Beschaving – Niall Ferguson

december 19, 2011

beschaving.jpg

Een van de boeiendste historische vragen van het moment is: waarom overheerste het Westen en niet bijvoorbeeld de Chinezen die aan het eind van de (Europese) Middeleeuwen er zeker zo goed voor stonden? De Chinezen trokken zich terug in hun Rijk van het Midden, terwijl de Europeanen er op uit trokken om de wereld te veroveren. Maar nu de rollen omgekeerd lijken, is het goed om terug te gaan naar de geschiedenis van deze verhoudingen.
Historicus Niall Ferguson schetst in brede lijnen de opkomst en dominantie van het Westen. Hij doet dat aan de hand van zes principes, door hem een beetje trendy als ‘killer apps’ aangeduid. Dat zijn competitie, medische wetenschap, wetenschap, werkethiek, consumptie en eigendom. Dat lijkt nogal beperkt op het eerste gezicht, maar Ferguson maakt er containerbegrippen van die tot de nok gevuld worden.

Onder wetenschap valt bijvoorbeeld ook alle technologie, die het Westen een militaire voorsprong gaf. Onder eigendom valt ook de rechtstaat.
In zijn uitwerking in zes hoofdstukken dwaalt hij nog verder af. Zijn zes begrippen zijn niet veel meer dan handige kapstokken waar van alles en nog wat aan gehangen kan worden. Het geheel is nogal fragmentarisch, soms bijna impressionistisch. Komt dat doordat dit boek aan de basis lag van een tv-serie?

De competitie tussen verschillende Europese landen was volgens hem gunstig voor de ambities. Als het ene land op zoek ging naar aantrekkelijke inkomstenbronnen, wilde het andere niet achterblijven. Daarbij komt Ferguson dicht bij een van de verklaringen van Jared Diamond in zijn bekende boek Zwaarden, paarden en ziektekiemen. Ook de geografie van het verdeelde Europa hielp mee. Het is niet eenvoudig te overheersen door een land.
China werd door één heerser bestuurd, dus toen die een einde wilde maken aan de overzeese avonturen, gebeurde dat ook.

Maar het idee dat verdeeldheid en concurrentie goed is en centralisatie verkeerd, gaat niet overal op. De Verenigde Staten van Amerika profiteerden van de eenheid van de uiteindelijk vijftig staten. De niet verenigde staten van Latijns Amerika konden niet mee komen, mede vanwege door die verdeeldheid.
Eigendom was volgens Ferguson een belangrijke motor achter vernieuwing en uitbreiding van de macht van het Westen. Maar de ultieme vorm van eigendom, slavernij, droeg niet bij aan de ontwikkeling van de Verenigde Staten.
Dus de ‘killer apps’ zijn niet per definitie overal en altijd bruikbaar en van toepassing.
Ferguson toont zich een verdediger van het imperialisme, met name de Britse variant. Dat bracht toch veel goede dingen; scholen, ziekenhuizen en kerken. Over de Belgische en Duitse versies in Congo en Namibië is hij, terecht, een stuk kritischer. De Duitse praktijken in zuidwest-Afrika, waarbij gepoogd werd hele volkeren uit te moorden, waren volgens hem een voorbode van de Jodenvervolging. Dat wordt overigens allemaal besproken in het hoofdstuk ‘Medicine’, waar het bijna niet gaat over gezondheidszorg.

De gevaarlijkste tegenstander van de westerse beschaving was uiteindelijk zijzelf. Daarmee doelt Ferguson in eerste instantie op de wereldoorlogen van de twintigste eeuw. Maar bijna nog erger is nog dat de westerlingen geen vertrouwen meer hebben in de eigen beschaving.
Hij waarschuwt ons dat beschavingen snel kunnen instorten. Dat hoeft geen eeuwenlang proces te zijn. Dat gold bijvoorbeeld voor het Romeinse Rijk, de eerste superieure westerse beschaving. En het gold ook voor de imperia van de West-Europese landen, die ze razendsnel verloren na de Tweede Wereldoorlog.

Andere landen zijn begonnen om de westerse ‘apps’ over te nemen, waarbij Japan voorop liep. Het Westen heeft niet meer het alleenrecht op deze verworvenheden, maar niet-westerse landen hebben over het algemeen maar een deel van het pakket overgenomen. Daarom is er volgens Ferguson geen reden om al te pessimistisch te zijn, als we maar niet zelf het geloof in de superioriteit van onze beschaving verliezen en – oh horror – cultuurrelativsten worden.

Hij eindigt met een nogal idealistisch beeld: een beschaving wordt gevormd door de teksten die op school worden onderlezen. We moeten allemaal Shakespeare lezen, is het advies van Ferguson. Zou dat echt helpen in de concurrentie met China?

Dit is een boek dat met brede penseelstreken de geschiedenis schetst, hier en daar aardig ingevuld en zeker zeer leesbaar geschreven.
Maar het concept van de ‘killer apps’ blijkt minder leidend dan Ferguson het voorstelt. Het leidt tot shoppen in de geschiedenis, waarbij zaken die in het betoog passen er uit worden gepikt. De rest blijft onbesproken.

Dit boek is zeker net zoveel een verdediging als een beschrijving van de westerse beschaving. (Net als zijn eerdere boeken, zoals Empire). Wie zijn geschiedenis met sjeu en met een duidelijke conservatieve kleuring opgediend wil hebben, is hier aan het goede adres. Wie een meer gedegen en genuanceerd werk zoekt, moet verder zoeken.

(Visited 301 times, 2 visits today)
Samenvatting
Review Date
Boektitel
Niall Ferguson, Beschaving. Het Westen en de rest. (2011) Vertaling van Civilization. The West and the Rest (2011)
Waardering
31star1star1stargraygray

Geen reacties

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.