Fantoomgroei – Sander Heijne en Hendrik Noten

oktober 5, 2020

Zo’n beetje iedereen hier heeft het gelezen. Dat zei ChristenUnie-fractievoorzitter Gert-Jan Segers in de Tweede Kamer over het boek Fantoomgroei. Prachtige reclame uiteraard en ik kon niet achterblijven.

Dat lezen ging razendsnel. Niet alleen omdat het boek vlot geschreven is en de auteurs de lezer stevig bij de hand nemen. Maar ook omdat Fantoomgroei weinig nieuws bevat voor mensen die de discussie over de politieke economie van de afgelopen jaren hebben gevolgd. 

Het uitgangspunt van Fantoomgroei is een rapport van de Rabobank uit 2018. In dat rapport wordt gesteld dat de inkomens van Nederlanders de afgelopen veertig jaar ver achter zijn gebleven bij de groei van de economie. Sander Heijne, onder andere oud-economieredacteur bij de Volkskrant, en Hendrik Noten, die werkte bij een werkgeversorganisatie, wilden uitzoeken hoe dat kon. 

Expedition Robinson

Die zoektocht leidt hen langs belangrijke punten in de economische geschiedenis van Nederland. En daar blijft het niet bij. Ze onderzoeken ook de internationale herkomst van onze ideeën over economie. Waarom denken we dat als de economie groeit mensen ook rijker worden? Wat is ‘de economie’ eigenlijk?

Om met dat laatste te beginnen: de auteurs komen met een eigen definitie, die ik iets inkort: Economie is het vermogen van een groep mensen om samen een probleem op te lossen. Dat is aardig gevonden, maar het lijkt me meer een omschrijving van Expedition Robinson. Een groep mensen op een eiland moet samen problemen oplossen.

Maar als het over economie gaat, is de vraag welke problemen opgelost moeten worden. En wat is problemen oplossen? Als die oplossing er is, is het probleem dan weg? Nee, uiteraard niet. De economie, die in mijn ogen te maken heeft met goederen en diensten (‘schaarse middelen’), is nooit af. In iedere samenleving (groep mensen) zullen kwesties opduiken over de productie en verdeling van wat mensen nodig hebben en wensen, aan goederen en diensten. De vraag is uiteraard welke noden en wensen daaronder vallen.  Gaat het alleen om alles wat je voor geld kan kopen of ook om andere zaken?

Uitbuiting

De belangrijkste stelling van Fantoomgroei is dat ‘de economie’ meer gericht moet zijn op algemeen belang. In de afgelopen veertig jaar is onder invloed van neoliberale ideeën de markt te centraal komen te staan. Voor wie dat niet eerder deed, kan hier lezen over de econoom Friedrich Hayek en zijn Mont Pelerin Society, over Milton Friedman en zijn Chicago Boys en over secretaris-generaal Frans Rutten en zijn Rutten Boys. Doordat hun ideeën over een vrije markt met een hoofdrol voor aandeelhouders uitgevoerd werden, zijn lonen achtergebleven en zijn de winsten van bedrijven gestegen. Daardoor ook is de publieke sector zwaar geraakt door bezuinigingen. Het is tijd de verhouding tussen markt, overheid en burgers te herstellen, schrijven Heijne en Noten.

En daar willen ze zelf aan meewerken. De toestand van de economie heeft Heijne en Noten zo gegrepen dat ze van objectieve beschrijvers politieke activisten zijn geworden. De onrechtvaardigheid van het huidige systeem is zo groot dat ze niet stil konden blijven zitten. Er moet een nieuw verhaal komen, een nieuwe visie, schrijven ze.

Die visie is: een wereld zonder uitbuiting, met gelijke kansen, goede gezondheidszorg en onderwijs, en een leefbaar klimaat. Dat is niet heel opzienbarend. Het is een opsomming waar veel Nederlanders, de meerderheid misschien wel, zich achter kan scharen.

