Morele vooruitgang in duistere tijden – Markus Gabriel

november 11, 2021

Kinwaardenderen martelen is kwaadaardig. Daar is iedereen het toch over eens? En als dat zo is, dan is toch bewezen dat er morele waarheid bestaat, die onafhankelijk is van tijd, plaats en cultuur? Dat is een van de redeneringen die de Duitse filosoof Markus Gabriel gebruikt in zijn poging om aan te tonen dat er universele morele waarden bestaan. En dat is een bouwsteen voor zijn stelling dat morele vooruitgang mogelijk is.

Toch roept zelfs het voorbeeld over de kinderen vragen op. Als kinderen martelen kwaadaardig is, impliceert dat bijna dat martelen van volwassenen minder kwaadaardig is, misschien wel acceptabel. En tot welke leeftijd zijn mensen kinderen? 12 jaar, 16, 18 jaar?

Zo zijn er ook vraagtekens te zetten bij een reeks van andere ‘morele vanzelfsprekendheden’ die Gabriel, ‘de jonge God van de Duitse filosofie‘,  presenteert. ‘Als vrijwilliger meehelpen bij de integratie van door oorlog getraumatiseerde vluchtelingenfamilies is goed’ is er een van. Maar daar verschillen de meningen nogal over, ook in Duitsland. ‘De planeet nu kapotmaken zodat toekomstige generaties moeten lijden, is slecht’ is een andere vanzelfsprekendheid volgens Gabriel. De vraag is uiteraard of de planeet kapot kan, welke handelingen daaraan bijdragen, of we voor toekomstige generaties kunnen denken en waarom mensen dergelijke acties toch voortzetten als deze opvatting zo vanzelfsprekend is. Wie hieruit de conclusie trekt dat mensen dus wel slecht zijn in de ogen van Gabriel heeft het mis. Hij denkt eerder het tegendeel. Maar om de of andere reden handelen mensen niet altijd volgens de universele waarden die volgens hem bestaan.

Morele feiten

Gabriel schreef zijn boek vanuit het idee dat er een waardencrisis is, in ieder geval sinds de financiële crisis van 2008. Het kapitalisme ontspoorde, autoritaire stromingen en figuren hebben meer macht gekregen, van de AfD tot Trump. Ook de digitalisering ziet hij ronduit en zonder nuancering als een bedreiging. Daarom is het de hoogste tijd voor een nieuwe verlichting. Dat betekent dat ‘we met behulp van de rede samen kunnen bepalen wat we behoren te doen en te laten.’ (Cursivering in origineel).

Zijn betoog heeft een systematische, bijna schoolse opbouw. Hij begint met een aantal kerntheses en werkt van daaruit verder. De eerste stelling is: ‘Er zijn morele feiten die onafhankelijk zijn van onze privé- en groepsopvattingen. Die bestaan in objectieve zin.’ Deze feiten zoals het verbod op het martelen van kinderen, kunnen zelfs bestaan zonder dat ze gekend worden. Ze gelden altijd en voor alle culturen.

Eigenlijk zonder veel discussie stelt Gabriel deze morele feiten op een rij met andere niet-morele feiten. Een echte discussie over wat feiten zijn, ontbreekt. Het zijn objectief bestaande waarheden, stelt hij, terwijl het ‘feit’ dat 1+1 2 is toch van een andere categorie lijkt dan het ‘feit’ dat ‘we het milieu moeten beschermen’. Dat laatste is een bewering over wat iemand zou moeten doen, geen beschrijving van de werkelijkheid.

Gevoelens

Waar die morele feiten vandaan komen, is een groot raadsel. Op een gegeven moment kwam bij deze lezer de gedachte op dat ze wel van God afkomstig zullen zijn. Dat is volgens Gabriel niet zo, en voor zijn redenering om dat aan te tonen heeft hij tamelijk veel woorden nodig. De morele feiten zijn ook niet natuurwetenschappelijk vast te stellen. Maar ze bestaan wel objectief.

Gabriel wijst terecht op de wetenschappelijke kennis die een onderbouwing kan leveren voor bepaalde waarden, bijvoorbeeld de fundamentele gelijkheid van mensen met allerlei verschillende achtergronden. Toch vloeien de waarden van gelijkheid of gelijkwaardigheid niet direct uit die kennis voort.

Gabriel negeert twee voor de hand liggende verklaringen voor de fundering van waarden. De eerste is dat de moraal voortkomt uit het samenleven van mensen, waarbij ze in een sociologisch proces ontstaan en veranderen. Ook besteedt hij geen aandacht aan gevoelens. Want het zijn gevoelens van empathie, vertedering, liefde, verbondenheid die de basis vormen van morele waarheden, zo schrijft Julian Baggini in Een kleine geschiedenis van de waarheid in navolging van David Hume. Diezelfde opvatting is te vinden in het boek Inventing Human Rights. Isabelle Hunt werpt in dat boek de stelling op dat als iets vanzelfsprekends genoemd wordt, die bewering al de vanzelfsprekendheid ondermijnt. En ook zij wijst op het belang van empathie. Waarom is het doden van mensen slecht? Omdat we ons kunnen verplaatsen in het slachtoffer en nabestaanden.

Gabriel blijft dichter bij Kant, die de rede als basis van moraal zag, en zijn categorisch imperatief. Simpel samengevat: handel zoals je wil dat anderen zouden handelen en gebruik mensen nooit als middel. Toch wijkt hij wel wat af van de grote leermeester die vond dat mensen nooit mogen liegen, ook niet om een mensenleven te redden. Gabriel is flexibeler en herformuleert de morele vraag zo dat een ander antwoord mogelijk is.

