Wereldheerschappij – Mark Mazower

september 16, 2013

wereldheerschappij---m.-mazower0Korte inhoud: De geschiedenis van het denken over en de realiteit van ‘het besturen van de wereld’, van het Concert van Europa tot de Europese Unie en de Bill Gates Foundation. Een zeer breed uitwaaierend verhaal over de plannen, intenties, successen en mislukkingen bij de pogingen de wereld te besturen. De Verenigde Staten speelt daarin de rol van boeman, internationale instellingen staan uiteindelijk ten dienste van de grootste macht.

Stelling van het boek: Het idee om de wereld te besturen is achterhaald.

Stijl: Zeer analytisch, maar niet altijd verhelderend.

Geschikt voor: Doorzetters die meer willen weten over internationaal bestuur en zich niet laten afschrikken door omvang en taalgebruik

Het idee om de wereld te regeren wordt de droom van gisteren. Dit is de laatste zin van het boek van Mark Mazower, een van de meest vooraanstaande historici van het moment. Dat klinkt een beetje als het weggeven van de ontknoping, maar goed, dit is een geschiedenisboek en geen thriller. En al verraadt deze zin dat het idee van het besturen van de wereld niet meer leeft, we weten nog niet wie het gedaan heeft.

Dat roept spanning op, maar voor de ontknoping heeft de lezer doorzettingsvermogen nodig. Zelfs onder geschiedenisboeken is dit een redelijk pittige variant. Misschien komt dat omdat hier niet mensen of gebeurtenissen centraal staan, maar de geschiedenis van een idee of een reeks ideeën.

De speurtocht naar manieren om de wereld te besturen begint na de Napoleontische oorlogen, met het Concert van Europa in de negentiende eeuw en gaat door tot de Europese Unie.  Het laatste deel van het boek is een in academische termen verpakte kritiek op de VS. De Verenigde Staten heeft enorm geprofiteerd van de internationale machinerie die er na 1945 werd opgericht en dat wordt er hier ingepeperd.

Eerst terug naar de negentiende eeuw.

Met het Concert van Europa na de Napoleontische oorlogen brak de discussie los of en wanneer staten bij andere kunnen ingrijpen in het geval van interne onrust. Internationale samenwerking was, vooral in de ogen van de Russische en Oostenrijkse keizers, er op gericht de status quo te handhaven.

Een heel ander idee werd aangehangen door generaties van liberale denkers. De mensheid is op zich vreedzaam Als regeringen, politici en lobbygroepen zich er maar niet bemoeien is de vrede gegarandeerd, wat het idee. Bij mensen als de politicus Richard Cobden werd dat idee sterk ingekleurd door het idee dat vrije handel enorme positieve gevolgen voor de wereldvrede zou hebben.

Nog invloedrijker was Giuseppe Manzini met zijn idee dat een wereld van democratische natiestaten een vreedzame wereld zou zijn. Het was die mengeling van internationalisme en nationalisme die van grote invloed werd op bijvoorbeeld de Volkenbond en de VN. Niet één wereldregering was het ideaal, maar een samenwerking van onafhankelijke staten die samen de wereld besturen.

Karl Marx en Friedrich Engels stelden daar het idee van een communistische internationale tegenover, maar ook hier waren naties de bouwstenen van de internationale orde. Binnen die naties ging het om nationalisme versus communisme, en over die stroming werd altijd een internationale saus gegoten. Communisme werd volgens Mazower zelfs bijna synoniem met internationalisme. (Niet voor niets zingen communisten de Internationale.)

Weer een andere denkrichting was die van het internationaal recht. Net zoals in landen het recht geldt, moest dat voor het internationale verkeer ook gaan gelden. Dat klonk als een verheven ideaal. Wat is er mooier als internationale verhoudingen die door het recht bepaald worden? Zeker in Nederland heeft het idee altijd veel aanhang gehad. Kleine landen voelen zich hier veilig bij, observeert Mazower.

Maar volgens Mazower werd het instrument gebruikt om machtspolitiek te rechtvaardigen, zoals het bloedige bewind van België over Congo. De nieuwe internationale regels golden alleen voor conflicten tussen twee ‘beschaafde’ landen. De ‘niet beschaafde’ landen werden niet door de wet beschermd en waren dus vogelvrij. “Rechtstheorie vertaalde zich (..) in de massaslachtingen, bombardementen en systematische opsluiting die het Europese imperialisme kenmerkten.”

Erg overtuigend is deze kritiek niet. Voor het idee van internationaal recht ontstond waren zwakkere landen en volken, zeker buiten Europa, ook niet beschermd tegen de sterkere westerse staten. De legitimatie van een handeling wordt verward met het motief. Het recht kon dienen als rechtvaardiging van bijvoorbeeld kolonialisme, de drijfveer lag elders.

De natiestaten in Europa waren ook niet zo vreedzaam als sommigen hadden gehoopt.

