Ketters – Ayaan Hirsi Ali

augustus 10, 2015

9789045029948-ketters-l-lq-fKorte inhoud van het boek: Ayaan Hirsi Ali presenteert haar voorstellen voor de hervorming van de islam. Door een aantal geloofsovertuigingen te schrappen of te veranderen kan de islam in overeenstemming worden gebracht met de moderne tijd en aanvaardbaar worden. Daarbij moeten dissiendenten het voortouw en de middengroepen overtuigen.
Stelling:
De islam kan hervormd worden en dat is hard nodig.
Stijl: Soms persoonlijk, maar deels veel afstandelijker dan haar vorige boeken.
Geschikt voor: iedereen die geïnteresseerd is in de rol van islam in de moderne tijd.

Iedere dag zijn er ergens ter wereld aanslagen en aanvallen uit naam van de islam. Gericht tegen christenen, andere moslims, joden, minderheden, journalisten, scholieren, winkelende mensen, toeristen. Sinds 11 september 2001 is islamitisch extremisme een constante in het nieuws en in het leven van veel mensen.
De aanslagen van die dag waren ook voor Ayaan Hirsi Ali, toen een medewerker van de aan de PvdA verbonden Wiardi Beckman Stichting, een ingrijpende gebeurtenis waardoor ze de islam  kritischer ging beschouwen.
Ketters is haar laatste onderneming waarin ze de relatie van de islam met geweld onderzoekt. Net als in eerdere boeken verwerkt ze daarin haar autobiografie , maar die is minder prominent geworden. Dit is meer een politieke en soms zelfs theologische beschouwing, doorspekt met persoonlijke verhalen.
Ze neemt afstand van haar eerdere opvattingen en daar komt ze rond voor uit. Ali is niet iemand die eenmaal verworven ideeën voortdurend vast houdt, ook al is ze er op het moment zelf ten diepste van overtuigd. Ze was onder andere aanhanger van de Moslimbroederschap die het geloof de rug toekeerde, medewerker van een sociaal-democratische partij die voor een liberale partij Kamerlid werd,  ze trok op met Geert Wilders, werd medewerker van het neo-conservatieve Islamic Enterprise Institute, was overtuigd van het idee dat de islam niet te hervormen is, terwijl ze nu de (voor)tekenen van een islamitische reformatie ziet. Strong opinions, weakly held, zoals een fraaie Engelse uitdrukking luidt.
Daar kan en mag je de spot mee drijven, maar de afgelopen 13 jaar is Ayaan Hirsi Ali een belangrijke stem in het debat over de islam. Haar kracht ligt deels zeker in haar charisma, en in haar vermogen om haar boodschap voor een breed publiek te brengen.
Of die boodschap altijd even goed doordacht is, is een tweede. Maar aan duidelijkheid laat ook Ketters weinig te wensen over. De islam is te hervormen, maar dan moet er afstand gedaan worden van vijf opvattingen, stelt Ali. Die gaan over de status van Mohammed, de waarde die gehecht wordt aan het leven na de dood, het idee van ‘kwade verbieden en het goede bevelen’, de sharia en de jihad. Al die opvattingen moeten afgeschaft worden, of op zijn minst op de helling.
Dat zijn wezenlijke en ingrijpende zaken. Maar Ali is er redelijk optimistisch over, omdat volgens haar de islam in de huidige vorm niet te verenigen is met de moderniteit. Dat is een aanlokkelijk idee en geworteld in de opvatting dat een religieuze houding uiteindelijk niet te verenigen is met de sociale, technologische, economische en politieke ontwikkelingen die de mensheid doormaakt. De radicale en extreem-behoudende islam die we nu zien, is dan een stuiptrekking van een gedoemd systeem.
Dat is een manier om naar de zaak te kijken, een waarin het liberale en seculiere vooruitgangsdenken uitblinkt. Een andere is die van islamoloog Giles Kepel om het islamisme, de politieke islam, te zien als een reactie op ontwikkelingen in het Midden-Oosten en daarbuiten en niet perse als een archaïsch verschijnsel.

Ali bedrijft in dit boek een vorm van essentialisme. Ze gaat op zoek naar de kern. “De islam is geen godsdienst van vrede,” schrijft ze. De essentie in een korte zin samengevat. Wel onderscheidt ze drie soorten moslims: de ‘Mekka-moslims’ hangen een soort gematigde islam aan, de ‘Medina-moslims’ die de strikte leer prediken en de dissidenten die de islam willen hervormen. Ook gaat Ali als een theoloog of imam op zoek naar dé betekenis van teksten uit de Koran en andere islamitische geschriften. Maar aan de andere kant kan de islam volgens haar wel veranderen. Dus die betekenis kan veranderen. Dat wringt wat.
Volgens Ali, en in die opvatting heeft ze vele medestanders, komt de rechtvaardiging voor islamitisch geïnspireerd geweld voort uit de religieuze doctrine zelf. Die is belangrijker dan sociaaleconomische of politieke grieven. Moslims gaan niet tot geweld over omdat ze arm, achtergesteld of gediscrimineerd zijn, maar door de invloed van de doctrine, waarin het belang van de jihad wordt ingeprent en het leven na de dood wordt verkozen boven dat hier op aarde.
In juli 2015 was het de Britse premier David Cameron die deze zienswijze onder woorden bracht. “We moeten beginnen met het begrijpen van de dreiging waarmee we worden geconfronteerd en waarom waarom dat zo is. Wat wij bestrijden, is islamistisch extremisme, is een ideologie,” zei hij. Om een paar zinnen verder te concluderen:  “De grondoorzaak van de dreiging waarmee we te maken hebben, is de extreme ideologie zelf.”