Die flexibiliteit is wel opmerkelijk omdat Gabriel in het begin van zijn boek tekeer gaat tegen iedere mogelijke relativering van morele waarheden en waarden. Moreel relativisme is volgens hem fout. Maar zijn morele flexibiliteit opent de deur naar dezelfde praktijken. In plaats van naar de daad zelf te kijken, kijkt hij naar het doel. Als dat doel goed is, is de daad gerechtvaardigd.

1880

Er blijft iets vreemd zitten aan Gabriels idee dat waarden onveranderlijk zijn. Ook in 1880 was het slecht om kinderen te slaan. Gabriel schrijft dat veel ouders die dat deden ‘ongetwijfeld’ een slecht geweten hadden. Bewijzen voert hij daar niet voor aan. De morele vanzelfsprekendheden worden een maatstaf om iedereen langs te leggen.

Ook in het antieke Griekenland was het slecht om slaven te houden. Het is duidelijk dit Gabriel een ahistorische visie inneemt. Vanuit modern oogpunt is het houden van slaven af te keuren. Maar de oude Grieken deden dat in grote mate niet. Volgens Gabriel is dat mensbeeld echter onwaar en onjuist.

Een probleem is dat Gabriel meningen en feiten door elkaar haalt. Zijn morele feiten zijn opvattingen. Maar hij vindt ze waar, net als logische of empirisch vast te stellen feiten. Volgens Gabriel zijn meningen ook waar of onwaar. De voorbeelden die hij daarbij geeft, overtuigen niet. Hij schrijft namelijk dat de mening dat Bill Gates iedereen gedwongen wil laten vaccineren onwaar is. Maar dat is geen mening of waardenoordeel, maar een bewering over een intentie met weliswaar een impliciet oordeel over de persoon in kwestie. Zo ontstaat verwarring.

Valkuil

Gabriel moet uiteraard wel verklaren waarom niet iedereen de morele vanzelfsprekendheden volgt. Dat komt door gebrek aan kennis over niet-morele feiten, bijvoorbeeld over de biologie, en door ‘propaganda, leugens, manipulatie, zelfbedrog, wensdenken enzovoort’. Gabriel is ervan overtuigd dat mensen met andere waardenoordelen in feite verblind zijn. Hij sluit niet uit dat hij dat zelf ook gedeeltelijk is. Maar toch lijkt het erop dat de vanzelfsprekendheden die hij ziet, sterk overeenkomen met zijn eigen overtuigingen. Zo krijgt zijn constructie iets zelfingenomens. De universele waarden komen toevallig overeen met de waarden van Markus Gabriel, die overigens ook de Duitse Grondwet veelvuldig aanhaalt als verwoording van die opvattingen. Hij verwijst minder vaak naar de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens.

Als de universele waarden zijn vastgesteld, dan zijn ze niet meer veranderlijk. Dat klinkt wat beklemmend. Om deze valkuil te vermijden schrijft Gabriel dat deze waarden wel gedeeltelijk kenbaar zijn, maar dat we die ook nog moeten ontdekken. En dat er door nieuwe ontwikkelingen, zoals de digitalisering, nieuwe toepassingen van de waarden moeten komen. Zo blijkt de zekerheid van de vanzelfsprekendheden toch iets minder groot dan je zou denken.

Pandemie

Gabriel doet in zijn boek grote beweringen: ‘De eenentwintigste eeuw zal het tijdperk zijn van de pandemie van de nieuwe verlichting als gevolg van de globalisering.’ Een beetje vreemde beeldspraak, uiteraard, alsof die verlichting besmettelijk is. Is nu juist sinds 1989 of 2001 niet bewezen dat dit veel minder het geval is dan sommigen hadden gehoopt? Sowieso haalt Gabriel de coronacrisis wel erg vaak aan, wat zijn boek eigenlijk niet sterker en zeker niet tijdlozer maakt. En een stevige onderbouwing voor deze stelling geeft hij niet. Is morele vooruitgang, zoals hij het noemt, nu waarschijnlijk of niet? Bij deze vorm van vooruitgang is het uiteraard de vraag wat dat inhoudt. Mensen met verschillende opvattingen zullen daar verschillend over denken. Het is niet objectief vast te stellen, al denkt Gabriel daar uiteraard anders over.

Afgezien daarvan en op basis van de waarden van Gabriel is de toestand op zijn best ambivalent. Tal van tekenen lijken het tegendeel van vooruitgang aan te tonen: zoals toegenomen nationalisme, de opmars van autoritaire leiders, de macht van techbedrijven, de toenemende ongelijkheid. En tal van tekenen wijzen er op dat er wel degelijk zaken de goede kant op gaan: van burgerinitiatieven en activisme, tot plannen om ontbossing te stoppen en bredere aandacht voor het klimaat. Hoe dat uitpakt, weet niemand.

Het idee dat er morele feiten bestaan die los staan van iedere menselijke bemoeienis, maar wel over mensen gaan, blijft vreemd. Volgens Gabriel hoeven mensen alleen maar deze morele feiten te kennen om het goede te doen. Deze boude stellingen weet hij niet overtuigend te onderbouwen. Zijn waarden zijn voor een belangrijk deel wensen. Dat is niet erg, maar wees er eerlijk over.

(Visited 206 times, 3 visits today)

Geen reacties

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.