De conservatieve revolte – Merijn Oudenampsen

januari 12, 2018

conservatismeOpeens was Nederland rechts. In mei 2002 won de LPF 26 zetels en kwam er een centrum-rechts kabinet. Een schokgolf ging door het land. Wetenschappers en journalisten hebben de Nederlandse ‘ruk naar rechts’ tot nu toe vooral verklaard als een stem die nu eens aan het woord kwam, als de doorwerking van opvattingen van het publiek naar het politieke platform. De stemmers van Fortuyn en (later) Wilders werden afgeschilderd als een vergeten groep, die zich eindelijk kon manifesteren. De politici waren de spreekbuis van die opvattingen, een soort doorgeefluik.

Maar in zijn boek over De conservatieve revolte over de Nederlandse ruk naar rechts (gebaseerd op zijn proefschrift) zet politicoloog Merijn Oudenampsen de schijnwerpers op de andere kant: op de ideeën van politici als Frits Bolkestein, Pim Fortuyn, Martin Bosma, Ayaan Hirsi Ali, wetenschappers als Paul Cliteur en Andreas Kinneging en publicisten als H.J. Schoo, Hans Wansink en vele anderen. Ideeën doen er toe, is de eerste stelling van Oudenampsen. En daarom is het zinnig om die ideeën te bekijken en niet eindeloos de gevoelens van Wilders-stemmers op te tekenen.

Pragmatisme

Daarvoor is wel een hobbel te overwinnen. De Nederlandse politiek, politieke wetenschap en journalistiek hebben de sterke neiging ideeën te negeren. Die doen er weinig toe, is de overtuiging. En sterker: ideeën zijn belemmerend en potentieel gevaarlijk, zo hebben tal van politici volgehouden. Politiek gaat om het pragmatisch oplossen van problemen en iemand met allerlei vastgeroeste opvattingen mist de beweeglijkheid om compromissen te sluiten. Premier Mark Rutte is een uitgesproken vertegenwoordiger hiervan. De politieke wetenschap heeft lang de nadruk gelegd op het pragmatisme van de Nederlandse politiek en de journalistiek op de rol van personen en akkefietjes.

Maar ook mensen die zeggen geen ideeën te hebben, hebben ze in feite wel, zeker politici. Alleen het is iets lastiger die ideeën te omschrijven.

Om de verschuiving in Nederland toch te begrijpen grijpt Oudenampsen naar het idee van de elites die van tijd tot tijd de koers verleggen. Tot in de jaren zestig was Nederland voor een groot deel behoudend, verzuild en stond het onder sterke confessionele invloeden. Opeens werd Nederland progressief, tolerant en individueler. Politici zijn geneigd deze verandering te zien als een organische aanpassing aan de tijdgeest, niet als een bewuste breuk. Verandering is geen keuze, maar vanzelfsprekend.
En zo ging het met de ruk naar rechts ook. Ook die werd vaak voorgesteld als een voor de hand liggende correctie op de fouten uit het verleden en niet als een doelbewuste keuze.

Nieuw Rechts

Sommige politici zijn wel overtuigd van de kracht van ideeën, onder wie Bolkestein en Fortuyn. Ze importeerden en vertaalden ideeën, vooral uit de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk. Oudenampsen gebruikt de term ‘New Right’, (Nieuw Rechts) als verzamelnaam voor deze ideeën. Onder die noemer valt een onstabiele alliantie van christelijke conservatieven, conservatieve liberalen en sociaaldemocraten en provocerende nihilisten. Van René Cuperus tot GeenStijl. Nieuw Rechts combineert volgens Oudenampsen neoliberale en neoconservatieve standpunten.

 

Maar Nieuw Rechts herbergt tegenstrijdige verlangens in. Oudenampsen laat dat zien aan de hand van de contradicties in het denken van Bolkestein, de centrale figuur van Nieuw Rechts. Als conservatief is hij pessimistisch en afkerig van ideologie, als neoliberaal is hij optimistisch en overtuigd van de invloed van ideeën, en als neoconservatief streeft hij naar een nieuwe morele politiek. Het neoconservatisme benadrukte ook de ‘botsing der beschavingen’ tussen de islam en het Westen. Bolkestein toonde zich al vroeg een woordvoerder van dat idee. En dat idee van een clash tussen het Westen en de islam heeft de laatste vijftien jaar wel de meeste aandacht gekregen.

Het begrip Nieuw Rechts is aan de ene kant verhelderend: het benoemt overeenkomsten tussen uiteenlopende personen en het voorkomt al te veel aandacht voor populisme. Aan de andere kant is het een groot schepnet en verhult het misschien belangrijke verschillen tussen die denkers. Zo is zeker het neoliberalisme omstreden, ook in rechtse kringen.