Brede welvaartsmonitor

Heijne en Noten pleiten voor een andere manier van het meten van economische prestaties. Niet meer met het bruto binnenlands product, waarin groei centraal staat ongeacht wat die groei inhoudt. Wapengeweld of milieuvervuiling, zolang het geld rolt telt het mee in het bbp. Ook dat streven naar een andere meetmethode is niets nieuws. In Nederland en elders is er uitgebreid onderzoek naar gedaan: dat heeft hier de Brede Welvaartsmonitor opgeleverd. De auteurs gaan daar niet echt op in. Is die monitor adequaat of moet het toch anders?

Ze komen met een aantal voorbeelden van vaak kleinschalige projecten waar op een andere manier wordt gewerkt of geleefd. Ze noemen de Green New Deal van Congreslid Alexandria Ocasia-Cortez, die echter op dit moment vooral een opsomming van mogelijke maatregelen is. Er is nog geen begin van uitvoering of financiering.

Uiteindelijk gaat het in de economie om politieke keuzes, schrijven Heijne en Noten. En dat klopt. Ze zijn niet de eerste auteurs uit de economische hoek die er achter komen dat ‘de economie’ niet los staat van geschiedenis of politiek, dat de modellen van de planbureaus niet de volledige werkelijkheid dekken. Het technocratische idee dat er een eenvoudig economisch recept is waardoor alles goed komt, bekritiseren ze terecht.

De kracht van dit boek ligt niet in de originele ideeën, maar in de vorm en de timing. De auteurs brengen de materie soepeltjes, (soms wat te soepel) en dat kan voor veel lezers aantrekkelijk zijn. En het boek verschijnt op het moment dat van links tot rechts kritiek klinkt op een systeem waarin winsten voor lonen gaan en op het moment dat de publieke sector breder gewaardeerd wordt.

Argeloosheid

Het simplisme van het boek slaat aan het einde door in argeloosheid. En dat is teleurstellend.

Heijne en Noten schrijven dat ze willen helpen om ‘die nieuwe, betere wereld’ te realiseren. Die ligt ‘binnen handbereik’. ‘We hoeven het alleen maar te willen.’ Dat is een zware onderschatting van wat nodig is voor ingrijpende veranderingen. Wie die wil krijgt met vele gevestigde belangen te maken. Van vakbonden tot grote industrieën. Van boze burgers tot balende belastingbetalers.

Ook is het maar de vraag of altijd alle doelen die ze willen nastreven tegelijk kunnen worden gerealiseerd. Moeten werknemers hoger loon krijgen (blijkbaar een streven), als milieudoelen door hogere consumptie geschaad gaan worden? Moet er meer geld gaan naar ‘het vrij besteedbaar inkomen’ van burgers of juist naar de overheid? Ook dat is politiek en economie: keuzes maken. Wie gaat er voor betalen? Dat blijft onduidelijk.

Online retailers

De uitspraak ‘We hoeven het alleen maar te willen’ is ook anders te interpreteren. ‘We’ (voor het gemak even beperkt tot de Nederlandse kiezer) willen het niet. In de belangrijkste politieke keuze, die voor de Tweede Kamer, staan partijen aan kop die lang niet alle doelen van Heijnen en Noten onderschrijven. Nu klinkt zelfs in de VVD kritiek op het bedrijfsleven. Maar welke harde maatregelen stelt die partij voor die er toe leiden dat meer geld naar werknemers gaat en minder naar aandeelhouders? Inderdaad. Het lijkt er eerder op dat de overheid in de coronacrisis weer met miljarden klaarstaat om bedrijven te redden, zelfs bedrijven met een dossier vol belastingontwijking.

En ook bij andere keuzes, van de groei van online retailers tot budgetvluchten, blijkt niet dat ‘we’ die betere, nieuwe wereld heel erg graag willen. Dat klinkt misschien wat cynisch, maar er zijn harde ingrepen nodig als je de economie echt wil veranderen. Anders blijft die nieuwe, betere wereld een fantoom.

(Visited 505 times, 1 visits today)
Samenvatting
Review Date
Boektitel
Fantoomgroei - waarom we steeds harder werken voor steeds minder - Sander Heijne en Hendrik Noten - AtlasContact
Waardering
31star1star1stargraygray

Geen reacties

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.