Maar volgens velen was de Eerste Wereldoorlog niet het bewijs van het falen van internationalisme, gebaseerd op natiestaten, maar toonde die oorlog vooral de noodzaak daarvan aan.  Woodrow Wilson was daarvan de grote motivator. De Volkenbond was een zwakke organisatie, maar toch de verwezenlijking van de droom van de internationalisten. Dat het een mislukking werd, is volgens Mazower minder belangrijk dan de ervaringen die werden opgedaan met een organisatie waarin staten formeel gelijk waarin, maar waarin de rol van de grote machten erkend wordt. Wat dat betreft is er niet zoveel heel veel verschil tussen de Volkenbond, met een hele slechte reputatie, en de Verenigde Naties.

Ook de Tweede Wereldoorlog ondermijnde het belang van de natiestaat niet. Nieuwe organisaties stelden deze nog meer centraal. En de VN voldeed, zoals Franklin Roosevelt wilde, aan de eis dat de Grote Machten de zaak onder controle konden houden.

Een wereldregering werd het niet.

Het laatste deel van het boek heeft in de Engelse editie de titel ‘Governing the world the American way’. Dan wordt het meer een boek over Amerikaans buitenlands beleid dan over het bestuur van de wereld.
Er volgt een uiteenzetting, bijna een aanklacht,  hoe nieuwe internationale instituties en organisaties de macht van de Verenigde Staten nooit echt beperkten, maar eerder faciliteerden. En dan heeft hij het niet alleen over de Verenigde Naties, die volgens hem voor de VS van groot nut waren.

Het geldt ook voor de mensenrechten, een centraal onderdeel van het Amerikaans buitenlands beleid sinds Jimmy Carter. Human Rights Watch, de niet-gouvermentele organisatie, begon in feite als een verlengstuk van de Amerikaanse buitenlandse politiek begon.

Nog zo’n idee: Responsibility to Protect (R2P), het concept dat staten mogen ingrijpen als andere staten de rechten van hun burgers op grote schaal schenden en dat werd gebruikt om de interventie in Libië te rechtvaardigen, wordt, in de handen van mensen als Samantha Power, inmiddels VN-ambassadeur,  een instrument voor de Amerikaanse buitenlandse politiek, aldus Mazower.

Niet als enige ziet Mazower de overeenkomst tussen de ‘linkse’ (liberal) voorstanders van humanitaire interventie en de belangen van de Amerikaanse veiligheid. Daarbij zijn de Amerikanen er uitstekend in geslaagd om hun wensen een universele verpakking te geven. Wat Amerikanen willen, is wat de hele wereld wil.

Mazower is een uitgesproken tegenstander van R2P. Ingrijpen kan juist tot meer oorlogen leiden, meer bloedbaden en meer instabiliteit. Hij vergelijkt de interventie in Libie in 2011 zelfs met de fascistische inval van Italië in Ethiopië.

De conclusie, die hij ook trekt over het Internationaal Strafhof, is dat grote machten, lees de VS, gebruik maken van internationale afspraken en instellingen als het uitkomt, zonder er zichzelf aan te onderwerpen. Voorbeelden daarvan zijn niet moeilijk te vinden, ook buiten het boek. Zo hielpen de Amerikanen in 2013 om een gezochte Afrikaanse krijgsheer aan het Internationaal Strafhof uit te leveren, terwijl de Amerikanen het Strafhof zelf niet erkennen.

Her en der stelt Mazower zich op als de waakhond van de soevereiniteit, zonder die overigens zo expliciet te verdedigen als bijvoorbeeld Thierry Baudet. Zo is een van zijn kritiekpunten in het laatste, nogal oppervlakkige hoofdstuk, over Europa, dat integratie wordt gedreven door een elite die soevereiniteit als obstakel ziet. Het sociale en solidaire project dat Europa aanvankelijk was, is vervangen door een neoliberale koers, met een nadruk op de financiële wereld vanaf de jaren negentig. De integratie van grote delen van Oost-Europa was een ‘pyrrhus-overwinning’. De natiestaat wordt uitgehold, is de conclusie, die niet positief bedoeld is. Zo voegt Mazower zich in de snel langer wordende rij van doemdenkers over Europa.

Uiteindelijk rolt uit het laatste hoofdstuk bijna een politiek programma: het bestaat uit kritiek op de Verenigde Staten,  op het ‘neo-liberale’ kapitalisme, de Europese Unie en de ondermijning van de soevereiniteit en op verregaand individualisme (in de vorm van mensenrechten). Het heeft heel wat weg van de opvattingen van de SP.

Uiteindelijk is het geheel teleurstellend, vooral door het laatste deel. Het is soms gemakzuchtig, al zijn de formuleringen altijd intellectueel. Maar het gereedschap dat Mazower aanwendt is te grof. De impliciete verdediging van soevereiniteit doet te weinig recht aan een aantal ontwikkelingen, die grofweg onder de noemer globalisering vallen.

Mazower blijft niet pessimistisch. Want met de verminderende rol van het Westen op het wereldtoneel verandert het internationale landschap drastisch.  Maar valt van Beijing, Moskou of Delhi dan meer heil te verwachten?

(Visited 402 times, 1 visits today)
Samenvatting
Review Date
Boektitel
Wereldheerschappij, Mark Mazower
Waardering
31star1star1stargraygray

Geen reacties

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.