Nederland, de vaderlandse geschiedenis – Han van der Horst

november 5, 2006

vanderhorst_nederlandRecensie: Luc Panhuysen

Vroeger hadden vaderlandse geschiedenissen steevast minstens tien delen, met meerdere contributanten die allen nadrukkelijk `profes­sor’ voor hun naam hadden staan. Het waren boekwerken met het gewicht van een instituut, waarvoor de fine fleur van elk tijdvak was ingeschakeld en die de geschiedenis omvatte tot in haar kleinste zijpaden.

Er worden nog steeds geschiedenissen van Nederland geschreven, maar niet meer door de universitaire keurtroepen. Ook zijn ze éénde­lig, bijna draagbaar. Het meest bekend is het boek van Gerlof Verwey, een man die zich na een carriere in het bankwezen zette aan het schrij­ven van het in 1976 uitgekomen Nederland, le­vensverhaal van zijn bevolking. Dit boek beleeft nog steeds herdrukken.

Onlangs verscheen verscheen Neder­land, de vaderlandse ge­schiedenis van prehistorie tot nu door Han van der Horst. Van der Horst is werkzaam bij het Nuffic, de Nederlandse organi­satie voor inter­nationale samenwerking in het hoger onderwijs en heeft slechts één andere titel op zijn naam staan: The Low Sky. Under­standing the Dutch, een boek voor buitenlanders om Nederland te leren be­grijpen

Onder `Nederland’ verstaat de auteur het gebied waarvan in 1839 de grenzen werden be­paald, het huidige Nederland dus. De vlamingen, die in veel nationale geschiedenissen meedoen tot aan de Tachtigjarige Oorlog, zijn bij hem van meet af aan een buurvolk. Maar hierin ver­schilt hij minder van andere historici dan Van der Horst, overigens zonder namen te noemen, beweert. Ook het levensverhaal van de Nederlandse bevolking dat hij beschrijft, biedt niets nie­uws. Over de klokbekercultuur, de Gouden Eeuw, de Bataafse Republiek schrijft hij in de geest van zijn voorgangers, en heeft hij boven Verwey weinig te bieden. Toch zijn er de nodige ver­schillen.

Allereerst is Van der Horst (623 bladzij­den) bijna de helft dunner dan Verwey (1052 bladzijden). Dit verschil wordt niet veroor­zaakt door het feit dat eerstgenoemde helemaal geen literatuuropgave en notenappa­raat heeft opgenomen en het boek geen enkele illustratie en kaart bevat. Leggen we beide registers naast elkaar, dan valt op dat Verwey veel meer namen heeft. Voor volledigheid hoeft men Nederland dus niet aan te schaffen.

Bij lezing valt direct een ander verschil op. Van der Horst wìl helemaal geen volledig­heid. Hij is een man van de schets en het brede gebaar en hoewel hij niet terugschrikt voor cijfer­materiaal, is hij op zijn best als hij personages of verschijnselen laat spreken voor volksde­len en tijdsge­wrichten. Dat ver­leent de vertelling zwier en snelheid. Verge­le­ken met Ver­wey, die zelden typeert en zich voor panora­mische uitspraken al snel achter grote namen verschuilt, levert dit een groot voor­deel op.
Anderzijds loopt Van der Horst hierdoor gevaar het verleden te smoren in clichees. Zoals wanneer hij de nijverheid van de paal­worm, die schepen en dijken ondermijnde, de gesteldheid van het Nederland in bijna de hele achttiende eeuw laat symboliseren. Maar meestal weet hij dit te vermij­den. In de Gouden Eeuw bijvoorbeeld komen zowel de rijke regenten als het arme volk aan bod.

Soms blijkt het brede gebaar ook wat dun­netjes te zijn, zoals wanneer hij het Rampjaar 1672 beschrijft. Als de kleine Republiek aan drie kanten wordt aangevallen en zich achter de Waterlinie heeft terugge­trokken, schrijft Van der Horst: `de heerschappij ter zee bleef onge­bro­ken’. Ver weg in de kolonieën mag dat waar zijn, maar dicht bij huis, in de Noordzee, heeft de Republiek menig veer moeten laten tegen de Duinkerker kapers en de Engelse vloot. Zeker, de Holland­se koop­vaardij was supe­rieur, maar de marine was dat niet, laat staan dat haar `heer­schappij onge­bro­ken’ was. Maar goed, de auteur verbindt er geen brede conclu­sies aan dus we zullen het hem ver­der niet euvel duiden.

