Binden – Job Cohen

september 24, 2009

binden.jpgOneerbiedig gezegd is Binden, het eerste boek van burgemeester Job Cohen, niet meer dan een stapel toespraken met een nietje erdoor. Die toespraken zijn weliswaar geordend in drie rubrieken – samenleven, vrijheid en religie – maar het is aan de lezer er een samenhangend betoog uit te distilleren.
Dat betoog loopt ongeveer zo: De maatschappij staat onder invloed van middelpuntvliedende krachten. Dat zijn individualisering, democratisering, globalisering, privatisering en secularisatie. Elk van die ontwikkelingen heeft positieve gevolgen, maar ondermijnt tevens het idee van een gemeenschap en tezamen hebben ze geleid tot vervreemding van burgers. Het is dus niet alleen de migratie of de islam die problemen veroorzaakt. En niet alleen de nieuwkomers hebben een gebrekkige binding met de samenleving, maar ook autochtonen.
Er moet dus een nieuwe vorm van verbondenheid komen.

Cohen vindt die in burgerschap. Burgerschap is 'vertrouwen in elkaar als burgers van dezelfde gemeenschap'. Dat vertrouwen moet zich ook uitstrekken naar het bestuur, de rechtspraak en de ondernemers. Onderdeel is respect voor anderen en het opnieuw leren omgaan met verschillen. Daarbij hoort volgens Cohen ook dat het soms wenselijk is een negatieve reactie op gedrag van anderen te onderdrukken als daarmee een hoger doel gediend wordt. Dat doel is, uiteraard, cohesie.
Er moet niet gepoogd worden iedereen in het keurslijf van een Nederlandse mono-identiteit te persen. Vrijheid moet inhouden dat iedereen een eigen invulling aan de Nederlandse identiteit kan geven. Een moderne samenleving kan niet anders dan divers zijn. Daarbij kan een minderheid zich aanpassen, maar de meerderheid beslist wie er bij hoort.
De aanzet tot meer verbondenheid moet van de overheid komen, omdat niemand anders die geeft. Daarbij moet natuurlijk iedereen met elkaar in gesprek blijven: het beroemde kopje thee.
Cohen ziet nog een kracht met samenbindende werking: religie. Hij bestrijdt het idee dat iedereen seculier zal worden. Voor migranten is geloof misschien wel de beste manier om te integreren. De overheid zal ook een verhouding met religie moeten aangaan. Die overheid moet seculier zijn, want alleen die kan de ruimte bieden voor diversiteit, ook voor diverse religies. De scheiding van kerk en staat voldoet prima, maar moet niet te strak worden uitgelegd.

Dat is de theorie van Cohen, die in dit boek niet in een lopend betoog gepresenteerd wordt. En dat laatste is jammer want de lezer krijgt te maken met een nogal schoolse lezingenstijl. Cohen heeft sterk de neiging de vraagstukken zeer overzichtelijk te behandelen. Hij deelt die graag in drie of vijf deelvragen op die vervolgens worden 'langs gelopen'. Prettig als je in het publiek zit en alleen maar kunt luisteren, maar voor de lezer kan het beknopter. De teksten zijn daarnaast geen bijzonder meeslepende staaltjes van retorica. Er zit nogal wat overlapping in, doordat Cohen graag naar zijn eerdere lezingen verwijst. Zijn Cleveringalezing uit 2002 is daarbij het fundament. Maar voor een volledige bewerking laat het burgemeesterschap geen tijd over.

