8 lessen uit Bruno Latour, Oog in oog met Gaia

februari 10, 2021

latourIn Oog in oog met Gaia zijn acht lezingen van de Franse filosoof Bruno Latour gebundeld, die samen het ‘het Nieuwe Klimaatregime’ in kaart brengen. Een grote diversiteit aan thema’s komt voorbij: uiteraard de klimaatverandering, maar ook of vooral politiek, wetenschap en religie. Hij presenteert controversiële denkers zoals Carl Schmitt, die je met voorzichtige doses tot je moet nemen, zoals Latour schrijft. Ook James Lovelock, de bedenker van de Gaia-theorie, is omstreden, zij het om heel andere redenen.
Hier zijn acht lessen uit die acht lezingen. Die bieden geen volledige samenvatting van het boek,  maar geven een impressie van een aantal hoofdlijnen.

1. ‘Hoop is een slechte raadgever.’

Boeken en artikelen over het klimaat (of andere akelige onderwerpen zoals de coronacrisis) willen vaak hoop bieden. Maar volgens Latour is dat in het geval van de klimaatverandering, van onze veranderde verhouding met de natuur, niet mogelijk. Hij spreekt ook niet over een crisis, want dat suggereert een voorbijgaande fase. ‘Het is definitief’.

Hij komt hierop nadat hij heeft gesteld dat de ‘ecologische mutaties’  (zijn term voor klimaatverandering en aanverwante ontwikkelingen) wel degelijk bekend waren, maar dat er niets gedaan is. Die situatie leidt tot waanzin, die zich kan uiten in ontkenning, razernij of depressie. Of nog erger, diegenen die menen dat er binnen het kader van bestaande instituties adequate actie mogelijk is.

Hiermee geeft Latour de urgentie van het onderwerp weer en snijdt hij de makkelijke uitweg af. Er is nog een vorm van hoop die hij de kop indrukt, namelijk dat de dreiging zo groot wordt dat alle volkeren één worden. In plaats daarvan moet verdeeldheid erkend worden.

2. Natuur en cultuur zijn onlosmakelijk verbonden.

Latour gaat in op de uitdrukking dat de mens toebehoort aan de natuur of juist aan de cultuur. Maar in het westerse denken is er geen aparte categorie natuur meer. Die is onlosmakelijk verbonden aan cultuur. Het is niet mogelijk je op de natuur te beroepen en zo problemen op te lossen. Dat heeft ook te maken met de positie van de mens, op het snijvlak van natuur en cultuur. Je kunt niet een kant kiezen. Dit is een opmaat naar de uitleg van Gaia, waarover later meer.

De intentie van Latour is om de positie van de mens te verduidelijken, maar ook weer om gemakzuchtige uitwegen uit de waanzin af te snijden.

3. Handelingsvermogen is niet aan mensen voorbehouden.

Een belangrijk punt voor Latour. De mens is niet de enige die iets doet, die een ‘mensloze wereld’ kan onderzoeken en bezitten. De Aarde (met hoofdletter) reageert, beeft en is bewogen.

Het is een complexe manier om te zeggen dat acties (van mensen) gevolgen hebben, en tegelijk een manier om afstand te nemen van het klassieke wetenschappelijke denken, waarin de wereld netjes gescheiden was tussen subject en object, tussen een actieve mens en een passieve Aarde.

Wat Latour consequent doet is de mens van zijn voetstuk halen. Dat kan een paradox lijken in de tijd van het antropoceen, maar misschien is het logisch om het juist dan te doen.

4. Gaia is geen systeem en geen godin.

Deze les is negatief geformuleerd, maar Gaia laat zich niet makkelijk afbakenen. Het is soms duidelijker wat ze niet is dan wat ze wel is. Ze is niet de belichaming van harmonie,  een moeder of een systeem. Ze is het antisysteem, één maar geen eenheid, samengesteld uit een groot aantal krachten (‘agentia’) die niet samenwerken, maar wel samen werken.

Licht frustrerend is het wel dat Latour om zijn begrippen heen danst, en ze eerder schetst via een reeks omschrijvingen en afleidingen dan met strak omlijnde definities.

De Gaia-theorie is, zoals gezegd, afkomstig van wetenschapper James Lovelock. Latour analyseert diens teksten uitgebreid, en lijkt de bedenker van het concept in bescherming te willen nemen tegen te eenzijdige interpretaties. Je krijgt toch het vermoeden dat Lovelock Gaia iets meer ziet als een systeem dan Latour wil toegeven.

5. Religie en wetenschap hebben veel gemeen.

Latour vergelijkt religie en wetenschap aan de hand van de eigenschappen die eraan toegeschreven worden. Hij komt tot de conclusie dat er veel overeenkomsten zijn. Ze proberen beide op dezelfde manier zaken te verklaren, door een beroep op ofwel de natuurwetten of op een ordenende god.