Het belangrijkste verschil van deze vader­landse geschiedenis met zijn voorgangers ligt niet in feitelijke correctheid, maar in de doel­groep. In zijn inleiding schrijft Van der Horst dat hij zijn boek heeft ge­schre­ven voor de `vijftien miljoen mensen die een onderlinge lotsver­bon­denheid voelen. (…) De laatste dertig jaar reizen bovendien van overal in de wereld nieuwkomers naar ons land die de ambitie hebben zich hier thuis te voelen.’ Ook voor hen is dit boek bedoeld. Nederland is het eerste geschiedenisboek voor en van de multi­culturele samenleving.

Helemaal trouw aan zijn inzet is de auteur niet. De nieuwkomers komen uit tientallen verre landen, terwijl hij alleen de oude kolonieën behandelt. Maar toch. In Verwey verschijnen Indonesië, Antillen en Suriname nadrukkelijk als voetnoten, de index vermeldt de eerste twee niet eens.

Bij Van der Horst komt de geschiedschrij­ving van de kolonisatie organisch voort uit het verhaal van de expansie van de Republiek. Het begint met de avonturen van de Verenigde Oost­indische Compag­nie (VOC) dat de lezer kennis­maakt met de voorouders van de huidige moluk­kers, hindoestanen, creolen en antillianen. Gedurende de volgende eeuwen blijven we op de hoogte van de verrichtingen van een koopmans­natie in exotische wingewesten. Uitge­breid beschrijft Van der Horst de laatste jaren van `Ons Indië’ en de moeizame, onwillige gang van Neder­land naar de dekolonisatie en de emigratie die daarop volgde. Het hoofd­stuk over Indonesië en Suriname behoort tot de mooiste delen van het boek.

Er is ook een domper. Toegege­ven, de stijl van Verwey ruikt naar sigarenrook en gaat ge­bukt onder negen­tiende-eeuwse stram­heid. Maar dat geeft Van der Horst nog geen vrijbrief de lezer te kwellen met stilistische ekster­ogen als `Het was gaan tot de wor­tel’, `De koning had geen slecht verhaal’, `het had allemaal iets van chaos’, `er ontstond een enorme vre­deshausse’.
Maar het zijn schoonheidsfoutjes in een werk dat de vaart der volkeren erkent en poogt mee te gaan met zijn tijd. Voor het eerst zijn migran­ten en hun nazaten als Neder­lan­ders, als deelnemers in het grote verhaal van de vader­landse geschiede­nis, beschre­ven en aangesproken. Tegelijk loopt de geboren en getogen Nederlan­der rond op een toneel waar de klapperboom, de rijstvelden, de stoffige straten van Paramari­bo, de stranden van Aru­ba, de Amsterdamse grac­hten en de polders zijn samengevoegd tot één decor. Al met al reden Neder­land met vreugde te begroeten.

Han van der Horst: Nederland, de vaderlandse geschiedenis van de prehistorie tot nu.

(deze recensie, die eerder verscheen in het Parool, heeft betrekking op de eerste druk van dit boek.)

(Visited 782 times, 2 visits today)

7 reacties

  • gerard weel oktober 22, 2008op3:52 pm

    Han van der Horst: Een bijzonder land (Bert Bakker 2008)
    Ik las het boek met veel genoegen. Niet alle onderdelen kan ik beoordelen. Wel heb ik me een beetje kwaad gemaakt over de opmerking op blz.56:”Wat hij las, was allemaal onzin en flauwekul in het Latijn.” Mijnheer van der Horst, wilt u alstublieft mijn korte scriptie over “De probationes” lezen (zie mijn website) en bij heruitgave corrigeren? Met vr.gr. Gerard Weel

  • van vliet mei 13, 2009op8:25 am

    Han van der Horst, Nederland
    Geachte Heer van der Horst,
    De ruime “penseelvoering” doet weldadig aan, maar t.a.v. “de moslims” (ik weet niet meer waar precies U dat schrijft, maar in één van eerste hoofdstukken) als cultuurdragers dient toch wel een onderscheid gemaakt te worden tussen de cultuur van de hoger ontwikkelde volkeren als b.v. Perzen en Egyptenaren en vele andere eveneens onder de voet gelopen volkeren van een soortgelijk cultuurniveau als dat van hen die hen in sneltreinvaart van de Indus tot de Pyreneeen onderwierpen: de bedoeienen en hun hulptroepen bestaand uit bergvolkeren van Noord-Afrika en Voor-Azie.
    van Vliet

