De geur van Ultramar

januari 11, 2010

ultramarDe geschiedenis herhaalt zich. Mensen kunnen hun verleden niet loslaten, zelfs niet verwerken. Ze zijn gedoemd dezelfde fouten keer op keer te maken en van generatie naar generatie door te geven, als een gen waar men geen greep op heeft.
Dat is de wat sombere boodschap van De Geur van Ultramar, een breed uitwaaierende roman over oolog, geweld, trauma en het algehele menselijk onvermogen. De hoofdpersoon is de Portugees Miguel, die soldaat is geweest in de oorlog in Angola. Hij verlaat zijn land en gaat in Rotterdam wonen. Maar zijn post-traumatische stressstoornis blijft onbehandeld. Dat zet hem aan tot drankmisbruik en geweld, waarmee hij niet alleen zijn eigen leven, maar ook dat van zijn familie ruiïneert.

Ultramar, dat waren de overzeese gebiedsdelen van Portugal. De overblijfselen van een machtig koloniaal rijk, waar het land geen afscheid van kon nemen. Er werd een smerige oorlog uitgevochten, parallel aan de Vietnam-oorlog, met wreedheden over en weer. In het moederland heerst willekeur, rechteloosheid en armoede. 
Het zijn geen geringe thema’s die Do Carma aansnijdt. Hij heeft het zich bij het schrijven van het in eigen beheer uitgegeven boek niet bepaald makkelijk gemaakt. Het verhaal is in korte fragmenten opgeknipt van ongeveer een pagina opgeknipt en flink door elkaar gehusseld. De lezer schiet van de beklemmende sfeer in het Portugal ten tijde van de dictatuur naar bloederige gevechtsscenés in Angola en vandaar naar de aanpassingsproblemen van de ‘gastarbeiders’ in Rotterdam. Tel daarbij op dat er drie generaties een rol spelen in het boek, en het wordt een redelijk ingewikkeld geheel. Soms zijn de overgangen die de schrijver daarbij maakt fraai, maar soms is het effectbejag. Maar hij slaagt er wel in spanning op te bouwen. Langzamerhand wordt duidelijk dat het niet alleen de oorlog is die Miguel nachtmerries bezorgt.
Do Carmo schrijft daarbij zeer beeldend en weet zowel een Portugees Cultureel Centrum in Rotterdam als de strijd in Angola echt neer te zetten.
Maar hij vliegt ook uit de bocht. De op elkaar gestapelde beeldspraak en het loodzware taalgebruik vormen helaas een struikelblok. “‘Hoeveel gezichten waarop het leven lachte zijn er door de beul van de tijd niet gemoldeerd in een grimas die harten laat doodbloeden. Woorden die niemand meer wil horen, martelen elke ziel. Littekens blijven achter als rijen kruizen op een begraafplaats. Littekens gebrand door de leugens. De hyposcrisie. Het verraad. De korst van de wond breekbaar. Ook na een lange poos. De verbittering als schild tegen de pijn. Of is het angst?’” Dit is onderdeel van een dialoog, maar het komt toch niet vaak voor dat je mensen zo hoort spreken.
Nog een voorbeeld: “Meer en meer het besef in mij van de reis uit het verlopen spoorboekje waarvoor alle mij welgezinde klokken zo onophoudelijk geluid hadden en hebben. Ik weet dat na vandaag, de hongerige horizon, die streep op afstand die als een Don Juan met zijn innige omhelzingen de harten van elk landschap beroert, iets meer dichterbij is dan ooit.” Enzovoort. Volgt u het nog? Dit soort constructies maken dit boek tot een worsteling voor de lezer. Misschien heeft dat een symbolische bedoeling, maar de schrijver vertilt zich hieraan.

Waardering: 2-half-sterren

Sérgio do Carmo, De geur van Ultramar (2007)

www.sergiodocarmo.com

(Visited 83 times, 1 visits today)

Geen reacties

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.