Dit toont duidelijk het probleem van deze verklaring, of beter gezegd, het gebrek aan verklarende kracht van deze redenering. Als de dreiging een ideologie is en de oorzaak van de dreiging is diezelfde ideologie, wat wordt er dan gezegd? Waarom is er tegenwoordig een golf van jihadistisch geweld en trekken er nu honderden, duizenden jongeren uit Europa naar het Midden-Oosten? Een verklaring die zich alleen op, deels eeuwenoude, teksten beroept, schiet te kort.

Ali wijst in haar boek in het voorbijgaan wel op allerlei andere verklaringen, zoals het verlangen naar erkenning (195), de zoektocht naar identiteit (215) en zelfs de afkeer van corruptie (205). Het argument dat politieke en sociale grieven geen rol spelen, omdat bijvoorbeeld de broers Tsarnaev, die een bomaanslag in Boston pleegden, het goed hadden, lijkt wat kortzichtig. Het gaat om waargenomen grieven, die niet de persoon zelf hoeven treffen. De grootste revolutionairen en terroristen zijn vaak niet de armsten of de meest achtergestelden, maar mensen die het idee hebben dat ze de wereld kunnen veranderen. Ook Lenin was geen fabrieksarbeider. Om tot actie over te gaan is een bepaalde mate van ontwikkeling nodig.
Een vulgair-materialistische benadering faalt dus net zo goed als de benadering dat het allemaal voortvloeit uit de religieuze geschriften en de extremistische opvattingen die daaruit door denkers als Sayid Qutb zijn gedistilleerd. Een een-dimensionale verklaring voldoet niet. Ook de benadering waarbij ‘de islam’ wordt vrijgepleit met stellingen als ‘IS is niet islamitisch’ is niet houdbaar. Ali verzet zich daar terecht tegen.

Maar als het probleem niet alleen wordt gevormd door de teksten of de ideeën maar als het zo is dat de toename van islamitisch geïnspireerd geweld voortkomt uit een mix van sociologische, politieke  omstandigheden waarbij ideologie als een katalysator werkt, dan is ook duidelijk dat een ‘tekstueel’ antwoord alleen niet voldoende is. Het is wel wat complexer dan dat. Conflicten zoals in Nigeria, Irak en Syrië zullen niet ophouden als opeens de imams het idee van jihad in de ban doen. En die conflicten zijn minder dan vroeger aan grenzen gebonden. Wat in Irak en Syrië gebeurt, heeft weerklank in Delft en Den Haag.
Ali lijkt zelf te twijfelen of haar wens dat moslims volledig afstand nemen van de jihad als idee, wel haalbaar is.

In haar streven om de hervorming binnen de islam te bevorderen, is Ali op zoek naar bondgenoten. Die heeft ze onder andere gevonden in Majaad Nawaz van de Quilliam Foundation, een anti-extremistische denktank in Londen, en de Pakistaanse Nobelprijswinnares Malala. Daar kan ik in komen. Ze zijn beiden moedige strijders tegen extremisme, wat niet betekent dat je het met al hun opvattingen altijd eens hoeft te zijn.

Maar ze haalt ook met instemming de Egyptische president Sisi aan die opriep tot een religieuze revolutie. Of dat een gelukkige keuze is, is de vraag. Hij is ook een koelbloedige dictator die niet alleen met de Moslimbroederschap afrekende maar ook met de grondleggers van de Arabische Lente, die Ali zo bewondert en die haar optimisme over de veranderingsgezindheid van de Arabische wereld heeft gevoed. Sisi wordt trouwens royaal gesteund door de Saoedische heersers, protagonisten van een bijzonder onverdraagzame vorm van islam.

In Europa zoekt Ali het ook bij de verzoeners en niet meer bij de polarisatie, zoals die door Front National en andere populistische partijen wordt bedreven. Tegenwoordig is Front National een politieke partner van Wilders’ PVV. Ze neemt dus, al is het indirect, afstand van haar vroegere geestverwant. Haar idee dat dissidenten in de islam juist gesteund moeten worden, doet zelfs denken aan de opvattingen van de man waar  ze het in het verleden zo hartgrondig mee oneens was: Job Cohen . Er is dus veel om het mee eens te zijn in dit boek, en veel om het mee oneens te zijn. Dat past echt bij Ayaan.

(Visited 135 times, 1 visits today)
Samenvatting
Review Date
Boektitel
Ayaan Hirsi Ali, Ketters
Waardering
41star1star1star1stargray

Een reactie

  • Max mei 23, 2019op3:36 pm

    Koran en Muhammad kan niet hervormen…

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.