Emancipatie

Een van de opvallendste kenmerken van het Nederlandse Nieuw Rechts is de omarming van progressieve waarden. Dit onderscheidt deze stroming van de Verenigde Staten waar conservatief rechts tegen zaken als vrouwenemancipatie en homohuwelijk is. (Of was: ook daar zijn de scheidslijnen aan het verschuiven.) Hier verdedigen ook het CDA en de PVV deze verworvenheden, net zoals Fortuyn dat deed. Dat heeft ook veel buitenlandse commentatoren verwonderd: hoe kan een openlijke homoseksueel cultureel conservatief zijn?

Volgens Oudenampsen hebben conservatieve politici de progressieve waarden geherwaardeerd als een onlosmakelijk onderdeel van de Nederlandse cultuur. (Of van de christelijke cultuur, zoals Buma onlangs deed in zijn Schoo-lezing). Maar, zegt Oudenampsen, het idee van verdere vooruitgang en emancipatie deden ze  in de ban. Gelijkheid van man en vrouw is goed, maar de emancipatie is voltooid. Nederland is verlicht, tolerant en rechtvaardig.

Deels gebruiken de conservatieven deze progressieve waarden als een stok om de moslims te slaan. Maar ze geloven er zelf ook in. Fortuyn nam die opvattingen op in zijn fundamentele visie op de Nederlandse identiteit tegenover de islam. Daardoor is er de paradoxale situatie ontstaan dat Nieuw Rechts beweert de progressieve waarden scherper te verdedigen dan de progressieve gemeenschap. Dit is de moderne vorm van conservatisme. Maar conservatisme, ook al lijkt de naam anders te suggereren, reageert altijd op de omstandigheden. Ook weer een mooi inzicht uit dit boek. 

Hirsi Ali

In hoofdstukken over Hirsi Ali en GeenStijl ontleedt Oudenampsen hun aandeel in het nieuw rechtse geluid. Hirsi Ali, ooit lid van de Moslimbroederschap, bleef het beeld aanhangen van de islam als een en ondeelbaar. Neoconservatieven en fundamentalisten zijn het erover eens dat de islam onveranderlijk is (hoewel ik niet weet of je dat nog kan stellen over Hirsi Ali). Hirsi Ali was na 11 september voor Nieuw Rechts de perfecte getuige die uit eigen ervaring kon vertellen hoe verschrikkelijk de islam was. Dat ze daarbij haar eigen verhaal aan die nieuwe visie aanpaste, was al duidelijk. Oudenampsen is niet de eerste die wijst op de tegenstrijdigheden in haar autobiografische verhaal. 

Shockblog GeenStijl staat volgens Oudenampsen in de traditie van het Nederlands nihilisme. Vooral W.F. Hermans en Gerard Reve vertegenwoordigden dat, met hun ironie die ze soms gebruikten om hun opvattingen te verhullen. De stelling dat GeenStijl ook in de voetsporen van Nietzsche treedt, is misschien wat te veel eer.  Maar dat GeenStijl heeft bijgedragen aan de conservatieve counterculture is zeker waar. (Ook hier is een lichte verschuiving merkbaar de laatste tijd: is GeenStijl milder geworden?) 

Waardevol

De Conservatieve revolte is een zeer waardevol boek over de politieke ontwikkelingen van de afgelopen vijftien jaar. Het rekent af met de benadering waarin de opkomst van Fortuyn en Wilders werd uitgelegd in de termen die zij zelf hadden geïntroduceerd. Terecht legt Oudenampsen het accent op ideeën en dit keer niet op kiezersonderzoek. Op het hoofd en niet de onderbuik. En op de bredere stroming van Nieuw Rechts, die niet beperkt is tot de populistische partijen, maar in alle grote politieke partijen zijn aanhang heeft.

De dominantie van rechts is geen toeval, een natuurlijke gang van zaken of een voor de hand liggende correctie van fouten uit het verleden. Denkers en schrijvers als Bolkestein, Schoo, Fortuyn en anderen hebben jarenlang hun ideeën verspreid. Oudenampsen heeft die ideeën geanalyseerd en in een internationale context geplaatst. En dat werd tijd.

——————————————————————————————————————————–

Koop dit boek bij Athenaeum

Koop dit boek bij Athenaeum

Nawoord

Dit was (afgezien van wat correcties en aanpassingen) mijn bespreking van het proefschrift van Merijn Oudenampsen, toen dat in januari verscheen. Het in oktober verschenen boek De conservatieve revolte, de handelseditie, komt daar voor een heel groot deel mee overeen. Het belangrijkste verschil is dat het boek in het Nederlands is en wat minder academisch taalgebruik heeft. Een stuk toegankelijker dus, wat toch een verbetering is. Een geheel nieuwe bespreking lijkt overbodig.

Maar het is goed om nog een paar opmerkingen te plaatsen, mede naar aanleiding van de presentatie bij Spui 25 in oktober 2018. Daar kwam het gesprek al snel op het contrast tussen de vermeende ideeënrijkdom van nieuw rechts en de leegte op links. Maar hier doet zich een opmerkelijk verschijnsel voor.

Wie heeft de hegemonie?

