Het einde van de geschiedenis – Francis Fukuyama

december 21, 2015
fuku

Bestel dit boek

Sommige boeken ken je al of denk je te kennen zonder ze gelezen te hebben. Het boek van Francis Fukuyama ‘The end of history and the last man’ is er zo een. Een klassieker die sinds de verschijning in het begin van de jaren negentig talloze malen is geciteerd en geanalyseerd als de uiting van een tijdgeest.
Het boek kwam voort uit een essay dat Fukuyama eerder schreef voor The National Interest, meer dan 25 jaar geleden. Nooit te laat om toch een keer van kaft tot kaft door te nemen.

(lees hier de bespreking van Identiteit van Francis Fukuyama)

Relevant

Eerste vraag is of ‘The end of history’ nog relevant is. Vaak is verklaard dat Fukuyama het bij het verkeerde eind had en dat de geschiedenis toch is door gegaan. Vooral de aanslagen van 11 september 2001 en de daaropvolgende ‘War on terror’ zouden daarvoor het bewijs zijn. Toch haalt de groei van het islamitisch radicalisme de these van Fukuyama niet daadwerkelijk onderuit, maar dat betekent niet dat die overtuigend is.

Fukuyama stelt dat ‘de geschiedenis’ tot een einde is gekomen na de Koude Oorlog, omdat er geen ideologische tegenstander van de liberale democratie meer is. Dat model is het voorbeeld. Dat betekent niet dat alle landen dat voorbeeld volgen, maar die stellen geen universeel toepasbaar alternatief voor, zoals het communisme dat nog wel deed.
Het einde van de geschiedenis betekent niet dat er niets meer gebeurt, maar dat de ideologische strijd ten einde is.

Smartphone

Fukuyama ziet twee grote drijvende krachten in de geschiedenis van de mens. De eerste is de vervulling van de materiële behoeften. Dankzij de groei van de moderne natuurwetenschappen kan de mens de natuur steeds beter beheersen. Dat was weer de bron voor steeds verdere economische ontwikkeling, waardoor de behoeften voor een grotere groep op een steeds hoger niveau vervuld kunnen worden. Iedereen een videorecorder, schreef Fukuyama. Dat is nu uiteraard een smartphone. Een kapitalistisch systeem slaagt beter in het vergroten van de materiële welvaart dan een communistisch systeem. Maar in theorie is een autoritair bewind ook in staat om welvaart te genereren en dit soort behoeften te bevredigen.
Dat lukt volgens Fukuyama echter niet met die andere belangrijke drijfveer, het streven naar erkenning. Mensen willen niet alleen eten en drinken, ze willen ook erkend worden als mens. Hierbij spelen begrippen als waardigheid en vernedering een grote rol. In autoritaire regimes zullen mensen zich niet gewaardeerd en erkend voelen, wat leidt tot een ondermijning van de legitimiteit.
Vandaar dat zowel als het gaat om de materiële kant als om de niet-materiële kant de liberale democratie de beste papieren heeft om de behoeften van mensen te bevredigen. Dus daar is het einde van de geschiedenis.

Niet het einde

Dat is toch niet helemaal het einde van het verhaal. Want ook in de liberale democratie blijven er ‘contradicties’ bestaan, die mogelijk tot veranderingen kunnen leiden. Fukuyama onderscheidt daarbij de linkse en de rechtse kritiek op de liberale democratie. De linkse kritiek legt de nadruk op de ongelijkheid die ontstaat als het gevolg van de liberale economie. Fukuyama is daar niet zo van onder de indruk, omdat bepaalde vormen van  ongelijkheid samenhangen met de economische dynamiek. Deze vorm van kritiek is uiteraard de laatste tijd in kracht toegenomen, al is er nog geen teken van een zeer inspirerend en levensvatbaar alternatief. Zie de identiteitscrisis bij links. Wat dat betreft lijkt Fukuyama’s these dat er geen universeel ideologisch alternatief is voor de liberale democratie nog steeds geldig.

Meer waardering lijkt Fukuyama te hebben voor de rechtse kritiek, die hij met name baseert op het werk van Friedrich Nietzsche. Dat is kritiek niet op de ongelijkheid, maar op de gelijkheid. De gelijke waardigheid van alle burgers leidt tot de ‘laatste mens’: een persoon die nooit tot het uiterste zal gaan, die alle heroïek ontbeert, een bourgeois in de deerniswekkende betekenis van het woord. Een samenleving waarin iedereen even waardig is, is een culturele laagvlakte, zonder hoogvliegers, zonder smaak, waarin idealen vervlogen zijn en alleen nog belangen gelden. Een comfortabel, maar onbevredigend bestaan blijft over.

