Zo ver de wereld strekt – Wim van den Doel

juli 22, 2011

wereldstrektKolonialisme was best nuttig. Het hielp landen om modern te worden. Dat is, heel in het kort, de boodschap van het boek van hoogleraar algemene geschiedenis Wim van den Doel over de activiteiten van Nederland overzee sinds 1800. Deze opvatting wordt vervolgens wel met veel kanttekeningen gebracht.
Het resultaat is een zeer genuanceerd overzichtswerk van tweehonderd jaar Nederlandse activiteiten, waaronder, maar niet beperkt tot, ontwikkelingssamenwerking, vredesmissies, oorlogen, investeringen, uitbuiting en onderzoek. Het zijn boeiende gebeurtenissen, maar ze komen in dit werk niet tot leven, maar worden in een vrij simplistisch wereldbeeld geperst. En dat is jammer.

Dit boek begint met een voorspelling:“In de loop van de twintigste eeuw zal de grote metamorfose van de menselijke samenleving zo goed als zijn afgerond.” Mensen gaan in steden wonen, traditionele verbanden verwateren, staten met een min of meer omvangrijke bureaucratie besturen bijna alle gebieden, iedereen wordt onderdeel van de wereldeconomie. Daarbij speelde kolonialisme een belangrijke rol.
De hele wereld wordt ‘modern’, een sleutelbegrip bij Van den Doel. Soms zelfs zozeer dat het betekenis lijkt te verliezen. Alles wat nieuw is, is modern. Dus dat de traditionele heersers in Indonesië het onderspit delfden, paste in een patroon.
Er was ‘wereldwijd sprake van een ingrijpend proces waarin uiteindelijk het ancien régime plaats moest maken voor nieuwe staten met nieuwe, moderne ambities.’ Steeds weer komt ‘de moderne tijd’ eraan. In 1938 was Nederlands-Indië al een ‘modern land geworden, echter zonder het bijbehorende moderne politieke systeem.’ Er klinkt een echo in door van een wat ouderwets vooruitgangsdenken, dat niet is aangetast door post-moderne twijfels. Typerend is het gebruik van het woord ‘uiteindelijk’, alsof er een einde aan de geschiedenis zit.

In zijn oordelen, zoals dat over de exploitatie van Java in het begin van de negentiende eeuw, wordt dat dan ook steeds gebruikt. Javanen en Chinese koelies werden soms ronduit uitgebuit en onderdrukt, maar ‘uiteindelijk’ nam de welvaart onder de inheemse bevolking toe en werd de infrastructuur verbeterd.
Weinig overtuigend is het antwoord op de vraag of Nederland een imperialistische mogendheid was in de negentiende eeuw. Dat was het niet, want Nederland deed niet aan gebiedsuitbreiding, is de redenering. Maar die bevredigt niet helemaal, want min of meer door toeval had Nederland al eerder aanspraak gemaakt op een enorm gebied. Had Nederland zonder Indonesië weerstand geboden aan de imperialistische neiging waar zelfs België voor zwichtte?

De methoden die Nederland gebruikte om de eigen macht te vestigen in de opstandige delen van Nederlands-Indië deden niet onder voor die van de imperialistische mogendheden. De wreedheden worden Van den Doel genoteerd, maar ook de verworvenheden. Er kwam een eind aan de binnenlandse oorlogen, piraterij, weduwenverbranding en kannibalisme.
Indonesië krijgt verreweg het meeste aandacht, wat op zich logisch is. Maar Suriname en de Antillen komen er soms wel erg bekaaid vanaf, zoals in de paragraaf over de afschaffing van de slavernij.

Na de exploitatie-fase kwam de ethische politiek, het streven om de ‘inlanders’ te verheffen. Nederland moest Indië niet bezitten, maar ontwikkelen, opvoeden om in de termen van die tijd te spreken. Maar daar was het niet toe in staat. Indonesië was daarvoor te groot. (Is het niet een kenmerk van kolonialisme dat de kolonisator niet in staat zijn de gekoloniseerde gebieden te beheersen?)
Minder geduld was er met Indonesiërs die zelf opvattingen ontwikkelden over de toekomst van hun land. Nationalistische leiders werden geïnterneerd in Boven-Digoel, vijfhonderd kilometer landinwaarts in Nieuw-Guinea. Dat na de Tweede Wereldoorlog een ‘Nederlands-Indonesische Oorlog’ volgde, was van die houding een logisch gevolg. Een combinatie van superioriteitsdenken en de behoefte om goed te doen, zorgde er voor dat de realiteit niet meer gezien werd. Nederland vond dat het een taak had overzee. De Indonesiërs vonden dat niet.
In de post-koloniale tijd worden een aantal lijnen uit het verleden voortgezet. De breuk is niet compleet in 1949 of 1975, ook al wordt Nederland dan zelf onderdeel van het‘Amerikaanse imperium.’

De ‘ethische’ traditie is terug te vinden in de ontwikkelingshulp, later -samenwerking. Nederland handelde volgens Van den Doel uit ‘verlicht eigenbelang’. Nederlandse belangen kregen direct of indirect een grote rol. Ontwikkelingshulp kon het communistische gevaar keren of het bedrijfsleven kon ervan profiteren. Het was een ‘middel om de wereld, en daarmee Nederland te redden.’
Met zijn begrip van het ‘verlicht eigenbelang’ geeft Van den Doel een eigen draai aan het afgekloven beeld van de dominee en de koopman, die het optreden van Nederland in de wereld bepaalden. De dominee is er voor het verheven verhaal en het geheven vingertje, de koopman voor het eigenbelang van bedrijfsleven en de vaderlandse economie.

Zoals op de tijd van kolonisatie de dekolonisatie volgde, lijken we nu in de tijd van de de-ontwikkelingssamenwerking te komen. Er is kritiek op ontwikkelingssamenwerking vanuit diverse hoek, zelfs de grote voorvechter Jan Pronk relativeert het belang ervan.

Van den Doel haalt in die laatste pagina’s wel veel overhoop zonder er diep op in te gaan. Met stelligheid beweert hij dat Nederland heeft ‘afgerekend’ met koloniale trauma’s. Maar dat is te snel gesproken. Met een excuus of een (inmiddels met opheffing bedreigd) instituut voor de bestudering van slavernij is het verleden nog niet begraven.
De thematische aanpak van dit boek is verhelderend, maar ook schools. De geschiedenis wordt als het ware ontrafeld en in meer begrijpelijke brokken gepresenteerd. Maar de complexiteit en samenhang van gebeurtenissen dreigt daardoor te verdwijnen.

Dit boek, dat meedingt naar de Geschiedenisprijs, is een degelijk maar ook wat saai overzichtswerk, geen vlot of spannend verteld verhaal dat een beroep doet op het inlevingsvermogen van de lezer. De personen in het boek worden amper geportretteerd. De ‘moderniseringsthese’ heeft iets mechanisch en is een analyse waar door zijn algemeenheid weinig tegen is, maar ook niet zoveel voor.

Nog een puntje: In het fraai uitgegeven boek had best een paar kaartjes opgenomen mogen worden.

(Visited 159 times, 2 visits today)
Samenvatting
Review Date
Boektitel
Wim van den Doel, Zo ver de wereld strekt. De geschiedenis van Nederland overzee vanaf 1800 (2011)
Waardering
31star1star1stargraygray

Een reactie

  • Maurits Harmsen april 12, 2013op10:10 pm

    Samenvatting
    Is er ook een samenvatting/uittreksel van dit boek te vinden?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.