Een woord een woord, Frank Westerman

mei 3, 2016

woordRecente terroristische aanslagen hebben in West-Europa een gevoel van machteloosheid verspreid. Ondanks massale inspanningen van inlichtingendiensten, politie en leger kunnen terroristen overal toeslaan. Een weliswaar problematisch maar toch hoogontwikkeld land ‘in het hart van Europa’ is als falende staat afgeschilderd. Een kernmacht heeft de noodtoestand afgekondigd en laat die voorlopig voortduren.
En hoe zit het met de mentale weerbaarheid. Wat kunnen ‘wij’ stellen tegenover zoveel doodsverachtend fanatisme?
Ook in de inleiding van het boek van Frank Westerman is die twijfel te horen. ‘De terrorist heeft een doel. (…) hij ijvert voor een zaak die groter is hijzelf. Een ideaal. Maar wij?”
Uit historisch oogpunt is deze pessimistische houding moeilijk te onderbouwen. Over het algemeen slagen terroristische bewegingen er niet in hun doelen te bereiken. De middelen van de staat, zelfs die van België, zijn sterker dan die van een handjevol fanatici. Maar de twijfels daarover zijn groot.

Fraai, maar meanderend

Westerman vraagt zich af wat wij tegenover het fanatisme van de terrorist stellen. Wie op grond daarvan een soort beginselverklaring van het vrije Westen verwacht, komt bedrogen uit. Er volgt een fraai, maar ook meanderend verhaal langs diverse fases van recente en minder recente terroristische acties (terakt is de compacte Russische term), en van het denken over terrorismebestrijding.
Westerman gaat daarbij voor een belangrijk deel van zijn persoonlijke ervaringen uit.  Als jongetje maakte hij een Molukse treinkaping van nabij mee, hij was correspondent in Rusland ten tijde van aanslagen van Tsjetsjeense terroristen. Daartussen sloot hij vriendschap met een voormalig lid van de RAF in Havana. De Molukse kapingen worden nauwgezet gereconstrueerd en Westerman spreekt met terrorismebestrijders van toen en nu.
Hij doet zich soms argeloos voor, alsof hij helemaal blanco tegenover het onderwerp staat. “Als taal en terreur het duel met elkaar aangaan, welke van de twee legt het dan af?,” vraagt Westerman zich in het begin van het boek af. Dat is een vreemde vraag. Want terrorisme is niet alleen geweld, terrorisme heeft altijd ‘een verhaal’, een tekst om te verspreiden, een politieke boodschap.
De terrorist zonder boodschap is amper als terrorist te duiden. Kijk naar Karst Tates, die met zijn Suzuki Swift in reed op de bezoekers van Koninginnedag in 2009. Volgens sommige definities was dit een terroristische daad, maar door het ontbreken van een duidelijk motief blijft dat lastig.
Westerman vraagt zich ook af:  “Wat kan een redenaar uitrichten tegen een moordenaar?” Maar de beste redenaars waren soms ook de beste moordenaars.
De antwoorden van Westerman zijn eerder impressionistisch dan vlijmscherp, door de indirecte manier waarop hij te werk gaat en zijn ervaringen presenteert. Zijn werk is meer beschrijvend dan analyserend. Hij voert zichzelf vaak ten tonele, maar laat anderen de conclusies trekken. Dit boek is heel goed geschreven, maar soms zit de vorm en de stijl de inhoud in de weg. Met door elkaar lopende verhaallijnen en een reeks cliffhangers lijkt het meer een filmisch plot dan een doorwrocht essay.  

Blijven praten

Aan het einde van zijn boek verwerpt Westerman de door hem opgeworpen tegenstelling.
“Het zwaard kan niet zonder de pen. Andersom kan de pen niet zonder het zwaard.” En dat geldt zowel voor de terroristen als voor de terrorismebestrijders. Ook zal men altijd moeten blijven praten, er is een rol voor de ‘zachte kracht’, tenzij men kiest voor de ultra-repressieve lijn van Poetin in Tsjetsjenië.
En ‘we’ hebben wel een verhaal. De in Parijs doodgeschoten politieman Ahmed Merabat had zijn aanvallers kunnen vertellen over de vrijheid en de verbeelding die na de Franse revoluties van 1789 en 1968 zijn gevestigd. ‘Een beter verhaal’ dan dat van de terroristen, schrijft Westerman. Maar het wordt niet verder uitgewerkt.
Dit is een afwisselend boek. Autobiografie, geschiedenis, reportage en analyse lopen door elkaar heen in een fraaie zoektocht. Het geeft een mooi beeld van hoe tegen terrorisme wordt aangekeken, als een soort wezensvreemd verschijnsel, dat heel dichtbij kan komen.  Dat was zo bij de Molukse acties in Drenthe en bij de aanslagen in Parijs en Brussel. Jonge mannen uit de buurt ontpopten zich tot meedogenloze geweldplegers. Ook toen was er een ‘zelfmoordcommando’. Dat is zowel verontrustend als geruststellend.  

(Visited 357 times, 1 visits today)
Samenvatting
Review Date
Boektitel
Een woord een woord, Frank Westerman
Waardering
31star1star1stargraygray

Een reactie

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.