Sinan Çankaya – Mijn ontelbare identiteiten

december 11, 2020

identiteitenDe eerste keer dat Sinan Çankaya rechtstreeks wordt gevraagd waar hij vandaan komt is zijn antwoord: ‘Dat weet ik niet, ik denk er veel over na’. Toen was hij nog een jongen, nu is hij een gepromoveerd cultureel antropoloog. Maar het antwoord is in zekere zin nog hetzelfde, blijkt uit zijn boek Mijn ontelbare identiteiten.

Een van de belangrijkste thema’s in het politieke en maatschappelijke debat van de afgelopen jaren was ‘identiteit’. In de vorm van ‘identiteitspolitiek’ werd het vaak als scheldwoord gebruikt: als een bewijs van slechte integratie, als iets waar ‘de Ander’ zich mee bezighoudt. En dat is dan gelijk een bedreiging voor de eigen identiteit. Maar wat is identiteit eigenlijk?

Çankaya heeft zijn verhaal gedrapeerd rond de reunië van zijn middelbare school waar hij les kreeg van Nico Konst. Die was ooit voorzitter van de Centrumpartij, een extreem-rechtse partij met als kopstuk Hans Janmaat. Een partij die openlijk onderscheid aanbracht, op basis van afkomst. Waarmee Çankaya met ouders uit Turkije aan de verkeerde kant terecht kwam. Het wordt nooit wat met jou, toeterde Konst hem toe.

Vechten op straat

In zijn fraaie boek mengt Çankaya zijn persoonlijke ervaringen met beschouwingen en af en een beetje academische lessen. Hij schrijft over zijn jeugd, het vechten en voetballen op straat. Maar ook over zijn werk op de universiteit waar hij lesgeeft over nationalisme en identiteit. Zo geeft hij een op slimme manier wat academische kennis mee. Van huis uit heeft hij het Turkse nationalisme meegekregen. Maar met de geharnaste Turkse identiteiten wil hij niets te maken hebben.

Tegelijk is hij cynisch over het streven naar integratie. Die gaat nooit ver genoeg. Je mag er nooit bij horen. Problemen worden vaak in de vorm van integratieproblemen gepresenteerd of als multiculturele drama’s, met dank aan onder vele anderen Paul Scheffer.

Çankaya deed onderzoek naar etnisch profileren door de politie. Hij erkent de vernedering die van die praktijk uitgaat. Maar hij schrijft ook dat een politiecontrole niet je volledige zelfbeeld hoeft te bepalen. Identiteit wordt opgedrongen, maar je kunt weigeren je daardoor te laten bepalen. Zo houdt hij zijn eigen ruimte in stand.

Migratiepessimist

Identiteiten zijn ook niet van degene die ze opgeplakt krijgt. De ene keer is hij ‘de Nederlander’, ergens anders ‘de Turk’. Hij heeft daar zelf geen macht over. ‘Identiteiten bevinden zich tussen onszelf en anderen in.’

Misschien valt er dus niet zoveel te kiezen. Het boek straalt een zekere gelatenheid uit, niet de strijdlust van de overtuigde antiracist of de apocalyptische lamentaties van de migratiepessimist. We (wie? Wij allemaal? Of alleen diegenen die erover nadenken?) zitten met ‘onze’ identiteiten opgescheept, ook al geeft het idee van meerdere identiteiten een vorm van vrijheid. Hij geeft zijn overpeinzingen over ‘zwart’, ‘wit’ en ‘bruin’ nauwgezet weer, zonder met keiharde antwoorden te komen. Soms laat hij net iets te veel te raden over en had het eenduidiger kunnen zijn. Of is die vormloosheid nu juist de clou? Er is dus iets om over na te praten. Mooi geschreven en goed gecomponeerd is Mijn ontelbare identiteiten een aangename manier om het vaak giftige identiteitsdebat te verkennen.

(Visited 199 times, 1 visits today)

Geen reacties

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.