Uruzgan, Christ Klep

juni 19, 2011

klepNederland had nooit moeten beginnen aan de missie in Uruzgan, als de omstandigheden in Afghanistan de doorslag hadden gegeven. Maar de Nederlandse rol in de Navo en de verhouding met de Verenigde Staten waren belangrijker.
Dat is de stelling van militair historicus Christ Klep. Op zich is het niet zo opzienbarend en deze conclusie was natuurlijk al te trekken op het moment dat de regering en Kamer beslisten.

Klep begint met een zakelijke en licht afstandelijke reconstructie van de gebeurtenissen. Dat doet hij op licht afstandelijke wijze. Hij wijst op een ‘schizofreen beeld’dat ontstond toen Nederland eenmaal was begonnen aan de missie. Aan de ene kant werd er gesteld dat het allemaal wel meeviel, aan de andere kant was er meer geweld dan men voorgesteld had. Dat had ook te maken met de manier waarop de missie werd voorgesteld. Klep vindt niet, in tegenstelling tot Joeri Boom, dat de regering de risico’s ontkende, maar in de debatten hadden regering en Kamer het vooral over wederopbouw.
Rond de opbouw deed zich iets soortgelijks voort. Er waren positieve ontwikkelingen, maar het was niet mogelijk om in een paar jaar de structuren van de Afghaanse staat en samenleving te veranderen. Iedere vooruitgang had dus een wankele basis.
De eerste honderd pagina’s van dit boek bieden weinig nieuws voor wie het onderwerp goed heeft gevolgd. De schrijver blijft hier wel erg op de achtergrond.
Dat verandert in het tweede deel. Klep komt daar met de stelling dat Nederland zich niet hield aan de regels die het zelf had gesteld om te beoordelen of deelname aan een missie een goed idee zou zijn. Als men dat had gedaan, was men niet gegaan, zeker niet op dat moment.
Na ‘Srebrenica’ is de besluitvorming over internationale missies verder aangescherpt. Er moet aan allerlei voorwaarden worden voldaan. Maar dat biedt volgens Klep slechts schijnzekerheid. De voorwaarden worden ‘afgetikt’.

Hij pikt er drie zaken uit waaruit volgens hem de onmogelijkheid blijkt om van de missie een succes te maken: de verwevenheid van ‘vechtmissie’ Operation Enduring Freedom en ‘stabiliteitsmissie’ Isaf, de behandeling van Afghaanse gevangenen, en het nut en doel van de missie, namelijk de transformatie van Afghanistan.
De scheiding van OEF en Isaf was schijn, de behandeling van gevangenen door de Afghaanse staat kon nooit aan internationale normen voldoen en in een paar jaar was het onmogelijk om in het land echt veel te veranderen. Nederland ‘krabte aan de oppervlakte’.
Het besluit om aan de missie deel te nemen was politiek gemotiveerd en niet gebaseerd op een objectieve afweging van feiten en omstandigheden op de grond. Internationale argumenten speelden de hoofdrol, met name de verhouding met de Verenigde Staten en de rol van de Navo. Hier speelt een opmerkelijk verschijnsel. De Nederlanders gingen naar Uruzgan op het moment dat de Amerikanen hun troepenmacht in Irak vergroten. Ze gingen weg ophet moment dat de Amerikanen hun aanwezigheid in Afghanistan vergrootten.
Hetzelfde geldt voor het besluit om niet meer deel te nemen. Toen speelden partijpolitieke overwegingen de hoofdrol.
Dit is niet echt een eye-opener, maar wordt hier wel stevig onderbouwd, soms met enige herhaling.

Bij het besluit, beter gezegd non-besluit, om niet meer te verlengen na 2010, is Klep wel wat juist wat kort door de bocht. Het was natuurlijk evident dat achter de twijfels van de PvdA, die hamerde op afspraken en procedures, twijfels zaten over nut van de missie. Als de PvdA de missie op zich een goed idee had gevonden, was er politiek wel een mouw aan te passen geweest.
Met zijn stelling heeft Klep in feite al duidelijk gemaakt dat het succes van de militairen op zijn best beperkt kon zijn. In het hoofdstuk over de militaire uitvoering doet hij de dilemma’s van de counterinsurgency duidelijk uit de doeken, en neemt een genuanceerde stelling in over de vraag of de Nederlanders zoveel anders optraden (Dutch Approach) dan de bondgenoten in andere provincies.

Niet direct overtuigend is zijn stelling dat de Nederlanders de hearts van de Afghanen hadden gewonnen, maar hun minds niet. We weten te weinig over wat er echt in de hearts en minds van de Afghanen omging om daar zo stellig over te zijn. Eigenlijk leidt Klep dat af uit de omstandigheden van de missie: de Nederlanders gingen weer weg en de Afghanen wisten dus dat ze niet voor langere termijn op hen konden vertrouwen.
De vijand, netjes gezegd, de Opposing Militant Forces, blijft voor een groot deel in de schaduw. Klep schrijft wel iets over de verhoudingen bij de Taliban en de mate waarin die verweven is met familie’s en stammen. Daarom was het ook zo lastig de Taliban totaal de kop in te drukken, hoewel grootschalige acties vanaf 2008 werden vervangen door kleine aanslagen.

Dit is het meest politieke, wetenschappelijke en afstandelijke van de boeken die de afgelopen jaren over Uruzgan zijn verschenen. Wie wil weten hoe ‘onze jongens en meiden’ het daar hebben gehad, moet een ander boek lezen. Maar dit is voor de politieke, academische maar ook journalistieke discussie over Uruzgan en toekomstige missies een zeer nuttig werk.

Christ Klep, Uruzgan. Nederlandse militairen op missie, 2005-2010 (2011)

(Visited 170 times, 1 visits today)
Samenvatting
Review Date
Boektitel
Uruzagan, Christ Klep
Waardering
41star1star1star1stargray

Geen reacties

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.