De radicaal-islamitische ideologie van de Hofstadgroep

november 5, 2006

Wat drijft de leden van de Hofstadgroep in hun terroristische strijd in Nederland? Dat is een vraag die steeds weer opdoemt, bijvoorbeeld in de processen tegen de leden van die groep die nog steeds gaande zijn. Maar dat onderwerp is niet alleen voor de rechters en officieren van justitie interessant, het heeft ook een zware politieke lading.

Marius Wessels, medewerker van de VVD-fractie in de Tweede Kamer, heeft voor de Teldersstichting, het wetenschappelijk bureau van die partij, onderzoek gedaan naar ‘de radicaal-islamitische ideologie van de Hofstadgroep.’ Het is een beknopt werk van nog geen honderd pagina’s.
Wessels vindt dat de opvattingen van de Hofstadgroep tot dusver niet serieus genoeg zijn genomen.

Vooral het verband met de belangrijkste orthodoxe stromingen in de islam, het salafisme/wahhabisme, is onvoldoende gelegd. Salafisme verwijst naar de leer en de praktijk van ‘de voorouders’ (de salaaf) en is het streven om terug te keren naar de ‘oorspronkelijke’ islam. Wahhabisme ontleent zijn naam aan  Mohammed Ibn ‘Abd al-Wahhaab en is de officiële leer in Saoedi-Arabië. In hoeverre het terecht is om deze twee stromingen onlosmakelijk aan elkaar te verknopen is lastig te beoordelen. Inderdaad worden de twee termen wel door elkaar gebruikt en zijn er inhoudelijk ongetwijfeld grote overeenkomsten.

Aan de andere kant kan het salafisme, zoals dat tot uiting komt in tal van politieke en terroristische organisaties als een revolutionaire kracht gezien worden, gezien het streven om de gematigde islamitische landen over te nemen, terwijl het wahhabisme historisch gezien juist een conservatieve kracht was die er toe bijdroeg om het Saoedische koningshuis van een stevige religieuze legitimatie te voorzien.

Wat is nu het verband tussen het salafisme/wahhabisme en de ideeën van de leden van de Hofstadgroep? Wessels gaat, aan de hand van publicaties van de AIVD en anderen waaronder Albert Benschops website, na hoe Mohammed B., Samir A., en anderen in aanraking zijn gekomen met de radicale islam. Dat gebeurde volgens hem in veel gevallen in moskeeën die met Saoedisch geld zijn gefinancieerd, zoals de Al-Tawhied moskee in Amsterdam en El Furkaan in Eindhoven.

Vevolgens vergelijkt Wessels voor een aantal onderwerpen de ideeën van de Hofdstadgroep met de opvattingen van het salafisme/wahhabisme. Het gaat om de vraag in hoeverre er nog enige verdraagzaamheid is voor andersdenkenden, hoe men denkt over het in de praktijk brengen van de geloofsleer en de wenselijkheid van een al dan niet gewapende strijd om die ideeën aan anderen op te leggen.

In de eerste plaats bekijkt hij het leerstuk van de Tawhied, het idee dat er maar één god is. Op basis van een zeer strikte opvatting van de eenheid van god worden alle andere bronnen van autoriteit afgewezen en bijvoorbeeld contacten met anders- of ongelovigen afgewezen. De sharia is vervolgens het recht dat dan uitgeoefend zou moeten worden. Uit dit hoofdstuk kan een argument ontleend worden tegen het idee dat het mogelijk zou moeten de sharia via een formele meerderheid in te voeren. Het probleem met de sharia is namelijk dat die vast staat en niet meer gewijzigd kan worden. Dat maakt dus een einde aan de democratie waarvan het uitgangspunt is dat wetten kunnen worden aangepast. Een van de raadsels die ook Wessels trouwens niet oplost is de actieve rol van vrouwen in de Hofstadgroep, terwijl vrouwen volgens de traditionele leer een zeer ondergeschikte rol hebben.

Op de punten van takfir (het ketters verklaren) en de jihad ziet Wessels wel een onderscheid tussen de Hofstadgroep en het salafisme/wahhabisme. Maar het boek hinkt op twee gedachten. Eerst worden de overeenkomsten benadrukt. “Voor een waarnemer blijft het lastig om een duidelijke scheidslijn te zien tussen datgene waar Saoedi-Arabië voor staat en datgene waar Al-Qaida en ook radicaal-islamitische groepen in West-Europa  (zoals de Hofstadgroep) voor staan. (…) De overstap van de Saoedisch-geïnspireerde islam naar een nog radicalere islam waarbij terroristische activiteiten worden ondernomen tegen democratische regeringen in westerse landen is dan geen heel grote stap meer.”