Rechtse denkers en auteurs zijn er juist van overtuigd dat links over een uitgebreid assortiment ideologische middelen beschikt waarmee juist links de culturele hegemonie heeft behaald. Denk aan noties als cultuurmarxisme en politieke correctheid. Dat zijn uiteraard omstreden begrippen, die vaak slecht omschreven zijn en die op allerlei zaken geplakt kunnen worden. Maar de rechtse publicisten doen het jaren na het begin van de conservatieve revolte het nog steeds voorkomen dat zij heldhaftig opboksen tegen een oppermachtig, links-progressief-feministisch-multicultureel machtsblok. Dat is voor een deel ongetwijfeld overdrijving en een poging om de underdog-rol in te nemen, als verkondiger van een ‘harde waarheid’ die anderen niet willen horen. Maar zit er helemaal niets in? Misschien is het wel zo dat wie de ideeën van een bepaald politiek kamp wil onderzoeken, het beste terecht kan bij de tegenstanders. Die kunnen haarfijn schilderen met welke gevaarlijke ideeën de andere partij de samenleving beheerst.

Oud en nieuw rechts

In mijn bespreking wees al in een zinnetje op de meningsverschillen binnen Nieuw Rechts. Links staat bekend om zijn haarklovende discussies. Rechts lijkt beter in staat om de onderlinge verschillen toe te dekken, te maskeren of te negeren. Als de dixielandband begint, houdt het gezeur op, zo ongeveer wordt een VVD’er geciteerd. Zelf was ik eens op een bijeenkomst waar de ene conservatieve denker (Robert Lemm) meende dat met de Verlichting de ellende en het verval waren begonnen. De volgende spreker (Paul Cliteur) beweerde juist dat het verval en de ellende zijn begonnen omdat de Verlichting niet genoeg in ere wordt gehouden. Dat leek genoeg stof voor een stevig debat. Maar in plaats van het oneens te zijn, bleken ze zich te kunnen verenigen tegen een gemeenschappelijke vijand: uiteraard multicultureel, postmodern en cultuurmarxistisch links. Het is dus maar waar je de scheidslijnen trekt.

In dit boek worden de aanhangers van soms nogal verschillende ideeën onder de noemer van Nieuw Rechts geschoven. En dat is een goede manoeuvre om de gebeurtenissen van de afgelopen 15 jaar te analyseren. Maar misschien zou een volgende studie de vele scheidslijnen binnen die groep kunnen blootleggen.

Effect

Dan is er natuurlijk ook de vraag naar de effectiviteit van deze revolte, die ook op de bijeenkomst werd gesteld. Merijn Oudenampsen benadrukt het idee van de wisselwerking tussen de opvattingen van politici en die van het publiek. Hij bestrijdt het idee dat mensen als Fortuyn als het ware slechts het voertuig waren van opvattingen die al bestonden. Fortuyn en geestverwanten hebben er veel aan gedaan om die opvattingen te verwoorden en aanvaardbaar te maken. Daar kan ik zeker in meegaan. Maar hoe dat precies werkt, en welk verband er is met politieke, economische en sociale ontwikkelingen, is een volgende vraag. Daar staan wel wat passages over in dit boek, maar daar ligt toch ook vast wel wat te onderzoeken.

Samenvatting
Review Date
Boektitel
De conservatieve revolte. Een ideeëngeschiedenis van de Fortuyn opstand - Merijn Oudenampsen - Vantilt
Waardering
41star1star1star1stargray
(Visited 1.079 times, 15 visits today)

Een reactie

  • Tony Hector februari 12, 2018op3:04 pm

    Dank voor de heldere samenvatting. Zelf moet ik nog tijd vinden het proefschrift te lezen. Maar ik vraag me af of Oudenampsen én Nieuw Rechts niet van een misvatting uit gaan. Namelijk het idee dat progressief Nederland niet kritisch zou staan tegen over de islam. Even los van de vraag wat DE islam precies is. Ik denk dat de tolerantie die progressieven koesteren hier niet gaat over de leer van de Koran maar om mensen die er andere opvattingen op na houden dan de gemiddelde westerling. Ze staan voor de vrijheid anders te mogen zijn, ongeacht je kleur, geslacht, geaardheid of religie. De kracht van een samenleving wordt gemeten aan de mate van tolerantie jegens andersdenkenden. Voor links komt daar bij dat de meeste mensen met een moslim achtergrond tot de zwakkere sociale klasse gerekend worden. Dus reden te meer om voor hun belangen op te komen. Maar dat maakt ze nog niet tot wegbereiders van dat geloof. Het verwijt dat progressief Nederland wel kritisch was op het christendom en niet op de islam is onzinnig. Het christendom hield Nederland in zijn greep, had enorme invloed op de politiek. Zij bepaalde decennia wat mocht en wat niet. De islam in Nederland heeft die macht niet dus is daarom niet te vergelijken met het christendom in de jaren zestig en zeventig.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.