De tirannie van verdienste – Michael Sandel

september 19, 2020

meritocratieEr zijn talloze verklaringen voor de verkiezingsoverwinning van Trump en de victorie van Brexit. Michael Sandel, filosoof aan Harvard, voegt er vrij laat nog een aan toe. Niet economische ongelijkheid of xenofobie, maar een gevoel van miskenning is de drijfveer van de Brexit/Trump stemmers. En dat gevoel wordt veroorzaakt doordat ongelijkheid wordt gerechtvaardigd door te wijzen op prestaties. Wie rijk is, zal dat verdiend hebben. Wie succes wil hebben in het leven, moet goed scoren om op een topuniversiteit als Harvard terecht te komen. Maar wie niet slaagt, zal dat dan wel aan zichzelf te danken hebben en wordt vernederd. Deze mensen nemen wraak door op ‘de tegenpartij’ te stemmen. De populistische onvrede is een protest tegen de tirannie van verdienste, schrijft Sandel stellig.

Dat systeem waar ze zich tegen keren is de meritocratie, een begrip waar Sandel zijn boek omheen heeft gebouwd, maar hij niet heeft gedefinieerd. Is het een ethiek, een praktijk, een maatschappijvorm of van alles wat? Voor een belangrijk deel gaat dit boek over de toelating tot de Amerikaanse topuniversiteiten, waarmee Sandel dicht bij huis blijft. Maar het gaat ook om de rechtvaardiging van verschillen in welvaart en om de politieke mythe waarin een krantenjongen miljonair kan worden. Wie succes heeft, gaat er prat op dat op eigen kracht te hebben bereikt en dus de (overvloedige) vruchten ervan te hebben verdiend. Het is ook het idee dat wie wil, kan opklimmen, zich kan ‘invechten’ om de woorden van Mark Rutte te lenen.

Winnaars en verliezers

Dat idee is verkeerd, vals en leidt tot een verdeling van de wereld in winnaars en verliezers. Die verliezers worden vernederd, want als succes het resultaat is van eigen inspanningen, zullen de minder geslaagden wel minder hard werken.

Het is wel jammer dat hij in de talloze tweets en toespraken van Trump geen of amper citaten heeft kunnen vinden, waar dat protest tegen die ‘tirannie’ uit blijkt. Natuurlijk is er de opmerking van de hoogopgeleide Britse politicus Michael Gove dat mensen genoeg hebben van experts. En populisme is inherent afkerig van ‘de elite’. Maar aan het populisme besteedt hij vreemd genoeg geen aandacht.

Opvallend is ook dat Trump, Johnson of geestverwanten voor zover ik weet geen enkel voorstel hebben gedaan om de meritocratie te beperken of te vervangen. Wel let Trump bij de selectie van zijn ministers en adviseurs minder op hun verdiensten dan zijn voorgangers en heeft hij familieleden een buitensporige rol gegeven in het Witte Huis. Nepotisme is inderdaad een alternatief voor meritocratie, maar niet per se aantrekkelijker.

Uit het optreden van Trump is duidelijk dat hij zichzelf een succesvol product van zichzelf vindt: waarom had hij anders de gewoonte overal zijn eigen naam aan te verbinden? Als iemand de competitie aanwakkert, die volgens Sandel kenmerk is van de meritocratie, is het ‘winner’ Trump, die neerkijkt op alle ‘losers’. De stelling dat Trump won door de afkeer van de tirannie van verdienste wordt niet bewezen.

Vuilnismannen

Kritiek op de meritocratie is niets nieuws. Het begrip is zelfs gemunt in een satirisch essay uit 1958, en was negatief bedoeld, niet als iets om na te streven. In Nederland is meritocratie, in verschillende betekenissen, al jaren onderwerp van kritisch onderzoek. Rutger Bregman en Jesse Frederiks deden een poging de ‘mythe van de meritocratie’ te ontmaskeren in hun boekje Vuilnismannen verdienen meer dan bankiers. Er is uitgezocht dat lageropgeleiden zich minder vertegenwoordigd voelen door partijen in het parlement, die al eerder als diplomademocratie is omschreven. ‘Hogeropgeleiden kijken vaak neer, al is het wat besmuikt, op de cultuur van lageropgeleiden’, was een conclusie in een rapport uit van de WRR en het SCP. Die hogeropgeleiden voelen zich daar zelf ongemakkelijk bij en vermijden daarom contact.