Als ik het goed begrijp, hebben wetenschap en religie volgens Latour allebei te weinig oog voor de rol van de omgeving, van de zaken waarover ze praten. De oorzakelijke verbanden die de wetenschapper ziet (hij noemt Richard Dawkins) hebben dezelfde kracht als de Schepper in een religieus verhaal. (244)

6. Het einde der tijden ligt al achter ons.

In games en films zijn het genres of settings: post-apocalyptisch. Maar volgens Latour is het de tijd waarin we leven. Een aantal volken (deze term moet je overdrachtelijk begrijpen) heeft het idee het einde der tijd bereikt te hebben. Er kan hen niets meer gebeuren. En daarom blijven ze doof voor de apocalyptische alarmbellen die voortdurend afgaan als het over klimaat, uitsterven, biodiversiteit en dergelijke gaat.

Latour komt tot deze stelling na een betoog over de verweving van wetenschap, politiek en religie in de zeventiende eeuw. De afspraak werd toen gemaakt dat de onzekerheid moest worden ingeruild voor zekerheid. En daar moesten alle drie domeinen aan bijdragen. De onzekere situatie rond religie had immers aanleiding gegeven tot de meest extreme oorlogen. Tolerantie en scepticisme hadden afgedaan. (Hier baseert hij zich met name op het werk van de filosoof Stephen Toulmin, Kosmopolis. De verborgen agenda van de moderne tijd.)

Deels is de opmerking van Latour een kritiek op het vooruitgangsdenken of het liberalisme, al noemt hij dat niet met zoveel woorden. In een noot wijst hij wel op ‘Het einde van de geschiedenis’ van Francis Fukuyama.

Om de ecologische mutatie serieus te nemen, moet het einde der tijden dus ongedaan gemaakt worden.

7. We zijn in staat van oorlog.

Met het werk van Carl Schmitt, een vriend van de nazi’s, probeert Latour de politiek terug te brengen. Politiek is volgens  Schmitt het onderscheid maken tussen vriend en vijand. Er moet een eind aan komen aan de depolitisering die met een beroep op ‘de natuur’ wordt bereikt. En het is oorlog omdat er geen scheidsrechter is waarop we een beroep kunnen doen.

Met deze uitspraken wil Latour nog een keer de ernst aangeven. Wat de oorlog precies zou inhouden, blijft onduidelijk. Betekent dat onverzettelijkheid, geweld? Of moeten het uitsluitend metaforisch zien? In de activiteit van Extinction Rebellion zou je de weerklink van zijn opmerkingen kunnen zien. Die groep erkent eigenlijk niet het gezag van de staat, roept op tot rebellie en verlegt daarmee de discussie.

8. De natiestaten moet de macht delen.

Dit is een vervolg op de vorige stelling. Er zijn vele andere entiteiten en machten die ook een stem moeten krijgen als het gaat om de ecologische mutatie: de ‘oceanen’, ‘de bodem’, ‘inheemse volken’ en dergelijke. Een vergadering van 195 staten die de regels bepaalt is niet realistisch meer, die vertegenwoordigt niet alles en iedereen die ertoe doet. Mensen kunnen niet meer een beroep doen op hogere beginselen. Ze moeten die beginselen of hun vertegenwoordigers zelf aan het woord laten.

Slot

Deze acht punten maken duidelijk dat de beschouwing van Latour een herdefinitie van drie voor deze maatschappij bepalende fenomenen inhoudt: de politiek, de wetenschap en de religie. De politiek moet een herstart krijgen, met nieuwe stemmen en partijen die handelingsvermogen toegedicht krijgen, die ook iets kunnen doen. De wetenschap moet partij kiezen voor Gaia en moet één stem naast andere zijn. Ze mag niet langer pretenderen alle zeggingskracht over de feiten te hebben. Religie moet terugkeren naar het idee van onzekerheid, in plaats van zekerheid. Om dat punt te illustreren haalt Latour een imam uit Timboektoe aan, die zich tegen jihadisten verweert. Die weten zeker wat hun god wil. Maar de imam zegt: ik ben mijn hele leven bezig te achterhalen wat god van mij wil.

Dit boek van Latour onderstreept hoe ver de klimaatverandering kan ingrijpen, als die wordt doorgedacht. Hij maakt het de lezer niet makkelijk. Maar er zitten een aantal inzichten in die niet alledaags zijn, maar op een bepaalde manier wel herkenbaar zijn. De moeite bij het uitleggen van klimaatverandering, – als een aangekondigde catastrofe waar relatief weinig acht op wordt geslagen of waar je misschien nooit genoeg tegen kunt doen – komt hier tot uiting.  Er zijn geen eenvoudige uitwegen, of het nu wel of niet aan jezelf ligt.

Heeft Latour gelijk dat een totale herordening nodig of aanstaande is? Die vraag dringt zich op. De krachten om klimaatverandering binnen de bestaande verhoudingen aan te pakken zijn uiteraard sterk. Of dat gaat lukken, is een tweede.

 

 

 

 

(Visited 87 times, 8 visits today)

Een reactie

  • Egbert van Hattem maart 25, 2021op10:01 am

    Bedankt voor deze mooie uitleg. Het is idd een moeilijk boek + lastig om je ‘eigen’ te maken.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.