Terrorism. The new world disorder – Fotion, Kashnikov en Lekea

april 5, 2009

disorderAls filosofen zich over een bepaald onderwerp buigen, worden er vaak fundamentele vragen opgeworpen. Niet altijd leidt dat tot hele stellige antwoorden.
Zo is het ook met het boek Terrorism, the new world disorder met maar liefst drie filosofen als auteurs. Zaken die anderen over terrorisme als uitgangspunt nemen, worden door dit drietal in twijfel getrokken en bediscussieerd. Het leidt tot een wat abstracte en nuchtere aanpak, die voor sommigen al te nuchter zal overkomen. Want terroristen hebben – volgens dit boek – soms op zijn minst een deel van het morele gelijk aan hun kant.

De eerste vraag bij de bestudering van terrorisme is: wat is terrorisme? De schrijvers kiezen niet voor een van de meer dan honderd bestaande definities. In plaats daarvan gebruiken ze een ruime karakterisering. Terrorisme is een tactiek die door staten, groepen en zelfs individuen gebruikt kan worden om hun ‘zin’ te krijgen. Het effect, het schrik aanjagen, van een terroristische daad is van groot belang.
Een belangrijk onderscheid met andere benaderingen is dat ook staten terroristische daden kunnen uitvoeren en dat de slachtoffers niet per definitie onschuldigen zijn. Zo’n brede ‘fuzzy’ benadering heeft natuurlijk als voordeel dat er niet bij voorbaat een selectie wordt gemaakt uit allerlei (mogelijke) terroristische daden. Het nadeel is dat de omschrijving zo breed wordt dat allerlei vormen van politiek geweld daaronder kunnen gaan vallen.
De filosofen maken korte metten met het strikte onderscheid tussen guerrilla-oorlog en terrorisme. Guerrillastrijders kunnen terroristische tactieken toepassen en doen dat ook vaak.
Om terrorisme ethisch te beoordelen maken de schrijvers gebruik van de bekende theorie over de gerechtvaardigde oorlog. Daarin zijn twee niveaus te onderscheiden. Is het gerechtvaardigd oorlog te voeren (jus ad bellum) en hoe kan de oorlog zelf op een gerechtvaardigde manier gevoerd worden (jus in bello)?

Ook filosofen kunnen niet zonder historische voorbeelden. Ze halen er een paar naar voren uit het recente verleden, zoals de Russische nihilistische, socialistische en anarchistische terroristen. Dat was geen kleine affaire. Tussen oktober 1905 en oktober 1906 werden er ruim drieënhalf- duizend ambtenaren en politici gedood of gewond. De terroristische beweging kwam pas tot een einde toen de bolsjewieken de staatsterreur hadden ingesteld.
Onder de categorie staatsterrorisme vallen de bombardementen op Duitse steden tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het was technisch niet mogelijk om militaire doelen te bombarderen. Omdat er geen andere manier was om Duitsland te treffen, werd gekozen voor grootschalige bombardementen op de steden. Naar schatting kwamen er vijfhonderdduizend mensen door om het leven. Opmerkelijk is dat met dezelfde theorie Michael Walzer tot een tegengestelde conclusie komt.

Ook Nederland heeft zich schuldig gemaakt aan staatsterrorisme en wel tijdens de lange oorlog in Atjeh. “Het doel van beide partijen was niet alleen om de ander uit te putten, maar ook met terreur tot overgave te dwingen.” De Nederlanders kregen daarbij de overhand. Ze waren namelijk meedogenlozer. De tegenstand werd echter nooit helemaal gebroken en de KNIL kreeg onder andere te maken met zelfmoordterroristen. Zoals bekend ging de strijd op Atjeh ook na de dekolonisatie verder.