Nu heeft Cohen niet alleen tien jaar lang toespraken gehouden, hij heeft ook aan de leiding gestaan van de praktijk in Amsterdam. Opvallend is dat hij weinig voorbeelden uit die praktijk gebruik om zijn betoog te ondersteunen. Dat Amsterdam 174 nationaliteiten telt en 332,000 alleenstaanden, komt vaak voorbij. Maar een echte menging van praktijk en theorie vinden we niet. Ook in het inleidende interview met Bas Heijne komt die praktijk spaarzaam ter sprake. Dat is jammer want juist die confrontatie van theorie en praktijk levert spannende verhalen op.
De verhalen van Cohen over 'erbij horen' zijn fraai. Maar in Amsterdam zijn, net als elders in het land, verharding, tweedeling en polarisatie merkbaar.
Cohen steunt in zijn toespraken meer op historische en sociologische verhandelingen, bijvoorbeeld van Piet de Rooij. Van hem heeft hij onder meer opgestoken dat Nederland vroeger beter omging met verschillen. Nu de zuilen zijn verdwenen, wordt minder van anderen geaccepteerd, ook doordat we niet weten op grond van welke normen en waarden de ander handelt.
Een andere stut onder de opvattingen van Cohen is de oorlog. Die komt niet alleen voor in lezingen die direct gekoppeld zijn aan de Tweede Wereldoorlog, hoewel dat er aardig wat zijn: de Cleveringalezing, de Van Randwijcklezing, een lezing over Stefan Zweig en de Abel Herzberglezing. De oorlog is de schaduw die nog steeds over Europa hangt en houdt actuele lessen in. Wat er toen gebeurde is de ultieme consequentie als mensen vreemden blijven en als politici vervreemding en angst aanwakkeren, in plaats van temperen.
In de lezing naar aanleiding van een tentoonstelling van Stefan Zweig spreekt hij over de 'fanaticus' die gestopt moet worden. De fanaticus staat niet open voor andere meningen, is niet bereid tot discussie, is gewelddadig in woord en daad en heeft geen respect voor grenzen van ander.
Waarschuwt Cohen hier voor Geert Wilders? Hij zegt het niet. Misschien is het een van de stiekeme provocaties van de burgemeester. Ook zijn opmerking over de positieve rol van religie, op een moment dat die steeds meer als probleem werd gezien, had iets van een provocatie.

Cohen streeft naar een 'inclusieve' identiteit. Maar dat is problematisch. Iedere groep bestaat bij de gratie dat er anderen zijn die er niet bij horen, die worden buitengesloten. Er zullen altijd vreemden zijn.
Cohen pretendeert niet voor alles de oplossing te hebben. Gemeenschapszin is noodzakelijk. "Maar hoe je die gemeenschap dan precies moet definiëren, dat vind ik lastig," zegt hij in het inleidende interview. Misschien is de hoop die hij op burgerschap vestigt, wel niet meer dan dat. Sinds de Fortuynrevolte is het vertrouwen in de overheid afgenomen, terwijl er hogere eisen aan die overheid worden gesteld. Burgers eisen meer toezicht en strengere handhaving, maar aanvaarden die voor hen zelf niet. Cohen spreekt over bedrijven die duurzaam gaan ondernemen, maar de gedachten gaan toch eerder uit naar bankiers met megabonussen.
Maar juist door zelf twijfel toe te laten, is Cohen minder vatbaar voor het vaak gemaakte verwijt van naïviteit. Hij weet ook wel dat hij niet dé oplossing heeft, maar weet wel dat als hij het anders zou doen het nog slechter zou gaan. Zeker als hij het zou doen op de manier waarop zijn critici vaak aandringen: namelijk de zaak op de spits drijven.
In zijn omgang met geloof zit een zelfde ambivalentie. Cohen is zelf niet gelovig, maar begrijpt wel dat mensen daar houvast aan ontlenen.
De belangrijke rol die Cohen weggelegd ziet voor religie, wordt steeds meer een steen des aanstoots. Eerst was er commotie over islamitische initiatieven zoals dialoogcentrum Marhaba en de Westermoskee. Nu worden in de gemeenteraad ook bij christelijke organisaties zoals Youth for Christ en Scharlaken Koord vraagtekens gezet. In plaats van meer ruimte voor religie komt er minder ruimte. Het geduld met deze vorm van verschil is ook in de Amsterdamse politiek aan het afnemen. Ook hier is er weer een fraai voorbeeld van hoe theorie en praktijk uit elkaar lopen.

Het was hoofdredacteur Arendo Joustra van Elsevier die opperde dat de toespraken van Cohen gebundeld zouden worden. Al bevat de verzameling niets nieuws, we verwachten wel dat de columnisten van het weekblad, waaronder enkele hartstochtelijke critici van Cohen, dit toegeworpen botje niet zullen versmaden.

Waardering: 3half-sterren

Deze bespreking verscheen in Het Parool van 23 september 2009.

Job Cohen. Binden. (2009) 

 

(Visited 49 times, 1 visits today)

Geen reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.