Oorlog in het hart van de islam – Gilles Kepel

december 23, 2007

kepel.gifDé islam is de laatste jaren een van de belangrijkste onderwerpen van debat in Nederland. Maar voor de verscheidenheid en ontwikkelingen van het islamitisch denken, zelfs in radicale kringen, is weinig oog. Er is niet alleen sprake van jihad, strijd van (delen van) de islam tegen een externe tegenstander, er is ook fitna, oorlog binnen de islam.

Dit boek van de Franse islamdeskundige Giles Kepel is een zeer nuttige gids voor deze lastige materie. Hij weerspreekt dat het islamisme aan een niet te stuiten opmars bezig is. In werkelijkheid hebben de radicale moslimstromingen verschillende nederlagen geleden. Egypte, Algerije en Bosnië waren in de jaren negentig evenzovele tegenslagen. Juist die nederlagen hebben voor een steeds verder gaande radicalisering gezorgd, waar door in de loop van de tijd steeds bredere groepen het doelwit werden van de islamisten. Na de leiders die door het westen waren gecorrumpeerd (zoals de vermoorde president van Egypte Sadat) werden de ‘joden en de kruisvaarders’in het algemeen en ook de moslims die niet voor de meest rigide interpretatie kozen legitieme slachtoffers. De gestage uitbreiding van de jihad naar alle mogelijke tegenstanders was vooral een wanhoopsdaad. In de BBC-documentaireserie The Rise of the politics of fear wordt getoond hoe de Algerijnse islamisten hun sektarisme steeds verder doorvoeren. Deze documentaire, waarin Kepel aan het woord komt, heeft sowieso veel aan dit boek ontleend.

Bij die ontwikkeling van het radicale denken is in de ogen van Kepel niet zozeer Osama Bin Laden bepalend geweest, maar de Egyptische arts Ayman al Zawahiri. Bin Laden is de man van het geld en de publiciteit. Zawahiri is de ideoloog. Hij komt op het idee dat het geploeter in het Midden-Oosten geen zoden aan de dijk zet. Bewijs daarvoor is dat de overwinning in Afghanistan in 1989 zonder verdere gevolgen blijft en dat de heersers van Saoedi-Arabië niet de muhadjidin te hulp roepen na de Iraakse bezetting van Koeweit, maar vertrouwen op het bondgenootschap met de Amerikanen. Ook komen de islamitsche massa’s niet in opstand tegen de verdorven leiders. Daarom moet de strijd internationaal worden gevoerd.

Kepel schetst niet alleen de ontwikkeling van het denken van de moslimterroristen, maar ook vergelijkt die ook met de ideologie van de neoconservatieven in de Verenigde Staten. En hij constateert een groot aantal overeenkomsten. Beide groeperingen gaan uit van de lenistische voorhoedegedachte, een kleine elite heeft de kennis en capaciteiten om de loop van de geschiedenis te beïnvloeden, zo niet te bepalen. En dat moet gebeuren door middel van een drastische remake, of zelfs een revolutie.

Gebruik van geweld, door middel van oorlog of terrrorisme, is daarvoor gerechtvaardigd. En beide groepen hebben (uiteindelijk) het Midden-Oosten aangewezen als plek waar deze transformatie moet plaatsvinden. Daaraan gekoppeld is het denken in termen van een naderende eindtijd, een eschatologisch perspectief, waarin de strijd een definitieve beslissing heeft gekregen. De Britse denker John Gray heeft voor zijn boek Black Mass hier veel aan kunnen ontlenen.

Het denken van de Amerikaan Leo Strauss is een van de bronnen voor de neoconservatieven. Strauss ziet de Verlichting als bron voor de totalitaire ideologieën van de twintigste eeuw, door de verwerping van het natuurrecht. Hij trekt de conclusie dat de leider van de staat in naam van een goed doel mag liegen als dat nodig is.

Volgens Kepel is reflectie op de politiek van Israël en de Verenigde Staten ook een onmisbaar onderdeel om de ontwikkeling van de radicale islam te begrijpen.
Meer in het algemeen ziet Kepel het islamisme niet als een soort natuurlijke evolutie vanuit de Koran, maar als een reactie op politieke en sociale ontwikkelingen in het Midden-Oosten en daarbuiten. Met deze benadering staat Kepel lijnrecht tegenover de gangbare ´rechtse´verklaring van de radicale islam, waarin dat als een min of meer vanzelfsprekend uitvloeisel van de islam wordt gezien. Kepel zal dan ook wel als een relativist worden weggezet. Maar juist zijn benadering biedt aangrijpingspunten om de ontwikkeling van het radicale denken te keren.

Het lot van de islam ligt daarbij volgens Kepel in de handen van de islamitsche jeugd in Europa. Een deel zal het Westen afwijzen, waarbij er een onderscheid is tussen gewelddadige en geweldloze stromingen (waar tussen wel uitwisseling kan plaatsvinden). Een andere stroming is die van de Moslimbroederschap, die politiek geaccepteerd wil worden. Het is een illusie om te denken dat dit zonder meer op harmonieuze wijze zal gebeuren, maar alleen de opkomst van nieuwe denkers en nieuwe elites zal de islamitische gemeenschap de kans geven uit te stijgen boven jihad en fitna.

Waardering: 4sterren.png

Gilles Kepel, Oorlog in het hart van de islam.

(Visited 120 times, 1 visits today)

Geen reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.