Maar tien pagina’s verder lezen we: “De terroristische voornemens van de Hofstadgroep gaan beslist verder dan de opstelling van ‘jihad’van bijvoorbeeld de Saoedische regering. De voornemens van de Hofstadgroep zijn meer in lijn met het optreden van een organisatie als Al-Qaida.” Hier wordt toch een belangrijk onderscheid gemaakt.
De conclusie van verwantschap tussen salafisme/wahhabisme en het gedachtegoed van terroristische islamitsche organisaties is vrij onomstreden. Maar het is jammer dat op dit punt de scherpte in dit boek ontbreekt.

Dit boekje is niet alleen beschrijvend, het adviseert ook, zoals dat hoort bij een uitgave van een politiek-wetenschappelijk bureau. Zo zouden er strengere straffen moeten komen voor het lidmaatschap van een terroristische organisatie. Nu is het wat snel om dat op basis van een nog niet afgeronde rechtszaak te stellen. Frits Bolkestein stelde bij de presentatie van dit boekje terecht de vraag of de lage straffen voor een deel van de Hofstadgroepleden een gevolg zijn van rechtspleging of wetgeving. En terroristen die zichzelf willen opofferen zullen zich niet snel door een celstraf laten afschikken.

Wessels stelt ook voor harder op te treden tegen radicale uitspraken en de vrijheid van godsdienst niet meer ‘absolute prioriteit’moet krijgen. Daar is wel wat voor te zeggen, zeker omdat al een aantal zaken bij het OM zijn gestrand en het interessant was geweest om de rechter er een oordeel over te laten geven, ook omdat dit meer in de openbaarheid gebeurt.

Wessels heeft de opvattingen van de leden van de Hofstadgroep serieus onderzocht, terwijl anderen, waaronder Buruma, die als onsamenhangend geraaskal van de hand hebben gewezen. Wie het geschrift “To Catch a wolf” van Mohammed Boyeuri, de moordenaar van Theo van Gogh,  leest, (in dit boek opgenomen) kan Buruma niet helemaal ongelijk geven. Horror-beeldspraak (“De aarde beeft, de hemel huilt en de wind waait als een bezetenen.”)  wordt gevolgd door een aanval op koning ‘Miep de zesde’ van Marokko. Er zit een stevige dosis conservatieve cultuur-kritiek in, waarin mensen ‘slaaf zijn van hun lusten’. Het paranoïde wereldbeeld blijkt uit het idee dat coffeeshops door ‘de vijanden van de mensheid’ zijn ‘ingesteld als ruimtes om de geesten en zielen te doden.’ Dat doet denken aan oud-linkse, revolutionaire complotten waarin de CIA de drugs over de wereld verspreidde om de potentiële rebellen kalm te houden.

Ook de moskeeën moeten het ontgelden, omdat die ‘de islam hebben verkocht’. Grotesk wordt het als Boyeuri schrijft dat het slechts een kwestie van tijd is voor ‘de ridders van Allah het Haagse Binnenhof naar binnen marcheren en in het middenplein de vlag van Tawheed zullen ophijsen.” Om er aan toe te voegen. “Misschien zullen we dit allemaal niet meemaken, maar het is een profetie die zeker zal plaatsvinden.”

Het is onbegonnen werk om hier allemaal serieus  op in te gaan, maar wat in dit werk van de Teldersstichting is een bestudering van de Nederlands-Marokkaanse context van de ideeën van de Hofstadgroep. Hoe staan ze tegenover de geloofsopvatting van hun ouders, hun leeftijdsgenoten, etc.?  Hoewel de basis van de ideeën van de Hofstadgroep ongetwijfeld te verbinden is aan bestaande radicale islamitische stromingen, maakt dit deze groep en haar ‘denkers’ juist uniek.

 M. Wessels, De radicaal-islamitische ideologie van de Hofstadgroep. De inhoud en de bronnen.

(Visited 106 times, 1 visits today)

Geen reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.