De bevoorrechte sekse – Martin van Creveld

november 20, 2013

mvcvoorkant1Korte inhoud: Anti-feministisch manifest. De schrijver probeert te bewijzen dat vrouwen de bevoorrechte sekse zijn: ze zijn altijd beschermd door mannen die het merendeel van het zware werk doen. Het feministisch idee dat de verhouding tussen man en vrouw fundamenteel moet veranderen is strijd met de menselijke natuur, onuitvoerbaar en ongewenst.
Stelling van het boek: Vrouwen moeten niet klagen.
Stijl: Provocerend, gedetailleerd maar toch selectief.
Waardering:
Geschikt voor: mannen en vrouwen.
Niet geschikt voor: mensen met lange tenen of korte lontjes.

Hoeveel voetnoten heb je nodig om te bewijzen dat vrouwen beter af zijn dan mannen? Martin van Creveld zei dat hij in de Engelse versie van zijn boek over dit onderwerp er 2000 had gebruikt. In de Nederlandse versie zijn het er meer dan 1000. Hij heeft met opzet de voornamen van de aangehaalde auteurs genoemd, om aan te tonen dat er ook veel vrouwen zijn die  iets hebben geschreven waaruit je zou kunnen concluderen dat vrouwen bevoorrecht zijn.
De stelling van Van Creveld is in beginsel eenvoudig. Vrouwen zijn fysiek kwetsbaarder en hebben daardoor de bescherming van mannen gekregen. Het zijn mannen die het vieste, zwaarste en gevaarlijkste werk hebben gedaan, en nog steeds doen: van het vuilnis ophalen via oorlog voeren tot het reinigen van olietankers: mannen zijn hier zwaar oververtegenwoordigd. Mannen gingen jagen op groot wild, terwijl de vrouwen thuis de knollen verzamelden.
Doordat de meeste vrouwen kinderen krijgen, nemen ze op een gegeven moment afstand van de ratrace van de strijd om het bestaan. Mannen werken buitenshuis, terwijl vrouwen een beschermder bestaan kiezen. Mannen krijgen verantwoordelijkheid te dragen en moeten daar maar mee omgaan. (Ik moest hier even aan denken toen ik onlangs hoorde dat bij een middelgroot bedrijf 33 jonge vrouwen overspannen thuis zaten, en geen enkele man.)
Daarbij zijn er allerlei mechanismen bedacht waarin wordt geregeld dat mannen voor vrouwen zorgen. Vroeger gebeurde dat via de familie, later via de verzorgingsstaat.
Mannen leefden vroeger langer dan vrouwen. Een van de redenen was dat vrouwen kwetsbaar zijn voor ziektes rond de zwangerschap en bevalling. Maar dat verschil is weggewerkt. Maar hoe verder de beschaving – in de vorm van betere huizen, voeding, kleding, zorg etc, voortschrijdt, hoe meer vrouwen daarvan profiteren, vooral in levensverwachting. En dat terwijl de vindingen die dit mogelijk maakten, voor negentig procent door mannen zijn gedaan. Verder zijn ze minder het slachtoffer van gewelddadige misdaad en worden ze milder behandeld door rechters, in de schoolbanken en op de werkvloer.
Van Creveld gaat in een hogere versnelling als hij stelt dat vrouwen ondanks al hun priveleges over van alles en nog wat klagen. Ze zijn ongelukkiger, wat blijkt uit het feit dat het grootste deel van de psychiatrische patiënten vrouw is. Eigenlijk hebben vrouwen een vrijbrief om te klagen, zeker als ze mooi en jong zijn. Vrouwen doen vaker een zelfmoordpoging, mannen plegen vaker zelfmoord, voor Van Creveld bewijst dat welke sekse echt een probleem heeft.

Met lede ogen ziet Van Creveld het feminisme verder voortschrijden. Een van de mogelijke ontwikkelingen die hij voorziet een scheiding van seksen, zoals hier en daar al te zien is. (Hoewel heel vaak mannen daar het initiatief voor nemen.)  Bescherming van vrouwen neemt dan zeer vergaande vormen aan. Maar het zijn uiteindelijk de vrouwen die daarmee het meeste kunnen verliezen, vermoedt Van Creveld.
Een andere mogelijkheid is volgens hem dat het feminisme in zal storten ‘onder haar eigen absurditeiten’. Er is nu eenmaal een uitwisseling tussen gelijkheid en privelege. Vrouwen kunnen werkelijke gelijkheid niet aan, is zijn stelling. De rolverdeling waarbij de man de zwaarste lasten op zich neemt is natuurlijk, het is een terugbetaling van de schuld die ontstaat omdat vrouwen mensen het leven geven.

Er zitten een aantal zwakke en sterke kanten aan dit boek. Misschien is het wel veel lastiger dan gedacht om te bepalen welke sekse bevoorrecht is. Dat daar iets meer over wordt nagedacht dan het gebruikelijke idee dat vrouwen altijd en overal de achtergestelde groepen vormen, is goed. Misschien is de selectie van bronnen die Van Creveld citeert willekeurig en kunnen er net zo goed andere bronnen worden aangehaald die iets anders beweren. Het staat echter niet vast dat die wel volledig zijn. Zo werd in het veel aangehaalde Global Gender Gap de voorsprong die vrouwen hebben in levensverwachting hebben niet meegerekend om de verschillen tussen mannen en vrouwen te berekenen. Het voordeel van vrouwen werd gewoon genegeerd.
Een ander punt waar dit boek op wijst is dat sommige mannen de sterkere, bevoorrechte rol van vrouwen niet trekken: denk aan echtscheidingszaken met dramatische afloop. Belangen van mannen verdienen ook aandacht. 

Zwakke punten zijn dat Van Creveld doordraaft en dat hij soms te gemakzuchtig redeneringen hanteert, zoals dat voor iedere vrouw die seksueel geweld ondergaat, er een andere man zich als beschermer opwerpt. Van Creveld toont zich in zijn bewijsvoering soms een ware omkeringskunstenaar. Zwakte is voor vrouwen juist een grote kracht, want daarmee kan ze mannen mobiliseren.
Hij heeft mogelijk te weinig aandacht voor de culturele rolverdeling van vrouwen en mannen en te veel oog voor de natuurlijke patronen.
Maar al met al is de provocatie van Van Creveld geslaagd, al bewijst hij zijn stelling niet. Sommige zaken zijn zeer herkenbaar. De stelling dat gelijkheid en bescherming nooit hand in hand kunnen gaan, is sterk. Dit boek zal geen ommekeer geven aan het heersende beeld dat vrouwen achtergesteld zijn, maar het is een kleine nuancering in een wereldwijd debat.

Interview met Martin van Creveld in Parool/AD

Martin van Creveld, De bevoorrechte sekse (2013)

(Visited 471 times, 1 visits today)

Geen reacties

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.