De laatste mens

Met die kanttekeningen plaatst Fukuyama zelf een flink vraagteken bij de samenvatting die vaak van zijn boek wordt gegeven: de liberale democratie heeft overwonnen en daarmee punt uit. De ‘laatste mens’ is geen lonkend vooruitzicht.
Er zijn ook bedreigingen van buitenaf: waaronder de politieke islam in diverse verschijningsvormen. Fukuyama vindt dat in zijn boek dat geen echte uitdager: dit is alleen interessant voor de islamitische wereld en ondanks de universele boodschap van de islam is het onwaarschijnlijk dat die buiten de islamitische wereld aanslaat. In die zin is er ook minder sprake van een ideologische strijd, zoals die er wel was met het communisme. Dat had uiteraard ook een gemeenschappelijke filosofische oorsprong als de liberale democratie.

De uitdaging van het islamitisch radicalisme leidt echter wel tot vertwijfeling en angst. Is de ‘laatste mens’  van de liberale democratie wel opgewassen tegen deze fanatici die de dood niet vrezen? De jihadisten gaan de dodelijke strijd om prestige aan, die de westerlingen liever uit de weg gaan. Die immateriële strijd met het jihadisme is misschien wel belangrijker dan de daadwerkelijke schade die de aanslagen veroorzaken. Vanuit Hegeliaans perspectief zou je kunnen volhouden dat de zelfmoordterrorist daadwerkelijk vrij is, hij laat zien dat hij niet wordt voortgedreven door basale passies maar kiest.

Een andere ondermijning van het optimistische verhaal over de zegetocht van de liberale democratie is de heropleving van het autoritaire model. Sinds het verschijnen van het boek is China als economische grootmacht opgekomen, als autoritaire staat. Rusland kent verkiezingen, maar wordt strak geleid door Poetin. En het voorbeeld krijgt navolging in landen als Turkije en zelfs Hongarije, een lidstaat van de Europese Unie. Pogingen om democratie naar Irak en Afghanistan te exporteren zijn mislukt, net als bijna alle aanzetten tot democratie in de Arabische wereld.
Volgens Fukuyama biedt het autoritaire systeem echter een ideologisch zwak alternatief. Ieder autoritair leider heeft zijn eigen mengeling van mythes en rechtvaardigingen. Nationalisme speelt een grote rol, een stroming die ook in West-Europa en de Verenigde Staten sterk is gegroeid. Maar nationalisme is niet ‘volledig rationeel’ en kan daarom niet echt op een glorieuze toekomst rekenen.

Mythe

Fukuyama trekt lange lijnen: wat dat betreft heeft zijn werk wat van de big history benadering van bijvoorbeeld Sapiens van Harari. Hij doet dat op zeer ideologische wijze: hij wil de Geschiedenis als een project zien waarin de ene stroming het bij het rechte eind heeft, alle andere het mis hebben en waarin het uiteindelijk allemaal goed komt. Daar is geen enkele garantie voor: net zo goed kan je de ontwikkeling van de mens zien als het spelen met vuur. Vuur kan nuttig zijn als het beheerst wordt, maar ook vernietigend. Die twee kanten zijn steeds weer zichtbaar, ondanks alle vooruitgang.
Het bestaan van geschiedenis met hoofdletter is te betwijfelen, ook al zijn er lange termijn ontwikkelingen te zien in wat mensen hebben uitgespookt. Maar waarom moet daar een morele dimensie aan zitten en een dwingende logica die tot een model leidt? Dat het zo gekomen is, betekent niet dat het noodzakelijk zo had moeten lopen.
Dit is een vooruitgangsverhaal, een mythe zogezegd. Of een utopie die net als alle andere utopieën moet worden afgewezen, zoals John Gray deed. Daarmee is dit, in de bescheidenheid die Fukuyama soms pretendeert, een ouderwets boek. En is het overtuigend in de strijd der ideeën? De stelling is dat ‘ons systeem’ het best bij de mensheid past, en daarom zal overwinnen is eerder een troostvolle gedachte dan een argument.
Maar Fukuyama is genuanceerder dan vaak werd weergegeven. De laatste mens is ook een duidelijke waarschuwing tegen de visieloosheid en het dogmatisch pragmatisme van politieke kopstukken als premier Mark Rutte. De laatste mens, wie wil kan hem al zien rondscharrelen. 


(Visited 914 times, 15 visits today)
Samenvatting
Review Date
Boektitel
Het einde vAn de geschiedenis en de laatste mens, Francis Fukuyama
Waardering
31star1star1stargraygray

Geen reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.