Vrede kun je leren – David van Reybrouck en Thomas d’Ansembourg

mei 31, 2017

Een boekje over vrede, en hoe we vreedzaam met elkaar kunnen leven: dat is toch een uitnodiging tot cynisme? We weten heus wel hoe de wereld in elkaar zit, met een oorlogszuchtige Poetin, terroristen die zelfs kinderen op een popconcert tot doelwit nemen en een doldwaze Donald Trump. Vrede, dat is soft en naïef, een droom van hippies.
Maar laat ik proberen de verleiding weerstaan om een cynische bespreking te maken van het pamflet Vrede kun je leren van David van Reybrouck en Thomas d’Ansembourg. Gewoon, om de lat iets hoger te leggen en het gemakzuchtige pad links te laten liggen. Ik ga dit serieus nemen en zal iets zeggen over de definitie, de vooronderstellingen, de analyse en het toekomstperspectief van dit boekje.

Vrede is volgens Van Reybrouck en D’Ansembourg een toestand van diepe innerlijke rust, waar iedereen naar streeft. Dus vrede is niet de afwezigheid van oorlog of geweld, maar een harmonieuze toestand. Ze ontkennen overigens niet dat conflicten kunnen voorkomen, maar vanuit die vredige houding vallen die op te lossen of te aanvaarden.
Dit lijkt een hele brede definitie van vrede, die zich uitstrekt van de psyche tot de wereld. Oorlog is verstoring van de vrede, maar depressie en echtscheiding ook. Maar die definitie is door die breedte ook beperkend. Alles wat maar een deel bestrijkt en niet deze – zal ik zeggen holistische – aanpak heeft, wordt genegeerd.

Dan de vooronderstelling: onder de indruk van de aanslagen van de afgelopen jaren in Parijs en Brussel schijnen de auteurs te denken dat vrede ver te zoeken is. Het is ‘vaak oorlog,’ schrijven ze, omdat we een heel defensieapparaat hebben dat daarop gericht is en er in de EU 186 miljard euro per jaar aan militaire zaken wordt besteed. Voor vrede is geen ministerie, geen budget.
Maar klopt dat wel? Volgens Steven Pinker leven we in de meest vreedzame tijd ooit. De kans om door geweld om te komen was in eerdere tijden veel lager. In ieder geval is de periode van vrede (in de betekenis van: geen oorlog) in grote delen van Europa behoorlijk lang.
De schrijvers kunnen tegenwerpen dat zij een breder begrip van vrede gebruiken. Maar de kwestie wordt er daardoor niet duidelijker door. De schrijvers gaan niet serieus in op de vraag of en hoeveel geld er voor strijdkrachten nodig. Ze verwijzen ergens naar het pacifisme, maar meer als een streven dan als een echt voorstel.
En ja, er is geen ministerie voor vrede, maar er zijn tal van mechanismen die de vrede bevorderen. In De kunst van het vreedzaam vechten wijzen Hans Achterhuis en Nico Koning bijvoorbeeld op de rechtsspraak, de democratie, maar ook de sport (leren verliezen en winnen) en de opvoeding tot mondigheid. Deze zaken komen in Vrede kun je leren niet aan de orde.

Somber

De analyse van Van Reybrouck en d’Ansembourg is tamelijk somber: we leven in een middelpuntvliedende samenleving waar diegenen die zich niet in het centrum kan handhaven eruit wordt geslingerd. Zij hebben niets meer te winnen of te verliezen en laten dat met ‘veel bloedvergieten’ merken. Dat is een wel erg grove, om niet te zeggen simplistische benadering van het probleem van radicalisering en terrorisme, al zit er zeker wat in om de wisselwerking van maatschappij en radicalisme te bestuderen. Maar veel terroristen waren maatschappelijk tamelijk succesvol tot ze voor de extreme variant kozen, onder invloed van wat dan ook.
Tegenover deze duistere schets van het heden staat het oplichtende perspectief als de aanbevelingen van Van Reybrouck en d’Ansembourg worden gevolgd. Hun leermethoden zijn mindfulness, geweldloze communicatie en compassie. De eerste twee zijn wetenschappelijk onderbouwd, stellen ze, en worden al op wat grotere schaal gehanteerd. De crux is dat mensen zichzelf moeten leren kennen en daarmee zichzelf en anderen helpen. “Ieder die zichzelf leert kennen, stelt zich ten dienst van anderen.” Het volgens hen wijd verspreide idee dat de mens slecht is klopt niet, want uit nieuw onderzoek blijkt dat de mens is ‘voorgeprogrammeerd om goed voor elkaar te zijn.’ De manier waarop mensen met elkaar omgaan, met vernedering, geweld, maar ook competitie, verpesten dat.
Door de aanbevolen benaderingen te volgen, kan die natuurlijke goedheid als het ware hersteld worden en kan de vrede toenemen. Die aanpak gaat echter voorbij aan belangen- en waardentegenstellingen, zoals de ongelijke verdeling van welvaart en de verhoudingen tussen allerlei groepen, om niet te zeggen stammen. Of landen. De schrijvers accepteren dat er conflicten blijven bestaan, maar toch schetsen ze het toekomstbeeld van een maatschappelijke of eigenlijk spirituele vooruitgang, waarin mensen op een andere manier met elkaar leren omgaan. Ze worden eigenlijk betere mensen.
Op de laatste pagina vragen de auteurs om niet minder dan een ‘langetermijnvisie voor onze mensheid’. Dat is nogal wat. Is tien minuten mindfulness per dag dan voldoende?

Vrede kun je leren snijdt een belangrijk onderwerp aan, en doet dat met de beste intenties en vanuit oprechte zorgen. Wie weet kunnen mindfulness en geweldloze communicatie een bijdrage leveren aan een vreedzamere samenleving. Maar dan nog zijn het geen volledige recepten. Door grote ambities te koesteren maar die op zeer beperkte manier uit te werken slaat dit boek de plank toch grotendeels mis.

 

Samenvatting
Review Date
Boektitel
Vrede kun je leren - Thomas d'Ansembourg en David van Reybrouck
Waardering
21star1stargraygraygray
(Visited 77 times, 1 visits today)

Geen reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *