Niet bang om te sterven – Siem Eikelenboom

juli 7, 2007

siem30Sinds de aanslagen van 11 september wordt er veel over gesproken over ‘nieuw’ terrorisme, of zelfs over ‘catastrofaal’ terrorisme. Niet alleen wetenschappers bezigen deze termen. Ook de Nederlandse regering heeft deze overgenomen.
Het idee erachter is dat er sprake is van een radicale breuk met het traditionele terrorisme van de jaren zeventig en tachtig. Nu is het niet langer politiek, maar religieus geïnspireerd, niet meer gericht op het ontvoeren of doden van enkele vooraanstaande vertegenwoordigers van de tegenstander, vaak regeringsfunctionarissen, maar heeft het ‘soft targets’ als doelwit uitgekozen. Vanwege deze veranderingen is ook een ander antwoord nodig, is de redenering, een waarin de overheid veel verder gaat dan in het verleden en zich meer richt op het voorkomen van aanslagen.

Het boek van Nova-verslaggever Siem Eikelenboom over dertig jaar terrorisme in Nederland is er vooral op uit om deze breuk te relativeren. Daarmee wordt ook de rechtvaarding voor de soms rigide maatregelen ondermijnd. Hij heeft in dit betoog voor een groot deel gelijk, hoewel het belangrijk blijft om een aantal wezenlijke veranderingen onder ogen te zien.

Het grootste deel van zijn boek besteedt Eikelenboom aan de feitelijke beschrijving van terroristische plannen en acties in Nederland, van de Molukse gijzelingen en de Raf en Rara in de jaren zeventig en tachtig van de twintigste eeuw tot de Hofstadgroep en aanverwanten in het begin van deze eeuw. Hier had hij af en toe wel even de grote lijnen mogen samenvatten en zijn eigen accenten kunnen leggen. Nu is er een grote kloof tussen deze beschrijvende hoofdstukken en de meer analyserende inleiding en conclusie.

Vervolgens komt de reactie van de overheid aan bod. Die bleef in die eerste fase vooral beperkt tot organisatorische maatregelen. Er werden geen nieuwe wetten ingevoerd of ruime bevoegdheden verleend aan politie, inlichtingendienst of justitie. Heel anders liep dat sinds 2001. De regering presenteerde het ene na het andere actiepakket, daarbij opgejaagd door het parlement.Het actieve optreden komt deels ook voort uit internationale druk, maar Nederland gaat soms verder dan in internationale organisaties is afgesproken. Eikelenboom beschrijft ook hoe in zeker in een geval de invloed van het buitenland werd verzwegen, namelijk bij het voorstel om materiaal van de inlichtingendiensten als bewijsmiddel te laten dienen in een rechtszaak.

Welke verschillen zijn er nu werkelijk tussen ‘oud´ en ‘nieuw´ terrorisme?  Eikelenboom heeft gelijk als hij stelt dat religieus geïnspireerd terrorisme vaak verweven is met politieke of nationalistische doelen. Zuiver religieus is het veelal niet. Maar misschien is het toch zo dat religieuze inspiratie nog meer een carte blanche geeft dan politieke drijfveren. Maar een opmerking als dat wanneer religieuze groepen met rust worden gelaten, er niets aan de hand is, is toch wat te naïef.

Internationale banden zijn uiteraard niets nieuws. Van de Raf, de Rode Brigades en een aantal ‘linkse’ Palestijnse terrorischistische bewegingen kan je zelfs zeggen dat ze net zo zeer onderdeel waren van een netwerk als de huidige jihadistische organisaties. Ook de bereidheid te sterven is geen wezenlijke verandering. Ook de Molukkers hadden hun ‘zelfmoordcommando’ en diverse Raf-leden pleegden zelfmoord. Iedereen die de wapenen opneemt tegen de staat of een veel sterkere tegenstander moet er rekening mee houden dat hij of zij gedood wordt. Zelfs de meest terughoudend optredende tegenstanders, de Britten tegen de IRA, zullen in bepaalde gevallen niet terugdeinzen voor dodelijk geweld.

Ook mikten de ‘oude’ terroristische organisaties soms op soft targets, zoals treinen of scholen. Maar hoewel ze speelden met de levens van onschuldigen en die soms ook doden, is er toch een verschil met de wens om een zo groot mogelijk aantal slachtoffers te maken, zoals bleek uit de aanslagen van 11 september en die in Londen, Bali en Madrid. Gelukkig zijn er niet meer van dit soort aanslagen en zijn die er in Nederland niet geweest, maar om te schrijven dat de aanslagen in de Verenigde Staten een eenmalige uitschieter zijn geweest, is wel erg optimistisch. Ook de (mislukte) aanslagen in Glasgow en Londen wijzen weer op de pure willekeur van deze terroristen. Het verschil met het klassieke terrorisme is misschien eerder gradueel dan absoluut, maar het is er wel degelijk.

In een groot deel van de strengere wetgeving ziet Eikelenboom niets en daar valt zeker wat voor te zeggen. Hij pleit voor de dialoog, ook met salafisten. En die gesprekken mogen niet zonder gevolgen blijven. Daar is veel voor te zeggen. Het intern gekweekte terrorisme is zeker gebaat bij en kan waarschijnlijk niet zonder medewerking van gematigde moslims.

Maar Eikelenboom gaat verder. Zo zouden westerse landen in hun  buitenlandse politiek rekening moeten houden met de moslimgemeenschappen. Maar als dat gebeurt onder de druk en dreiging van terrorisme gaat dat veel te ver.Relativeren is goed, bagatelliseren of capituleren niet.

Waardering:   3half-sterren

Siem Eikelenboom, Niet bang om te sterven. Dertig jaar terrorisme in Nederland

(Visited 96 times, 1 visits today)

Een reactie

  • Siem Eikelenboom (naamgenoot vd auteur) oktober 30, 2008op1:35 am

    Taalfoutje
    In “Het grootste deel van zijn boek besteed” moet “besteedt” staan, dus met “dt”.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.