Sandel wijst ook op de minachting voor lageropgeleiden. Uiteraard citeert hij Hillary Clintons uitspraak over de ‘basket of deplorables’, waarmee ze overigens het deel van de Trump-aanhangers bedoelde met racistische, seksistische en homofobe overtuigingen. Hij wijst ook op – deels Nederlands – onderzoek dat aantoont dat hogeropgeleiden negatieve oordelen over lageropgeleiden hebben. Hij noemt dit ‘credentialisme’ de laatste aanvaardbare vorm van discriminatie, die volgens hem amper wordt opgemerkt. Sandel gaat overigens niet op zijn eigen vooroordelen of ervaringen in, wat jammer is.

Naast Clinton ontkomt ook Barack Obama niet aan kritiek van Sandel. Obama is het voorbeeld van iemand die steeds weer de nadruk legde op het pakken van kansen en het opklimmen inde maatschappij. En hij was dol op het woord ‘slim’. Alles moest slim zijn, van de diplomatie tot de elektriteitsnetwerken. Dat klinkt hip en lijkt misschien zelfs vanzelfsprekend, maar volgens Sandel getuigt de nadruk op ‘slimheid’ van een technocratische benadering die politieke meningsverschillen negeert. Die kritiek op het modewoord ‘slim’ is goed onderbouwd en scherp.

Verlichting

Sandel gaat uitgebreid, maar nogal selectief in op het ontstaan van meritocratie. Hij ziet een verband met de christelijke leer, vooral in het idee dat je door goede werken in de hemel zal komen. Ook in het calvinisme, dat uitging van de onmogelijkheid om de wegen van God te doorgronden, kwam uiteindelijk tot het idee dat eigen inspanningen aan een gunstig oordeel kunnen bijdragen. Dat klinkt redelijk overtuigend. Maar zeker twee belangrijke bronnen van meritocratie krijgen weinig aandacht. De eerste is de Chinese meritocratische traditie, waarbij harde concurrentie werd ingesteld om door te dringen tot de ambtenarenklasse. Sandel besteedt er één zin aan, wat je nog kunt rechtvaardigen omdat dit boek vooral over Amerika gaat. Maar het had toch een mooi ander licht kunnen werpen op het thema.

De andere invloed die Sandel zo goed als onbesproken laat is die van de Verlichting. Op zijn minst twee verlichte ideeën gaven voeding aan de meritocratie. Ten eerste de nadruk op einen prestatie als een alternatief voor aristocratie.  Ten tweede de nadruk op individualisme. Sandel gaat heel kort in op de meritocratische opvattingen van de Amerikaanse Founding Fathers, om ze al snel vrij te pleiten van iedere verantwoordelijkheid voor de huidige situatie.

Dat is niet de enige oppervlakkige of verbazingwekkende bespreking over het verleden. Voor de meritocratie het overnam, zagen mensen de gezagsverhoudingen volgens hem anders. ‘Als je geboren wordt in de hoogste regionen van de aristocratie, zul je je ervan bewust zijn dat het privilege een kwestie van geluk is, en niet van verdienste,’ schrijft Sandel. Maar aristocraten zijn er van overtuigd dat zij het juist verdienen om aan de top van de piramide te staan. Hun voorouders hebben dat bewezen, en zij zullen dat ook doen. Bij de zin: ‘Wie in een feodale samenleving als lijfeigene werd geboren, had een zwaar leven, maar werd in elk geval niet bezwaard door het idee dat hij zelf verantwoordelijk was voor zijn ondergeschikte positie’ ontstaat een Monty Python-achtig beeld van het verleden, waarbij de ene lijfeigene tegen de andere zegt dat het allemaal een kwestie van toeval is. Dat vrolijkt de boel op.