Onder de moderne vormen is het zogeheten transnationale terrorisme van bijzonder belang. Daar valt bijvoorbeeld Al Qaida onder. Er zijn geen concrete doelen meer, schijven de filosofen, maar een soort weidse vergezichten, vaak op religieuze basis. Dat betekent ook dat bijna alles en iedereen een legitiem doelwit wordt.
Er is niet één verklaring of oorzaak voor het verschijnsel dat politieke organisaties overgaan tot terrorisme, aldus de filosofen. Dat lijkt ook nogal voor de hand te liggen als het vangnet eerst zo wijd wordt gemaakt. Staat-terrorisme komt voort uit echte of vermeende bedreiging, non-staat terrorisme is volgens hen vaak een reactie op bezetting. In veel gevallen waar het gaat om nationale bevrijding, onafhankelijkheid, en andere territoriale kwesties is dat waarschijnlijk zo. Maar er zijn natuurlijk ook tal van terroristische bewegingen die helemaal niet reageren op bezetting, maar streven naar een revolutionaire of zelfs apocalyptische omwenteling.
De filosofen geloven niet helemaal, zoals terrorismedeskundige Louise Richardson wel schijnt te doen, dat zelfmoordterroristen allemaal goed bij hun hoofd zijn. Ze concluderen, heel filosofisch, dat de geestelijke toestand van deze mensen heel gecompliceerd in elkaar zit. In ieder geval is het verstandig om niet alleen maar af te gaan op wat terroristische leiders daarover zeggen.

Terrorisme is geen voorbijgaand verschijnsel. De kosten zijn relatief laag in verhouding tot de opbrengsten. Er zijn meer dan genoeg doelen, zeker als soft targets op het lijstje staan. En ieder succesvol geval leidt tot navolging. Er wordt dan vaak verwezen naar de zelfmoordaanslagen in Libanon in de jaren tachtig die leidden tot het vertrek van de Amerikanen en Fransen. Ook de aanslagen van 11 september hebben in ieder geval een groot effect gehad.
De vraag die de filosofen niet stellen is waarom er niet veel meer terrorisme is. Of anders geformuleerd: wat weerhoudt mensen ervan om terrorist te worden?

Het zwaartepunt van het boek ligt bij het betoog over de rechtvaardiging van terrorisme. De drie gaan hierin veel verder dan anderen door te stellen dat veel terroristische bewegingen op zijn minst voor een te verdedigen zaak vechten. De Palestijnen, zelfs Al Qaida, kunnen met een beroep op de zelfverdediging aanvoeren dat ze het recht hebben om de wapens op te nemen. Voor Al Qaida gebruiken ze het model van de omkering. Stel dat westerse landen zozeer onder invloed van de islam zouden komen als nu omgekeerd het geval, zouden westerlingen dan het recht hebben zich te verweren? Wie daar ja op antwoordt, kan ook de andere kant niet geheel een legitieme basis ontzeggen.
Staatsterrorisme kan gerechtvaardigd worden als de kosten van een niet-terroristisch handelen hoger zijn. Dat klinkt erg machiavellistisch. De schrijvers demonstreren dat aan de hand van de atoombommen op Japan. Omdat aannemelijk is dat die per saldo mensenlevens hebben gespaard, waren die ethisch aanvaardbaar.
Als uiteindelijk de morele balans van het non-staat terrorisme wordt opgemaakt is toch de rol van de onschuldigen doorslaggevend. Argumenten dat er geen ‘onschuldigen’ bestaan, omdat die bijvoorbeeld via belastingen en verkiezingen ook verantwoordelijk zijn voor het beleid van de regering, verwerpen de auteurs. Alleen een terrorisme dat onschuldige slachtoffers (zoveel mogelijk) vermijdt, kan gerechtvaardigd zijn. Volgens sommigen zal dat niet kunnen bestaan, maar met de ruime definitie die in dit boek wordt gehanteerd kan het wel. Eigenlijk gelden voor terroristen dus dezelfde morele maatstaven als voor staten die tot oorlog overgaan.

De filosofen hebben met al hun ethiek en theorieën een niet-moralistische benadering van het terrorisme gekozen. Het terrorisme wordt niet als het ‘kwaad’ gezien en ze zijn ook zakelijker dan bijvoorbeeld Richardson. Af en toe schieten ze wat door in hun abstracte theorieën. Maar het geeft stof tot nadenken. En dat voor een boek van 166 pagina’s.

Nicolas Fotion, Boris Kashnikov en Joanne K. Lekea, Terrorism. The New World Disorder (2007)

(Visited 70 times, 1 visits today)
Samenvatting
Review Date
Boektitel
Terrorism - Fotion, Kashnikov en Lekea
Waardering
41star1star1star1stargray

Geen reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.