Aspecten van het nieuwe rechts-radicalisme – Theodor Adorno

december 15, 2019

In Duitsland is Theodor Adorno herontdekt. Adorno  is een van de grondleggers van de Frankfurter Schule, het instituut van de kritische theorie. De Frankfurter Schule combineerde al in het interbellum marxisme met psychologische inzichten. Die combinatie is ook terug te vinden in deze korte tekst uit 1967, een verslag van een lezing. Daarin probeert hij het succes van het toenmalige rechts-radicalisme te verklaren. Is die verklaring vijftig jaar later nog bruikbaar?

Kapitalisme

Als door het marxisme beïnvloede filosoof ontkomt Adorno niet aan een interpretatie van het rechts-radicalisme als verschijnsel van het kapitalisme, van de ‘concentratie van kapitaal’. Degenen die door die concentratie hun maatschappelijke positie dreigen te verliezen, hebben de neiging om diegenen die kritisch staan tegenover het apparaat de schuld te geven, dat wil zeggen links, schrijft Adorno. Dat laat wel een bel ringelen.

Hij wijst ook op het ‘agrarisch potentieel’ van deze bewegingen, wat direct doet denken aan de enthousiaste ontvangst van Geert Wilders en Thierry Baudet bij de recente boerenprotesten in Den Haag.

Toch speelt het kapitalisme maar een kleine rol in de verklaring van Adorno. Hij gaat vooral in op de psychologische kanten van het rechts-radicalisme. Die draait om angst voor brede maatschappelijke ontwikkelingen.

Catastrofe

Hij wijst er op dat rechts-radicale bewegingen anticiperen op de catastrofe. Ook hier is de analyse onverminderd actueel. Wilders en Baudet schermen steeds met de ondergang van Nederland of de westerse beschaving. (In mijn boek De strijd om de toekomst maak ik hier een uitgebreide analyse van.)

Adorno heeft geen hoge pet op van de rechts-radicalen, als het gaat om ideologie. Het is inderdaad soms onduidelijk wat ze nu eigenlijk willen. Of is het juist zonneklaar? Uiteraard heeft het rechts-radicalisme minder een uitgewerkte ideologisch fundament dan bijvoorbeeld het marxisme. Het is een mengelmoes van nationalisme, nativisme (‘eigen volk eerst’), soms een vorm van antiliberalisme en nostalgie. Toch klinkt het verwijt van het ontbreken van ideologie ook wat flauw. Dat kan zelfs leiden tot een depolitisering van het verschijnsel. Merijn Oudenampsen heeft dat scherp geanalyseerd in zijn boek over de conservatieve revolte.

Cultuurmarxisme

De vijand van de rechts-radicalen blijft ‘het imago van de communist’. Adorno wijst erop dat in de Weimarrepubliek de communistische partij heel sterk was, maar in de Bondsrepubliek heel zwak. Voor de rol van vijand maakte dat weinig uit. Het communistische imago wordt opgerekt.

De moderne variant van dat oprekken is het ‘cultuurmarxisme’, een bekend begrip in kringen van radicaal-rechts. Paul Cliteur, fractievoorzitter van FVD in de Eerste Kamer, tevens hoogleraar aan de Universiteit Leiden, heeft er een bundel over samengesteld. Het is een vaag begrip, dat vooral wordt gebruikt om een vijand te identificeren.

Ook de ‘linkse intellectueel’ is een ‘schrikwoord’. Openlijk antisemitisme is een taboe, maar kan worden aangestipt door het noemen van een Joodse naam. In de Tweede Kamer worden nu vragen gesteld over Soros. Radicale boeren vergelijken hun lot met dat van de vervolgde Joden. Die relativering van het leed en criminaliteit van de Holocaust kan je, voorzichtig uitgedrukt, als antisemitisch zien.

De waarheid

Niet alles wat de rechts-radicalen zeggen is onwaar, stelt Adorno. Maar dat is geen geruststelling, maar juist een gevaarlijk fenomeen. Want het ware wordt in dienst gesteld van het onware. De waarheid wordt gebruikt om onwaarheden te verkondigen. Hij wijst op een aantal ‘trucs’, waarmee de radicalen hun gelijk proberen aan te tonen. Bijvoorbeeld het bluffen met kennis, de ‘salami-methode’ om twijfel te zaaien en het schermen met grote woorden.

Dan is er het lastige punt van het nationalisme. Lastig, omdat de staten, zeker Duitsland, niet meer die vrijheid van handelen hebben, die het nationalisme veronderstelt. Daarom wordt er vaak de vlucht genomen naar een soort slachtofferrol. “Men heeft het over de minachting van nationale symbolen,” schrijft Adorno. Ik moest direct denken aan de wat zielige vertoning rond het plaatsen van de Nederlandse vlag in de Tweede Kamer.

Islam

Adorno besluit zijn lezing met de oproep om het radicalisme met de ‘onideologische waarheid’ te bestrijden. Daaruit spreekt toch een soort optimisme van vijftig jaar geleden. Is dat nog te handhaven nu de leugens van Trump, Wilders, Baudet en geestverwanten zo vaak zijn aangetoond? Maar wat rest er anders?

Met zijn ‘aspecten’ wijst Adorno zeker op zaken die onverminderd relevant zijn.  Maar er zijn uiteraard ook dingen veranderd. De grote rol van de islam (en het terrorisme) in het rechts-radicale verhaal in Europa komt niet aan de orde, afgezien van een opmerking over ‘buitenlandse arbeiders’. Je krijgt ook het idee dat de huidige varianten van het rechts-radicalisme veel grover en uitgesprokener zijn dan in de jaren zestig. Dat manifesteert zich zowel in de woorden als in de aanslagen vanuit rechts-radicale hoek. En dan is er de mainstreaming van het radicale discours, de overname van het idee dat ‘onze beschaving’ aan de vooravond van de ondergang staat of op zijn minst dat migratie een existentiële bedreiging is voor ‘onze’ vrijheden en rechten. Ondanks die verschillen helpt dit boekje om te duiden wat er gaande is en is dus zeer nuttig.

(Visited 158 times, 7 visits today)
Samenvatting
Review Date
Boektitel
Aspecten van het nieuwe rechts-radicalisme - Theodor W. Adorno (Octavo)
Waardering
41star1star1star1stargray

Geen reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.