 

Toeval en geluk

 

Maar Sandel heeft uiteraard gelijk dat mensen hun positie in de maatschappij niet alleen aan zichzelf en hun eigen inspanningen te danken hebben. Uitgangsposities zijn verschillend, de verdeling van talent berust deels op toeval en er is inderdaad de kwestie van geluk. Het idee dat beter onderwijs iedereen gaat helpen, is een fictie. Daarom is het terecht dat op een andere manier wordt gedacht over het hoger waarderen van laagopgeleid werk. In Nederland is al voorgesteld om te spreken over praktisch opgeleid en theoretisch opgeleid, in plaats van hoger (hoog) en lager (laag) opgeleid. Een andere manier is uiteraard om het werk van lageropgeleiden beter te belonen.

Er is een goed alternatief, schrijft Sandel, namelijk iedereen in staat stellen een fatsoenlijk en waardig leven te leiden. Sandel noemt een ‘radicale manier’ om verandering te bereiken een verschuiving in de belastingdruk van arbeid naar consumptie. Hij werkt dat niet uit, net zo min als zijn voorstel om ‘enkele beperkingen van internationale handel, verplaatsing van arbeid en migratie’ in te voeren. Uiteraard wil hij vermijden dat zijn boek een lijst met beleidsadviezen wordt, maar hier blijft de remedie  wat in de lucht hangen.

Sandel wijst herhaaldelijk, zij het niet heel nadrukkelijk, op een gevoel van gemeenschap, dat naast de nadruk op individuele talenten moet komen te staan. Hoe en wat die gemeenschap dan moet zijn, daar gaat hij niet op in. Ook de populisten zijn overtuigd van de noodzaak van een sterke gemeenschap, maar dat is er een met een scherpe grenzen tussen de insiders en outsiders. Dat is toch niet wat Sandel wil?

Loting

Kunnen we ontkomen aan de meritocratie? Misschien wel niet: veel alternatieven voor selectie van bijvoorbeeld studenten en kandidaten voor invloedrijke positie zijn minder aantrekkelijk. Selecteren op afkomst of rijkdom is niet beter, en ook vriendjespolitiek heeft zijn nadelen. Loting kan in sommige gevallen werken, en dat is een van de ideeën van Sandel. Maar vaak worden bij lotingen bepaalde factoren zwaarder gewogen, zoals hij ook voorstelt.  Er ontstaat dan  hooguit een gematigd meritocratisch systeem. Met belastingen beloningen gelijk trekken en zorgen voor fatsoenlijke omstandigheden voor iedereen, is misschien nog het beste idee. Het klinkt bijna als die goede, oude verzorgingsstaat.

Maar we zitten behoorlijk vastgeklonken aan de meritocratie. Het lezen van dit boek is al een bevestiging van dat systeem. Het is geschreven door een hoogleraar aan een van de meest prestigieuze universiteiten ter wereld. Het gaat over lageropgeleiden, zonder er zelf maar één aan het woord te laten. Zelfs indirect gebeurt dat amper. De enorme nadruk in het boek op het universitaire leven bevestigt het bubbelgehalte. Draait er zoveel om het toelatingsbeleid van die paar Ivy League instellingen? En tegenover de stevige analyse steken zijn voorstellen voor verandering wat mager af. Een radicaler idee zou zijn om alle bijdragen voor het onderwijs in de VS (of elders) op een andere manier te verdelen. Daardoor kan de voorsprong van het hoger onderwijs in het algemeen en die van topuniversiteiten in het bijzonder afnemen. Daar komt Sandel niet mee. Als zijn plannen worden doorgevoerd blijft Harvard een elite-instelling.

(Visited 292 times, 65 visits today)
Samenvatting
Review Date
Boektitel
De tirannie van verdienste - over de toekomst van de democratie - Michel Sandel - Ten Have
Waardering
31star1star1stargraygray

Geen reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.