen kleiner worden. Rijken moeten meer belasting betalen. Integratie moet veel steviger zijn. Wie zich niet aanpast, kan vertrekken. Dat is een rigoureuze manier om gelijkheid af te dwingen. Een fundamentele herijking van de democratie is niet nodig, vindt Grapperhaus, net als bijvoorbeeld Tom van der Meer die in zijn boek Niet de kiezer is gek  daar goede redenen voor geeft. 

Dit is een scherp pamflet, dat niet aan de stijlfiguur van de overdrijving weet te ontkomen. Dat zal voor een deel aan de bevlogenheid en betrokkenheid liggen. Maar het  ondermijnt de overtuigingskracht wel.

Dit boek is genomineerd voor de Prinsjesboekenprijs 2017, de prijs voor het beste politieke boek. 

Samenvatting
Review Date
Boektitel
Rafels aan de rechtsstraat - Ferdinand Grapperhaus
Waardering
31star1star1stargraygray
(Visited 146 times, 4 visits today)

Geen reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *