Supermens – Peter Joosten

november 5, 2020

Supermens

Toen ik klein was, keek ik graag naar de tv-serie De man van zes miljoen. Dat was een man met bovenmenselijke krachten. De operaties om hem te verbeteren na een ongeluk hadden maar liefst zes miljoen dollar gekost. Hij kon geweldig hard rennen en had een bionisch oog. Deze man was wat we nu een cyborg noemen, maar met een normaal uiterlijk.

De fantasie van deze verbeterde mens kan in snel tempo werkelijkheid worden, schrijft Peter Joosten in Supermens. Maar dat is niet alleen een gunstige ontwikkeling. Er zitten veel haken en ogen aan het verbeteren van de mens met allerlei technieken, zo maakt hij gaandeweg duidelijk.

Joosten heeft in Supermens in de eerste plaats een overzicht gemaakt van bestaande en mogelijk toekomstige technieken om mensen te verbeteren. Dat gaat van het innemen van pillen voor de bevordering van concentratie en supervoeding (boterkoffie) tot het klonen van mensen en het uploaden van breinen. Dat is een heel breed scala; misschien had dat iets beter afgebakend kunnen worden. Er zit een wereld van verschil tussen koud douchen en je lichaam laten invriezen in de hoop ooit weer tot leven gewekt te worden. Toch worden ze in een hoofdstuk behandeld.

Joosten gebruikt zichzelf in sommige gevallen als proefkonijn: zo laat hij een chip injecteren waar hij informatie in kan opslaan. Ook van pillen om prestaties te verbeteren is hij niet vies. Die persoonlijke benadering draagt zeker bij aan de toegankelijkheid van het boek. Hij gaat ook langs bij de mensen die met verbeteringstechnieken bezig zijn: atleten met protheses of implantaten, wetenschappers en de hardcore biohackers.

Onsterfelijkheid en eeuwige jeugd

Het streven naar verbetering hoort bij de mens, schrijft Joosten. Hij wijst op het eeuwenoude epos over Gilgamesj, die streeft naar onsterfelijkheid, en op de Griekse held Achilles. Onsterfelijkheid en eeuwige jeugd zijn verlangens met een lange voorgeschiedenis.

Jammer is dat hij nagenoeg geen aandacht besteed aan ontwikkelingen die hebben gezorgd voor de spectaculair gestegen levensverwachting en toegenomen gezondheid in de laatste eeuwen. Voor een belangrijk deel was die het gevolg van ingrepen in de omgeving, zoals de aanleg van riolering, en niet van het hacken’ van mensen zelf. Ook beter eten, maar niet per se superfoods, maakten dat mensen bijvoorbeeld langer werden.

Ook de ontwikkeling van de medische wetenschap heeft veel bijgedragen. Veel in dit boek beschreven technieken komen voort uit de medische wereld. Manieren om mensen te genezen zullen vaak ook worden gebruikt om op zich gezonde mensen ‘beter’ te maken, schrijft Joosten.

De ingrepen die hij beschrijft gaan steeds verder. Het begint met het meten van prestaties en toestand van het lichaam. Heeft de vruchtbaarheidscyclus invloed op de keuzes van mogelijke partners bij het gebruik van Tinder? De meest vergaande ideeën gaan over de versmelting van mens en machine, zoals verwoord door andere Ray Kurzweil. Het transhumanisme (dat weinig met het klassieke humanisme te maken heeft) gaat uit van die synthese, als de overlevingsstrategie voor de menselijke soort. De mens verdwijnt dan.

Surveillancekapitalisme

Joosten beschrijft in dit boek hoe hij kritischer kwam te staan tegenover de technieken. Aanvankelijk had hij geen moeite met het in de gaten houden van zijn eigen lichaam, bijvoorbeeld via apps. Als je jezelf kan verbeteren, waarom doe je het dan niet, was zijn houding. Maar in de loop van de afgelopen vijf jaar nam zijn scepsis toe. Hij verwijst naar het idee van surveillance kapitalisme, waarin mensen door grote bedrijven in de gaten gehouden worden. Moeten we dat er voor over hebben?

Hij gaat te rade bij filosofen, die onder andere het idee weerspreken dat mensen verbeterd zouden moeten worden. En die stellen dat mensen verantwoordelijk zijn voor de technieken die ze de wereld in helpen. Je voelt als het ware zijn twijfel toenemen.

Dat mondt uit in de formulering van een aantal principes waar het gebruik van nieuwe techniek aan zou moeten voldoen. Dan gaat het onder andere over de kennis over die techniek, de vrijwilligheid om die te gebruiken, diversiteit en verantwoordelijkheid. Het zijn verstandige punten die niet alleen bij mensverbeterende technieken, maar bij iedere technologie een rol kunnen spelen.

Supermens biedt zo een toegankelijk, niet te diepgravend maar wel afgewogen beeld van technieken om de mens te verbeteren. Wie in de filosofie van techniek wil duiken, zal elders terecht moeten. Joosten geeft wel een paar opstapjes. Ook handig zijn zijn tips voor series, zoals De man van zes miljoen en boeken, waaronder die van Harari.

Voor lezers die nieuw zijn op dit terrein geeft Supermens een aardig overzicht van wat kan en wat er mogelijk aan komt. Voor meer ingewijde lezers is het vooral boeiend om te lezen hoe Joosten van een fan van apps, sensoren en pillen een kritisch gebruiker van techniek is geworden. Zijn enthousiasme blijkt nog wel uit zijn suggestie om zelf te experimenteren met diverse technieken, zoals die koude douche of boterkoffie, waaraan hij aan toevoegt waakzaam te blijven. Hij stelt dat er wel degelijk grenzen moeten zijn aan wat mensen doen om zichzelf en anderen te verbeteren. De vraag is of die ontwikkeling nog te stoppen is.

(Visited 144 times, 5 visits today)

Een reactie

  • Peter Joosten november 13, 2020op4:03 pm

    Bedankt voor de recensie! Bedankt ook voor de constructieve feedback, wie weet kan ik daar wat mee voor een volgend boek 🙂

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.