  • S.Bijlsma , Smilde april 19, 2010op10:24 am

    Op blz. 559 staat:gijzeling kleuterschool.Dit moet zijn:lagereschool (105 leerl.5leerkrachten)De kinderen werden na 5 dagen vrijgelaten. Deleerkrachten bleven gegijzeld. Op 11juni gaven de kapers zich over na een aanval met pantserwagens.Diezelfde ochtend werd de kaping van de trein bij De Punt beëindigd. Daar vielen 8 doden.(onder wie 6 daders).Zie ook Wikipedia

  • EG Homveld januari 1, 2011op1:26 pm

    Nederland, negende druk 2010, Hst.12, blz.232:
    Er is een punt vergeten bij de zin die begint met: Want in Frankrijk vormden de hugenoten …

  • Bob Vandenbosch mei 31, 2011op2:05 pm

    Omissies?
    Ik mist verwijzingen naar de boerenoorlog en Koningin Wilhelmina’s moedige besluit om met de Kruiser Gelderland Paul Kruger naar Nederland te halen.
    Verder wordt het bloedbad op de Dam te Amsterdam van 7 mei 1945 “vergeten”..
    Dat de Vrijmetselarij al vroeg in 1940 door de Duitsers werd verboden kan ik iook nergens vinden, noch de vermelding dat Generaal Hermannus van Tongeren [Grootmeester] in Duitse gevangenschap overleed..
    Ik zelf werd in 1933 geboren te Amsterdam en heb daar WO2 meegemaakt…

  • A. Schulte mei 31, 2011op4:00 pm

    Ik denk dat het onmogelijk is om volledig te zijn in zo’n boek met toch beperkte omvang. over de keuzes valt altijd te twisten.

  • Myconius september 5, 2017op10:13 am

    Bijzonder matig boek.

    Inhoudlijk kan ik mn het gedeelte tm de middeleeuwen beoordelen (ben zelf ook historicus) en dan valt het op dat de wetenschappelijke ontwikkelingen van de afgelopen halve eeuw ontbreken. Het gedeelte over de oudheid/ME is dan ook zeer gedateerd.

    Daarnaast zitten er veel fouten in. Beweringe als dat de eerste landbouwers in omheinde dorpen gewoond zouden hebben bv. Zeker in het eerste gedeelte lezen we bijna een fout per pagina. Nog zomaar een voorbeeld; politieoptrden zou de Noormannen uit Al Andalus gehouden hebben. Dat is gewoon nonsens, er bestond geen politie in die tijd. Of de bewering dat de kerk zich ging bemoeien met het sacrament van het huwelijk in de 11e eeuw; het huwelijk was in die 11e eeuw geen sacrament en zou dat pas in de contrareformatie worden.

    Ook storend is de gebrekkige stijl. Bij herhaling struikel je over zinnen als ‘Zijn lijk werd daarheen overgebracht (!) na de laatste slag tegen zijn talrijke vijanden’, of ‘ Het was de moeder van alle strijdkreten die het Opperwezen onder de eigen vaandels plaatsten’, of ‘Het waren twee uiteenlopende opvattingen van klooster zijn (?)’.

    Ook heeft Van Der Horst een voorliefde voor obscure woorden die niet alleen lelijk zijn, maar de leesbaarheid geen goed doen.

    ‘De Brusselse burgerwacht verscheen op straat, solidariseerde (!) zich met de opstandelingen.’

    ‘…fiolen van toorn uitstortten op het hoofd van de ondankbare Belgen’

    ‘Zijn positie was even indrukwekkend als zijn embonpoint(!)’

    Al met al is dit boek dus een werk dat je gerust kunt overslaan; historisch zwaar verouderd, te veel fouten en anachronismen, en bij tijd en wijle onleesbaar omdat de schrijver verdwaalt in onnodig ingewikkelde zinnen en woorden gebruikt die voor de lezer een storend pedante indruk achterlaat

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.